Week 17: Nienke vereeuwigt familieverhalen

Ik weet het, het is niet echt een onderwerp waar mensen van mijn leeftijd zich normaal gesproken mee bezighouden: familiegeschiedenis. Mijn project van deze week is misschien nog wel ‘stoffiger’ dan mijn actie van de vorige week (en ook in week 18 is het niet veel beter ben ik bang). Maar ik ben, sinds ik jaren geleden een aflevering van Verborgen Verleden heb gezien, helemaal om: geen verhaal is zo mooi als je eigen familiegeschiedenis. Hoe meer je je erin verdiept, hoe meer je te weten wilt komen.

De laatste jaren ben ik al bezig geweest met online stamboomonderzoek en met het digitaliseren van oude familiefoto’s. Voor het eerst zag ik foto’s van mijn grootouders toen ze jong waren, en voor het eerst de gezichten van de mensen die mijn overgrootouders en zelfs mijn betovergrootouders waren. Heel bizar. Maar ik zal niet blijven hangen in nostalgisch geëmmer of mijmeren over vergankelijkheid e.d., want daar zit niemand op te wachten. Het leuke aan oude foto’s en documenten is dat ze het verleden ‘tot leven’ brengen. Maar wat het verleden nog meer tot leven brengt, zijn de verhalen over deze mensen en vroegere gebeurtenissen. Foto’s blijven (meestal), maar verhalen sterven op een gegeven moment uit. Dat is eigenlijk vreselijk jammer. Daarom ben ik de laatste tijd mijn oma (van moeders kant) en andere familieleden veel vragen aan het stellen over vroeger.

familiealbum

Familiealbum dat oma maakte

Ik heb veel geluk gehad, ik ben opgegroeid met twee ontzettend lieve oma’s. Een van mijn oma’s leeft nog steeds. Mijn opa’s heb ik minder lang of zelfs helemaal niet meegemaakt. Ik denk dat ik mijn fascinatie met familiegeschiedenis van mijn oma van vaders kant heb. Zij was ook altijd actief met foto’s en albums maken en vertelde graag verhalen over vroeger. Ik mis haar soms nog steeds en vind het erg jammer dat ik haar geen vragen meer kan stellen. Gelukkig heb ik nog één heel lieve oma over. Met deze oma, de moeder van mijn moeder, praat ik zoveel mogelijk over haar jonge jaren en het leven vroeger, maar helaas is zij af en toe erg verward. Ze haalt veel dingen door elkaar, maar ze is dan ook al 91. Ik weet dat ik de vragen die ik nog wil stellen zo snel mogelijk moet stellen, want voor je het weet kan het niet meer.

Mijn idee voor week 17 was om eindelijk eens te beginnen met iets dat ik al heel lang van plan ben: het vastleggen van de verhalen over mijn familieleden en hun verleden. Iets dat nogal omvangrijk is en dat je niet in één week kunt doen, maar ik zou deze week een plan van aanpak maken en eerste stappen zetten. Waarschijnlijk wordt dit een project zonder eind (eigenlijk zou dat heel mooi zijn). Natuurlijk kan zoiets ook zonder plan van aanpak: bij mensen op bezoek en hen vragen stellen, maar ik weet inmiddels dat dit (voor mij) niet goed werkt. Zo vroeg ik een keer aan één van mijn oudtantes over haar boer: “Wat was mijn opa voor een man?” Deze schijnbaar eenvoudige vraag bleek heel moeilijk te beantwoorden. Het was geen onwil of een brok in de keel, maar het was simpelweg een vraag waar ze niet een-twee-drie een antwoord op had. Hij was aardig. Veel meer weet ik dus nog steeds niet over deze opa. Ik bedacht me dat ik dat ik het de volgende keer anders aan moest pakken.

De volgende keer zou ik met meer concrete vragen komen en wat subtieler te werk gaan. Ik ging aan de slag met het bedenken van vragen die ik (over) mijn familie wilde stellen. Deze lijst, die ik in de toekomst aan zal blijven vullen, werd al snel erg lang. En om de mensen (geïnterviewden) niet gelijk de stuipen op het lijf te jagen met een waslijst van 3000 vragen, besloot ik ook een prioriteitenlijstje te maken met de belangrijkste en interessantste vragen.

Niet alleen moet je de goede vragen weten te stellen, maar ook het vastleggen is nog niet zo eenvoudig. Ik ben me ervan bewust dat je met het zwart-op-wit zetten van verhalen over overleden mensen integer te werk moet gaan. Je wilt uiteraard zo dicht mogelijk bij de waarheid komen en zoveel mogelijk te weten komen en vastleggen, maar aan de andere kant moet je ook in je achterhoofd houden: is dit hoe hij of zij zelf herinnerd had willen worden? Zij kunnen zichzelf niet verweren. Bovendien zijn verhalen subjectief en betreft het geen feitelijke kennis; iedereen interpreteert gebeurtenissen op zijn eigen manier. Ook evolueren verhalen in de loop van de tijd en wijken ze steeds (iets) verder af van de waarheid. Kortom: lastig. Maar de oplossing voor dit probleem bleek best eenvoudig: verificatie en bronvermelding en geen verhalen die zwartmaken (of ze nu waar zijn of niet).

Mijn plan begon zo al aardig vorm te krijgen. Ik had bedacht wie ik als eerste zou benaderen en wat ik wilde vragen. Ik had al een mooie begeleidende brief geschreven voor de mensen die ik per post zou benaderen. Mijn volgende stap: de brieven versturen aan mijn eerste slachtoffers en mijn eerste bezoekjes plannen! En nu maar hopen dat er iemand mee wil werken … anders is deze hele Sleurzusteractie voor niks geweest! Maar ik denk dat het wel goed komt, want een aantal van mijn tantes is alvast erg enthousiast. Eén interview heb ik alvast binnen: met mezelf! Want mijn eigen herinneringen aan mijn grootouders (en zelfs twee overgrootouders!), zijn ook zeker het vereeuwigen waard!

Advertisements

Reageer hier

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s