Week 3: Nienke krijgt stoom uit haar oren

Rosanne en ik hadden een soortgelijke Sleurzusterweek in week 3. Ook ik maakte faalafel maar dan zonder ‘afel’, met andere woorden: ik faalde op een andere manier. Ik zat te twijfelen: zal ik hier een blog over schrijven of niet? Toch maar wel dus. Ik heb namelijk onlangs een boek gelezen, De edele kunst van not giving a fuck van Mark Manson, en daarin stond dat het goed is om af en toe te falen, omdat je van falen meer leert dan van slagen. Daarbij geldt wel dat je in ieder geval íets moet doen, want als je al faalt in het proberen dan gaat deze vlieger niet op natuurlijk.

Het behang

Mijn mislukte poging van deze week: behang afstomen. Dat zijn twee anti-sleur-vliegen in één klap: ik had nog nooit behang afgestoomd + ik heb al een tijdje de behoefte om mijn interieur drastisch te veranderen.

Het begon goed. Ik had Marije eerder die week een appje gedaan of haar vriend misschien een behangafstomer had. Heel lief is hij die speciaal voor mij op gaan halen bij een kennis aan wie hij hem lang geleden had uitgeleend en de machine werd zelfs bij mij thuis afgeleverd!

Het was inmiddels wel al zondagmiddag dus ik moest wat haast gaan maken. Na wat voorbereidingen getroffen te hebben waren Ruben en ik zover en ging de stekker van de machine in het stopcontact. Er zat geen handleiding bij, maar het zag er redelijk straightforward uit, dus we waagden het erop. Na zo’n vijftien minuten begon het ding te borrelen. Mooi, dat betekende dat het water kookte en dat er weldra stoom uit de rode plaat zou komen.

Mooi niet dus. Het apparaat begon te sputteren en te sissen en overal kwam water en stoom uit, behalve daar waar het uit móést komen. Eerst twijfelden we of dit de bedoeling was en we nog even geduld moesten hebben, maar toen het in de vijf minuten erna alleen maar erger werd, besloten we dat we het ding maar beter uit konden zetten. ‘Besloten we’ klinkt alsof we rustig stonden te observeren en naar aanleiding daarvan een weloverwogen besluit namen, maar hier moet je even de nodige krachttermen, stemverheffingen en zwaaiende ledematen bij bedenken.

Desalniettemin moest het apparaat uit, maar dit was makkelijker gezegd dan gedaan, want de route naar het stopcontact was geblokkeerd door een sissend, spugend, kokendheet monster. Gelukkig konden we nog wel bij de stoppenkast, dus nadat ik alle stoppen eruit gehaald had (ik kon zo snel niet lezen welke stop de goeie was) keerde de rust weder. Hehe. De woonkamer stond inmiddels vol met stoom, maar dat zou ook van ons gehijg en klotsende oksels kunnen komen.

De eerste poging was dus mislukt. We besloten toch maar online op zoek te gaan naar een handleiding of tutorial, maar ondanks dat het een ‘echte’ Black&Decker was, konden we nagenoeg niks vinden. Wel had Ruben op een forum gevonden dat het probleem wellicht zou kunnen komen doordat er wat water in de slang zou staan. Maar die slang en het apparaat waren nog gloeiend heet, dus dat konden we niet checken en het was inmiddels al flink laat geworden. Conclusie: jammer de bammer, volgende week nog maar eens proberen.

En zo gezegd zo gedaan: in week vier is het alsnog gelukt om een wandje behangvrij te maken. Jammer dat het pleisterwerk hier en daar meegekomen is en dat het best lang duurde voordat dat ene wandje kaal was. Dus of ik de overige wanden ook kaal ga halen of daaroverheen behang of verf, daar moet ik nog even over nadenken.

Maar nog even terug naar het ‘falen’: dat is dus prima gelukt in week drie. Weer een ervaring rijker, weer wat geleerd.

Krijg je na onze faal-blogs ook zin om te falen? Het boek waar ik het over had, De edele kunst van not giving a fuck, dat ‘voor iedereen is die een hekel heeft aan zelfhulpboeken’, maar stiekem ook een zelfhulpboek is, kan ik van harte aanbevelen. Je moet even wennen aan de Amerikaanse (popiejopie) manier van schrijven, maar er staan zeker nuttige tips in. Boeken van dezelfde strekking zijn Don’t give a fuck van Sarah Knight (tip van Rosanne) en De moed van imperfectie van Brené Brown (tip van mijn moeder). Tot slot had Rosanne nog een andere leuke tip: het Faal Festival in Tifaali, uhh Tivoli bedoel ik! (Hè, jammer dit, ik wou afsluiten met een leuke faal-grap… weer gefaald.)

