Week 40: Rosanne belegt

Bijna drie jaar werk ik nu als freelancer. Sindsdien stromen de opdrachten bij mij binnen en daarmee vanzelfsprekend ook het grote geld. Ik zou zelfs al bijna kunnen stoppen met werken, maar ik ben bang dat ik me dan ga vervelen.

Dit is natuurlijk een grapje, dat begreep je hopelijk al wel. Maar het gaat me tot nu toe best aardig af. Ik kan mijn huur betalen, af en toe lekker eten en zelfs een nieuwe laptop kopen als de oude ermee gestopt is omdat ik daar koffie overheen heb gegooid (al wil ik wel proberen om dat laatste niet al te vaak te doen). Daarnaast heb ik bovendien wat geld opgespaard.

Nu is het niet zo dat ik al dat gespaarde geld zomaar wil uitgeven aan laptops, camera’s, vakanties en weet ik wat voor leuke dingen nog meer. Nee, als freelancer moet je je goed voorbereiden op allerlei onheil en andere toekomstige gebeurtenissen. Je kunt je spaargeld nodig hebben voor:

  • als je ziek of gewond bent en een tijdje niet kunt werken en dus ook niet betaald krijgt;
  • als je om een andere reden een tijdje geen opdracht hebt en dus ook geen inkomsten;
  • als je jezelf vakantiegeld wilt uitkeren;
  • als je ooit zo oud bent dat je niet meer wilt of kunt werken en wel wat extra’s naast je AOW kunt gebruiken (als freelancer bouw je niet automatisch pensioen op);
  • als je in je bedrijf wilt investeren (gereedschap, bedrijfswagens, of in mijn geval laptops);
  • als je in jezelf wilt investeren (er is geen werkgever die jou een budget geeft om cursussen te volgen).

En wie weet zie ik nog iets over het hoofd. Genoeg redenen waarom het uurtarief van een freelancer gewoonlijk een stukkie hoger is dan dat van een werknemer in loondienst. En ook genoeg redenen om er als freelancer voor te zorgen dat je slim met je spaargeld omgaat.

En daar begint dit avontuur. Al die tijd staat mijn spaargeld namelijk gewoon op de spaarrekening die ik bij mijn zakelijke rekening heb geopend. De rente is daar momenteel welgeteld 0,15%, niet heel erg rendabel dus. Als je bijvoorbeeld (zoals ik?) €1000.000,- op die spaarrekening hebt staan, krijg je aan het eind van het jaar ‘wel’ €1500,- rente. Dat schiet wat mij betreft niet erg op; daar moeten toch wel betere alternatieven voor zijn?

Daarvoor moet je wel een hoop uitzoeken en keuzes maken, vandaar dat ik er tot nu toe nog niet ‘aan toe gekomen’ was. Maar omdat ik dit weekend ziek thuis zat en mijn andere sleurzusterplan daardoor niet door kon gaan, was dit een mooi moment om me daar eindelijk eens aan te wagen. Ik dacht eraan om een deel van mijn geld te beleggen, maar ik kwam erachter dat je ook kunt banksparen, een lijfrenteverzekering afsluiten of je bij een broodfonds aansluiten.

Dit vond ik wel veel keuze en het begon me al een beetje te duizelen. Ik besloot dus gewoon maar mijn initiële plan te volgen: beleggen. Alleen ‘groen’ of duurzaam beleggen was voor mij een optie en ik moest kiezen tussen de ASN Bank en Triodos Bank. Na geprobeerd te hebben wat vergelijkingen te maken, koos ik toch maar voor de gemakkelijkste weg, namelijk de bank waar ik het meeste sympathie voor voel: de ASN Bank.

Zo was ik weer een stapje verder, maar toen moest ik natuurlijk nog kiezen waarin ik dan precies zou beleggen. De ASN Bank heeft een paar fondsen. Je koopt dus niet zelf aandelen, maar je investeert in het fonds en een professional van de ASN Bank doet iets met jouw geld. Sommige fondsen zijn erg risicovol en hebben een hoog rendement, andere zijn bijna risicoloos en hebben dan ook een laag rendement. In een overzicht kun je zien hoe hoog het rendement bij ieder fonds is geweest over de afgelopen drie jaar en over de afgelopen vijf jaar. Dat geeft een beetje een beeld van de verwachtingen, maar: In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Ik besloot het grootste deel te beleggen in een fonds met een middelgroot risico (het ASN Duurzaam Mixfonds), een klein deel in een fonds met een groot risico (het ASN Duurzaam Aandelenfonds) en een klein deel in een fonds met een klein risico (het ASN Groenprojectenfonds).

Beleggingsfondsen ASN

Weer een stapje verder. Nu nog de moeilijkste stap: hoeveel geld ga ik dan beleggen? Het blijft toch een beetje spannend, want je weet niet wat er met je geld gaat gebeuren. Je hoopt natuurlijk dat het meer waard wordt, maar als je pech hebt, kan het ook een stuk minder waard worden. Dan wil je niet al je geld daarin gestoken hebben. En sowieso is het handig om nog een buffertje op de spaarrekening te hebben, zodat je altijd bij dat geld kunt. Na hier een tijdje over nagedacht te hebben, nam ik hier een besluit over.

De laatste stap van die dag was: een beleggingsrekening openen. Dat was simpel, omdat ik al rekeningen bij die bank heb, dus dat kon gewoon via online bankieren.

Rekening geopend

De volgende dag stond de rekening al tot mijn beschikking en kon ik de gemaakte plannen ook echt gaan uitvoeren. Ik maakte geld over van mijn spaarrekening naar mijn nieuwe beleggingsrekening en dacht nog eens na over de verdeling. Ik besloot mijn besluit over de hoeveelheid geld aan te passen en nam een nieuw besluit dat ik gelijk in uitvoering bracht. Nu heb ik dus geïnvesteerd in de drie genoemde fondsen: het ASN Duurzaam Mixfonds, het ASN Duurzaam Aandelenfonds en het ASN Groenprojectenfonds.

De neiging om iedere dag te kijken hoeveel mijn beleggingen nu waard zijn, heb ik tot nu toe weten te onderdrukken; daar schiet je toch niets mee op. En nu hoop ik maar dat mijn geld over een aantal jaren veel meer dan €1000.000,- waard is en dat er ook nog een paar duurzame projecten van hebben kunnen profiteren.

Advertisements

Reageer hier

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s