Week 4: Nienke doet het zelf

Afgelopen weekend was het voor mij wederom een retourtje Toen. En toch heb ik dit keer iets gedaan dat ik nog nooit eerder gedaan had.

Vroeger (daar gaan we weer), was ik altijd een kei in het bedenken van de meest ingewikkelde en tijdrovende projecten, meestal voor een schoolopdracht. Hoe ingewikkelder, hoe beter. Het liefst deed ik dat zoveel mogelijk op het allerlaatste moment. En het állerliefst bedacht ik iets dat ik niet helemaal zelf kon maken, maar waar ik een handige en bovenal gewillige doet-het-zelver voor nodig had: papa.

Mijn moeder had me al vroeg wijsgemaakt dat zij twee linkerhanden heeft. Daar heeft ze nog altijd erg veel plezier van. Mijn vader daarentegen besloot om voor mijn zesde verjaardag een super-de-luxe barbievilla te bouwen met tegeltjes in de badkamer, raampjes die allemaal open konden en als klap op de vuurpijl schemerlampjes die het echt deden en die elk een eigen schakelaartje hadden in het ministoppenkastje dat zich onder de onderste wenteltrap bevond. Probeer dan nog maar eens te ontkennen dat je handig bent. En zo’n werkplaats met allerhande gereedschap, machines en materialen heb je toch ook niet voor niets.

Gedurende mijn gehele middelbareschoolperiode, maar vooral in mijn kunstacademietijd, was mijn vader om de haverklap de zogeheten Sjaak. “Pa … kun je me helpen om zoiets te maken als op deze schets? Maar dan van hout en dan moeten die dingen daaraan vast. Het moet maandag af zijn. Ja dat is morgen. Maar het is toch niet zo ingewikkeld?” En toen ik eindelijk mijn studie afgerond had en mijn vader er vanaf dacht te zijn, had ik al snel een nieuw project verzonnen: een opknapwoning.

Hoewel het er in het verleden vaak op neerkwam dat ik instructies gaf en mijn vader die op de millimeter nauwkeurig uitvoerde, ben ik in de loop van de tijd (lees: na een stageperiode van zo’n 25 jaar) ook een echte doe-het-zelver geworden. Ik heb leren tegelzetten, pleisteren, vloeren leggen, plamuren, noem maar op. Nu na zes jaar het huis eindelijk zo’n beetje klaar is (is een huis ooit klaar?) en nu de Sleurzusters zich hebben aangediend, is het tijd voor een volgend project. Iets wat ik al heel lang van plan was een keer te doen. Het leuke is dat hier de doe-het-zelftic die ik van mijn vader heb overgenomen mooi samenkomt met de lampentic die ik van mijn moeder heb: ik kijk graag naar lampen. Naar lampenkappen en lampenvoeten, niet naar de lichtbron zelf. En vaak als ik een lamp zie, denk ik: zoiets is toch ook best zelf te maken? Of zoals Jeremy Clarkson zou zeggen: How hard can it be?

Na lang googelen, schetsen en lampen bestuderen, had ik besloten wat ik deze week wou gaan doen: ik zou een kap gaan maken voor een hanglamp. En nee, niet zomaar een bestaand frame overtrekken met een leuk stofje, nee, dan zou ik te snel klaar zijn en risico lopen dat ik een project een keer bijtijds af zou hebben. Nee, ik zou zelf het frame gaan ontwerpen en maken. Van metaal, want ik had nog nooit echt met metaal gewerkt. Ik had mijn vader al eerder die week op de hoogte gebracht van mijn mooie plannen, zodat hij zich er alvast mentaal op kon voorbereiden. Zaterdag was het dan zover.

Wie wat bewaart, die heeft wat. Mijn vader had al een mooi stuk draad voor me klaargelegd dat hij gevonden had tussen zijn voorraad oud ijzer. Ik was van plan om mijn getekende ontwerp gewoon een beetje uit de losse pols te gaan modelleren, maar mijn vader vond dat niet zo’n goed idee. Dus terug naar de tekentafel om exact uit te rekenen wat de doorsnede en omtrek van mijn kap moesten worden en waar de bochten en verbindingen moesten komen te zitten. Ach, dacht ik, piece of cake. Maar dat viel dus even tegen. Ik had het ‘briljante’ idee om een zeshoekige kap te gaan maken en dacht dat ik het wel met een Pythagorasje en een 2πr af zou kunnen. Niet dus. Het kan toch niet zo zijn dat ik zes jaar wiskunde helemaal kwijt ben? Wel dus. Bijna dan. Maar gelukkig kwam ik er na een mooie tutorial goniometrie en met wat hulp van een paar knappe koppen toch uiteindelijk uit.