Advertisements

Week 1: Nienke kraakt een noot

Week 1: Nienke schrijft een blog. Zo begon ik drie jaar geleden en zo zou ik deze blog eigenlijk weer kunnen beginnen, aangezien het al afgrijselijk lang geleden is dat ik een blog heb gepost. Ook het catchy twee Sleurzussies terug van weggeweest bleek een beetje een wassen neus. Zoals Rosanne al zei op haar eigen blog is ‘we doen gewoon af en toe iets‘ waarschijnlijk te vrijblijvend geweest, of in elk geval het ‘af en toe bloggen’. Dat geldt in ieder geval voor mij. Ik heb in 2016 en 2017 wel een hoop leuke en leerzame dingen gedaan, van een meer dan acceptabel Sleurzusterniveau mag ik wel zeggen, maar bloggen: ho maar.

OK! Nieuwe ronde nieuwe kansen! Week 1 dus. Week 1 was eigenlijk niet zo moeilijk, want die stond al in mijn agenda vóórdat Rosanne en ik besloten in 2018 opnieuw fanatiek te gaan Sleurzusteren: een bezoek aan het beroemde ballet De Notenkraker! Mijn moeder had van de kinders voor haar verjaardag kaartjes voor deze voorstelling in het Nieuwe Luxor gekregen en een paar van die kinders (Ruben, Annick en moi) hadden zichzelf ook getrakteerd op een kaartje. Een mooie bijkomstigheid was dat een bezoekje aan De Notenkraker al járen op mijn Sleurzusterlijstje stond, nog voordat dat lijstje bestond zelfs. Ik was namelijk nog nooit van mijn leven naar een klassiek ballet geweest.

Je snapt: de verwachtingen waren hoog gespannen. Misschien wel een beetje té hoog, de mijne tenminste. De reden dat ik erheen wilde, was omdat ik de muziek die ik ervan kende, van de hand van Tsjaikovski, zo mooi vind. Ik verwachtte te worden opgeslokt in een suikerzoete sprookjessfeer en na afloop zwevend de zaal te verlaten. O jee, waar gaat dit heen? zul je denken. Gaat ze ons nou serieus vertellen dat haar eerste Sleurzusteractie in tíjden uitgelopen is op een complete teleurstelling en dat ze huilend en gedesillusioneerd naar huis is gegaan?

Welnee! Ik ben misschien niet ‘zwevend’ naar huis gegaan, maar we hebben (als ik namens ons allen mag spreken) absoluut een hartstikke leuke avond gehad! We hebben vooraf met z’n vieren gegeten bij LantarenVenster, dat was alvast erg gezellig, en we hadden prachtige plaatsen vooraan op het eerste balkon. So far, so good. Ik begon me wel wat zorgen te maken toen ik de enorme hoeveel kinderen binnen zag komen met hun stoelverhogers, maar die waren wonderbaarlijk stil de eerste helft van de voorstelling. Ja, je hoorde af en toe wel: ‘Dat kan ik ook, mam!’ als een danser een onmogelijk pose aannam, of ‘Pap, ik vind het zo saai, je hebt de verkeerde voorstelling gekozen!’, maar dat laatste kon ik me erg goed voorstellen (dat eerste zeker niet). Het was een voorstelling van meer dan twee uur met een korte pauze ertussen en bovendien was het een avondvoorstelling. En heel eerlijk gezegd vond ik het soms ook best wel saai. We hadden vooraf nog wel een samenvatting gelezen van het verhaal (wat een erg goed idee was van Ruben), maar die was blijkbaar iets te beknopt, want ik had af en toe geen idee waar ik naar zat te kijken.

Maar ik zal ook jullie uithoudingsvermogen niet te lang op de proef stellen. Conclusie: Ik vond het vooral leuk om een keer meegemaakt te hebben en het was een leuk avondje uit, maar behalve dat de dansers het goed deden (voor zover ik er verstand van heb), was dit denk ik niet de beste uitvoering ooit. Het decor vond ik erg karig en de muziek ook niet geweldig. Er zat af en toe een valse toeter tussen en van mij mocht de muziek eigenlijk ook wel een stuk harder, zodat je meer in de sfeer komt. Maar misschien ben ik te veel gewend aan poppodia waar de decibellen door je trommelvliezen geperst worden. Zou ik nog een keer gaan? Wie weet. Misschien over vijftien jaar met een kind dat dan tegen mij kan zeggen: ‘Mam, ik vind het zo saai, je hebt de verkeerde voorstelling gekozen!’

notenkraker1

Nienke bezoekt Strasbourg (met Ruben!)

