Rosanne ontdekt het noorden

Dit verhaal begint met een teleurstelling. ‘Het noorden’ dat ik ontdekte zou namelijk eigenlijk IJsland geweest zijn. Daar zou ik samen met Vera – voor de xx-ste keer – The xx achterna reizen, dit keer voor hun driedaagse festival Night + Day Iceland. Op een prachtige locatie bij een waterval. Met leuke en goede muziek ook natuurlijk. Daarvóór en daarna zouden we dan nog wat van de rest van het land gaan zien.

Zo’n drie weken voor het festival kreeg ik de teleurstellende mail: het festival was geannuleerd. In de week daarvoor was namelijk de locatie toegevoegd aan de Environment Agency of Iceland’s list of endangered areas en daardoor kon het festival niet meer doorgaan. Vraag me niet waarom ze dat niet eerder wisten en hoe dat dan zat met vergunningen en dergelijke – IK HEB GEEN FLAUW IDEE HOE ZOIETS GEKS KAN GEBEUREN!!!

Ondanks het feit dat we blij zijn dat de natuur gespaard wordt, moesten toch wel even een beetje huilen. Want: IJsland + The xx = wat wil je nog meer? Al snel besloten we om deze teleurstelling om te zetten in een kans: nu konden we een veel goedkopere vakantie in het eigen noorden houden.

En zo geschiedde.

Op vrijdag ontdekte ik Assen. Eerder dit jaar is Janine daar gaan wonen en ik wilde weleens zien hoe ze daar zit. Janine woont al jaren steeds in anti-kraakpanden en heeft daardoor steeds heel bijzondere slaapplaatsen. In Utrecht woonde ze bijvoorbeeld in een oud kantoor van de gemeente waar ze met twee mensen een verdieping deelde. Nu woont ze in Assen in een oude basisschool. Haar kamer is een voormalig klaslokaal en in de gangen en de wc’s hangen nog leuke plaatjes die doen herinneren aan de kinderen die hier naar school gingen.

Het centrum van Assen bleek een mix te zijn van lelijke winkelstraten en -centra die in de jaren 80/90 veelbelovend waren, maar inmiddels vooral troosteloze leegstand te bieden hebben, en statige huizen en straten met monumentale panden. Tenminste, dat deel dat ik ervan gezien heb. Verder kan ik er niet zo veel over zeggen, ik was er ten slotte maar een paar uurtjes.

Na het eten reisde ik door naar Bedum, een dorpje net buiten de stad Groningen. Ook hier bezocht ik vrienden die onlangs naar het hoge noorden verhuisd zijn. Ik was al twee keer eerder in Bedum geweest, waar ik de vorige keer veel Amsterdamse school gezien heb. Deze keer heb ik de midgetgolfbaan van Appingedam, een dorpje wat verderop, aan een nader onderzoek onderworpen. Ik bleek hier voornamelijk de slechtste van het stel te zijn, maar dat mocht de pret niet drukken.

De volgende dag stapte ik samen met Simone op de fiets om de omgeving te verkennen. We fietsten zo’n 15 kilometer door de harde wind naar Abrahams mosterdmakerij in Eenrum, waar we leerden hoe mosterd gemaakt wordt en natuurlijk een groot bord mosterdsoep verorberden. Daarna fietsten we weer zo’n 15 kilometer door de wind én regen terug naar Bedum. De omgeving was mooi en groen en ik was niet eens moe toen we na deze zware tocht van 30 kilometer de geleende elektrische fiets weer bij Simones moeder terugbrachten.

Op maandag was het tijd om weer een ander deel van het Nederlandse noorden te verkennen en vertrok ik van Bedum via Groningen naar Leeuwarden, waar ik Vera ontmoette en we samen verder reisden naar Sneek.

Deze stad verkenden we te voet en we herkenden al snel plekjes; het centrum is dan ook niet erg groot. Maar wel erg mooi! Met een prachtige oude waterpoort, een aantal zeer oude panden en leuke straatjes. Bij de VVV haalden we een stadswandeling waardoor we gericht rond konden lopen en waar we ook nog wat van opstaken. Zo leerden we dat Clemens & August in Sneek hun eerste confectiewinkel openden. We waren vanzelfsprekend erg blij met deze kennis.