Éindelijk … het grote lampenkapavontuur kon beginnen! Op naar de werkplaats. De middag liep ondertussen al op zijn eind. Eerst maar een malletje maken waar het draad omheen getrokken kon worden. Ondanks dat er weinig gereedschap aanwezig was om hoeken mee te meten, alleen een kleine geodriehoek die amper nog leesbaar was, was het eerste malletje best goed gelukt. Nu moest het draad eromheen geslagen worden. Dat was nog een hoop getimmer, want het draad bleek behoorlijk stug te zijn. Het was op zich best een leuk klusje om te doen, vooral als je samen bent, maar toch waren paps en ik allebei erg opgelucht toen we geroepen werden om te komen eten. Onze tenen vroren er bijna af. De werkplaats is van alle gemakken voorzien, behalve … verwarming. En het was kóud buiten.

Hmm … héérlijk, die vloerverwarming in de keuken. Zouden we nog een poging gaan wagen of zouden we het voor gezien houden? Het was al wel erg laat. Maar ik wilde zo graag m’n kap afmaken, of in ieder geval het frame. M’n vader bleek meer moeite te hebben met sippe lipjes, dan met koude voeten, dus dapper begaven we ons opnieuw richting werkplaats. Het leek best voorspoedig te gaan, maar toen we om 12 uur nog aan de verticale ribben moesten beginnen, begon ook ik in te zien dat het frame die avond niet af zou komen. Jammer. Was mijn zelfgestelde sleurzusteropdracht voor deze week mislukt?

Maar gelukkig kwam mijn vader met een goed idee: “Je wilde toch nog leren lassen?” Dat was waar. Dat was een vaardigheid die ik graag nog een keer aan mijn doe-het-zelflijstje wilde toevoegen. Zo gezegd, zo gedaan. Na een korte demonstratie en wat instructies mocht ik het zelf proberen. Op zich is lassen, met moderne apparatuur (en die hadden we), helemaal niet zo moeilijk. Maar om het netjes te doen is nog best lastig. Van een vriend van mijn vader had ik een chique laskap te leen gekregen met een lichtsensor erop. Dat is heel handig, want het glas van zo’n kap verduistert pas als de vlam aangaat, dus in theorie kun je dan ook nog wat zien vóór de vlam aangaat. Zelfverzekerd, maar voor de zekerheid toch met twee handjes, plaatste ik de brander boven het metaal. Ondanks mijn chique laskap, zag ik compleet niet waar ik mee bezig was. Mijn vader riep voortdurend “Zakken!” en “Rustig an!”. Na een tijdje ging het wel wat beter, of in ieder geval had ik dat idee omdat ik wat minder vaak werd gecorrigeerd. De las zelf zag er naar mijn idee niet heel mooi uit, nogal bobbelig. Maar misschien maakt dat ook niet uit, ik ben geen expert. Voor vandaag was het goed genoeg in ieder geval.

Deze dag was iets anders verlopen dan gepland, maar zo gaat dat meestal bij mij. En ondanks de afgevroren ledematen, het feit dat het frame niet afgekomen is en ik pas om half 3 in mijn nestje lag, vond ik het een erg geslaagde dag. Altijd gezellig zo’n daagje bij mijn ouders. Gezellig met m’n vader hobbyen in de werkplaats (volgens mij vindt mijn vader het stiekem ook best gezellig) en dan tussendoor naar binnen voor een bakkie met wat lekkers. En zelfs vanuit sleurzustersoogpunt was het uiteindelijk toch nog een geslaagde dag, want ik heb iets gedaan wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik heb leren lassen. Nou ja, ik heb een eerste lasles gehad, beter gezegd. Voorlopig kan ik nog wel wat oefening gebruiken. Volgende week een lampenkap dan maar?

Lastig-1

Advertisements

Reageer hier

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s