Parijs. Ruben was er nog nooit geweest en ik sinds de middelbare school niet meer (en toen interesseerde het me geen biet). Jammer genoeg wordt dit geen blog over ons bezoek aan Parijs, want tot op heden is deze situatie onveranderd: het is ons nog steeds niet gelukt om deze stad samen te bezoeken. Tot drie keer toe hebben we een serieuze poging gedaan, maar wegens omstandigheden ging het steeds niet door. De voorlaatste keer bleek het Roland Garros te zijn in de dagen dat we wilden gaan (en dan is het daar druk en duur) en de laatste keer, twee weken terug, waren er allemaal rellen en dat soort ellende in en rondom de stad van de liefde.

Geen Parijs dus. Maar we wilden er wel erg graag even tussenuit na (vooral voor Ruben) een erg drukke periode. Maar wat dan? Londen dan maar? Na een hoop last-minute-websites doorgeploegd te hebben (twee dagen voor vertrek), viel de prijs ons erg tegen. Het grootste probleem is dat je die sloot over moet. Dan maar iets waar we met de auto heen konden én wat ook al een tijdje op mijn verlanglijstje stond: Strasbourg!

Strasbourg is erg leuk!! Ons hotel lag in het mooie oude stadscentrum, dus dat was erg leuk en ook ideaal voor een korte citytrip. Genoeg leuke restaurantjes en cafétjes in de buurt en ook als je tijdens een stadswandeling even ‘thuis’ wilt plassen is het erg handig. Ik heb me voorgenomen om dit jaar geen eindeloos lange blogs te schrijven, dus ik hou het bij wat hoogtepunten aan de hand van deze fotoreportage.

1) Grande Île is de naam van het historische centrum van Strasbourg en staat op de Unesco werelderfgoedlijst. Omdat het een eiland is kun je er met een boot omheen varen, maar dat hebben we niet gedaan. Het was lekker weer, dus we hebben een stadswandeling gemaakt, onder meer door de pittoreske wijk Petite France.

2) We hebben toch nog de Notre Dame gezien. En zelfs beklommen! Alhoewel dit geheel per ongeluk ging. We dachten namelijk dat we de kerk binnen gingen (we vonden het al gek dat we entree moesten betalen), maar toen de trappen aan de andere kant van de deur niet meer ophielden, beseften we ons dat we de toren aan het beklimmen waren. En dat we weleens iets aan onze conditie mochten doen (vooral ik aan de mijne). Maar eenmaal boven was het uitzicht fantastisch. Uiteindelijk hebben we ook de kerk nog vanbinnen mogen bekijken. Gigantisch en erg indrukwekkend.

3) Door de vele hippe cafétjes en restaurants, waar je ook als vegetariër goed aan je trekken komt, is het een erg leuke stad om te relaxen en uit te gaan. Wij vonden vooral de spiegeltent met live muziek erg leuk (helaas stond deze er maar tijdelijk, vanwege valentijn), maar we kunnen ook deze cafés en restaurants van harte aanbevelen: restaurant La Ruche, (afhaal)restaurant PUR ect. en eetcafé l’Artichaut waar we niet gegeten hebben maar wel lekkere lokale en speciale biertjes hebben gedronken. Yummie!

Waren er geen minpunten? Nou eigenlijk alleen de grote hoeveelheid zwervers in de straten. Tja, ik ben niet op vakantie om geconfronteerd te worden met andermans ellende. Geintje he, ff voor de duidelijkheid. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn met social media ;). En één andere kleine tegenvaller was dat we nét te laat waren om het Europees Parlement te bezoeken. Dat is alleen doordeweeks in de ochtend op afspraak vanbinnen te bezichtigen. De buitenkant, die we nog wél even gezien hebben, is ook wel aardig, maar daar ben je wel vrij snel op uitgekeken. Helaas voor de mensen die er ongevraagd naast kwamen te wonen. Desalniettemin, zou ik tot slot nogmaals willen zeggen: Strasbourg is leuk! En hip! En gezellig! Zegt het voort!