We belandden ook in de slijterij van de Weduwe Joustra waar we voor een vrijwillige bijdrage van € 1,- per persoon allerlei jenevers mochten proeven. We hebben niet al te veel geproefd, want we hadden nog een hele stadswandeling voor ons. En anders had ik je nu natuurlijk nooit kunnen navertellen dat de eerste C&A in Sneek stond. Ik heb overigens wel een flesje voor thuis gescoord. Daar hoef ik toch geen kennis op te doen.

Dinsdag ontdekten we nog meer van Friesland op een bejaardencruise van zes uur lang langs een aantal van dé elf steden. Ook hier was de omgeving erg mooi. Veel water (we zaten dan ook op een boot) en groene weilanden met en zonder koeien.

In Sloten, het kleinste stadje van Friesland (met 600 inwoners) maakten we een tussenstop en mochten we drie kwartier rondlopen. Dit was een erg mooi en pittoresk stadje. Daarna vervolgden we onze tocht over het water weer richting Sneek. Zoals gezegd was het erg mooi, maar met de helft van de tocht zouden we ook tevreden geweest zijn. Gelukkig kregen we koffie en oranjekoek, die er mede voor gezorgd hebben dat we deze lange tocht volhielden.

Toen was het alweer tijd voor de volgende ontdekking: Het kleine Paradijs. Zo noemen de eigenaren hun vakantieplek en dat is ook wel terecht. We sliepen hier in een ‘Heilig huisje’ op een prachtig terrein met ook boomhutten, een vlot, een tipi en een yurt. In dit kleine paradijs zaten we heerlijk rustig tussen de bomen, met een prachtige tuin met mooie bloemen en met mooie plekjes aan het water. Dit alles is gelegen net buiten het dorpje Easterein.

Hiervandaan ondernamen we twee excursies. Op woensdag vertrokken we op de fiets en legden we in totaal 50 kilometer af. En dit keer waren de fietsen geheel op vrouwkracht aangedreven – niets elektrisch aan! We volgden een knooppuntenroute en ik heb geen idee meer door welke dorpjes we allemaal zijn gekomen, maar het was mooi! Hier ook weer veel weilanden met en zonder koeien en schapen, veel water en gelukkig ook mooi weer. We ontdekten ook veel weidevogels en mijn interesse voor een paar reigers leidde er bijna toe dat ik met fiets en al in de plomp lag. Gelukkig kon ik mijn remmen nog net op tijd vinden en ben ik gewoon droog thuisgekomen.

Donderdag volgde de wandeltocht. Het begin was niet zo heel leuk, omdat we over een dijk liepen waar regelmatig auto’s voorbijkwamen. Maar na een tijd kwamen we op een stuk dat echt voor voetgangers was en hier was het erg mooi. We kwamen nog door een paar leuke dorpjes en na een tijdje voor een verschrikkelijke stortbui geschuild te hebben kwamen we na een hele tijd aan in Bolsward. We gingen met de bus naar Wommels, vanwaar we nog een half uur liepen naar Easterein. Hier gingen we eten bij Noflik, een heeeeel oud restaurant waar we heerlijk hebben gegeten. Hier moesten we wat langer blijven dan gepland vanwege wederom een paar stortbuien, maar dat maakte niet uit; met een glaasje limoncello erbij was dat goed uit te houden. Na nog een half uurtje lopen waren we weer terug in onze hut en hadden we 20 kilometer in de benen.

Toen restte er nog één dag: op vrijdag ontdekten we Leeuwarden. En dan voornamelijk het Keramiekmuseum Princessehof waar de tentoonstelling Sexy Ceramics te zien was. Dat was me nog eens een ontdekkingstocht. Het klinkt nogal gek en dat was het soms ook wel, maar over het algemeen was het een erg leuke tentoonstelling. Mocht je nog een keer in Leeuwarden komen, dan is het zeker de moeite waard om eens een kijkje in dat museum te nemen. We zagen nog een klein stukje van de stad toen we van het museum naar een lunchroom liepen en daarvandaan naar het station. En dat was het einde van mijn ontdekkingstocht door het noorden.

Ietwat anders dan IJsland, maar toch zeker niet vervelend.

Advertisements

Reageer hier

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s