Week 29-51: Nienke trekt een sprintje

31 december, het (eerste) Sleurzusterjaar is bijna voorbij, een mooi moment om nog even een eindsprint te maken met mijn blogs. Hoewel ik jullie misschien, door het uitblijven van mijn blogs, de indruk heb gegeven dat het me niet gelukt is om het Sleurzusterjaar vol te maken, kan ik jullie tot mijn eigen genoegen mededelen dat het me toch gelukt is: ik heb alle 52 weken iets nieuws gedaan! Het enige dat me niet gelukt is is het wekelijks bloggen, dat is me enorm tegengevallen. In het bloggen ging voor mij veel te veel tijd zitten, want het woord “beknopt” stond niet in mijn vocabulaire. STOND niet in mijn vocabulaire, inderdaad, want ik ga nu alsnog poging doen om bekend te raken met dit begrip en zal in sneltreinvaart door de laatste twintig weken vliegen.

Hieronder volgt dus een samenvatting van mijn laatste Sleurzusteracties. Over sommige van deze acties had ik graag een uitgebreide blog geschreven, want die waren erg de moeite waard. Bij andere acties, die wat mij betreft minder geslaagd waren, ben ik eigenlijk blij dat ik daar nu makkelijk vanaf kom en er niet uitgebreid meer over hoef te schrijven. Zoals je zult zien loopt mijn lijstje maar tot week 51, want de blog over week 52 doe ik samen met mijn lieve zuster Rosanne en ik kan alvast verklappen: het wordt een spetterende afsluiter van ons Sleurzusterjaar! Maar voor het zover is eerst nog even een inhaalslag. Enjoy.

Week 29 (13-19 juli): Nienke festivalt op Welcome to the Village. Dit is absoluut één van de hoogtepunten van het jaar geweest! Samen met mijn vriendinnen Marije, Marsha, Camila en Rosanne (en met nog een hele groep vriendinnen van Rosanne) ben ik naar dit knusse, prachtige, geweldige festival in Friesland geweest. Heel graag had ik veel meer geschreven over hoe leuk ik het hier heb gehad met mijn lieve vriendinnetjes, maar dat zou wellicht een blog van tig A4-tjes zijn geworden, dus misschien is het maar beter dat ik nu moet volstaan met een kleine fotogalerij. Misschien dat ik op een ander moment hier alsnog een mooi verhaal over post.

Week 30 (20-27 juli): Nienke gaat sporten. Ik durf niet te zeggen hoelang ik al lid ben van de sportschool en hoe vaak ik al geweest ben. Dat durf ik letterlijk niet, want ik schaam me er een beetje voor. Het was mijn voornemen om het dit jaar alsnog op te pakken, maar toen kwam er iets heel anders op mijn pad: squashen! Vriendin Miranda stelde voor om samen te gaan squashen en dat bleek 100x leuker te zijn dan naar de sportschool gaan! Doei sportschool! Hallo rittenkaart van de squashbaan!

Week 31 (27 juli-2 aug): Nienke bezoekt Lantaren Venster. Deze week ben ik samen met Ruben naar een film in deze bioscoop geweest, iets wat we nog nooit gedaan hadden sinds ze verhuisd waren naar de spiksplinternieuwe locatie. Geen activiteit waar heel veel over te schrijven valt: Het pand is prachtig (in de lobby hadden we al weleens een drankje gedaan), de film was wel geinig: “While we’re Young”. Een film over een stel waarvan iedereen in hun omgeving settelt en gezinnetjes sticht terwijl zij zich daarvoor nog te jong voelen en krampachtig allerlei leeftijdsontkennende activiteiten ondernemen. Oeps, herkenbaar! Heb wel een aantal leuke Sleurzusterideeën opgedaan, hihi.

Week 32 (3 aug-9 aug): Nienke bezoekt de havens. In week 28 hadden we al een dagje toerist in eigen stad gedaan, maar voor een rondvaart door de Rotterdamse havens hadden we toen geen tijd. Dat hebben we in week 32 dus alsnog gedaan en het was erg de moeite waard! Helaas ben ik de foto’s kwijt, dus als je benieuwd bent zul je zelf een keer met de Spido moeten gaan.

Week 33 (10 aug-16 aug): Nienke bezoekt Apeldoorn. Mijn moeder en ik vinden het leuk om af en toe met een NS-dagkaart een stad te bezoeken waar we nog nooit geweest zijn. Zo waren we ook nog nooit in Apeldoorn geweest. De reden dat we op het idee kwamen naar Apeldoorn te gaan, was omdat er in week 33 een antiekmarkt was in de binnenstad. Dat leek ons leuk. En dat bleek ook leuk te zijn, m’n moeder scoorde twee leuke artdeco lampen, een vaas en een tafelkleed. Deze markt bleek later het hoogtepunt van ons bezoek te zijn, want de rest van Apeldoorn vonden we enigszins tegenvallen. De Jugendstil-wandelroute, die m’n moeder had meegenomen, bleek wel een goed idee te zijn. We kwamen er via deze route achter dat Apeldoorn tóch nog wat mooie straatjes had. Op de terugweg hebben we wat gegeten in Amersfoort, de volgende keer gaan we daar een hele dag heen!

Week 34 (17 aug-23 aug): Nienke draait productie. Mijn broer en ik waren het al een hele tijd van plan: ons een week opsluiten en ons de hele week focussen op één project. Week 34 was de eerste keer dat we dit deden. Het resultaat was 24 vogelvoederhuisjes van gerecycleerd materiaal mét sedumdaken. De huisjes opzich waren best leuk geworden, maar de kwantiteit was nogal teleurstellend (vooral omdat ze nog geen van allen helemaal af waren aan het einde van deze week). Geen lucratieve business dus, maar wel weer wat geleerd en bovendien was het erg gezellig. Bij de blog van week 50 kun je een aantal resultaten bewonderen.

Week 35: De Sleurzusters eten stikstof (ijsfonduen)

IMG_20150906_200904086

Week 36 (31 aug-6 sept): Nienke zeeft druk. Weer één van de vele DIY-projectjes. Helaas was het niet helemaal gelukt. Ik had gezien op youtube hoe je zelf thuis kunt “zeefdrukken” (eigenlijk is het meer sjabloneren, welbeschouwd). Alles ging goed behalve dat ik waarschijnlijk verkeerde lijm heb gebruikt om mijn zeefje dicht te smeren: met afdrukken had mijn rakel teveel weerstand op mijn zeef, waardoor mijn zeef scheefgetrokken werd. Het eindresultaat was dan ook uitermate teleurstellend 😦

Week 37 (7 -13 sept): Nienke en Marijn maken een familiefilm. Eigenlijk is dit een project dat meerdere weken heeft geduurd, maar waar we in week 37 mee begonnen zijn. Eigenlijk is dit project té mooi om geen hele blog aan te wijden. Eigenlijk gebruik ik het woord “eigenlijk” erg vaak. Eigenlijk is het project zo ontstaan: Onze oma en oudtante komen weinig de deur meer uit en zijn fysiek niet meer in staat hun kinderen en (achter)kleinkinderen / (achter)neefjes en -nichtjes te bezoeken. Het leek mijn broer en mij daarom leuk om bij alle familieleden thuis te gaan filmen en hiervan een film te maken die oma en tante Anna thuis kunnen bekijken, zodat ze toch kunnen zien waar we wonen en hoe ons dagelijks leven eruit ziet. Geweldig toch? Wordt vervolgd…. (hiermee bedoel ik: ik ga als deze film helemaal klaar is hier nog een uitgebreide blog over schrijven)

Week 38: De Sleurzuster gaan op avontuur (Tiengemeten)

IMG_3288Week 39 (21 -27 sept): Nienke bezoekt de botanische tuin. Rotterdam heeft een botanische tuin, wisten jullie dat? Trompenburg Tuinen en Arboretum is de naam. Hij is niet zo groot, maar op een zonnige zondagmiddeg is het mooie locatie voor een najaarswandeling. Vooral als je gratis naar binnen kunt met de Rotterdampas.

Week 40 (28 sept-4 okt): Nienke en Ruben passen op. Ik had nooit langer gebabysit dan een paar uurtjes. Ik vind het altijd erg intensief en vind een paar uurtjes wel genoeg. Nu zouden Ruben en ik twee dagen lang gaan oppassen op ons kleine neefje. Dat bleek een waar avontuur. De kleine man lag al op bed toen we kwamen en toen hij ‘s nachts wakker werd en opeens óns aan zijn bedje zag staan in plaats van zijn moeder, waren de spreekwoordelijke rapen gaar (hij kende ons blijkbaar niet goed genoeg). Na een lange nacht met weinig slaap ging het overdag wonderbaarlijk goed. Het manneke gedroeg zich voorbeeldig en we hadden het heel leuk met elkaar. Maar we besloten toch dat het voor iedereen beter was om hem de volgende nacht op een ander adres onder te brengen (waar hij als een roos heeft geslapen hoorden we later, grrr 😉 ).

Week 41 (5 -11 okt): Nienke bezoekt een drijvend concert. Met Lidian en Ruben ging ik naar een concert op Vessel 11, een oud lichtschip dat is omgebouwd tot poppodium en restaurant. De band, The Hickey Underworld, was wel geinig maar niet heel bijzonder, maar over de locatie waren we alle drie erg enthousiast: klein, maar erg sfeervol.

Week 42 (12 -18 okt): Nienke en de naaimachine. Oeps, een typisch geval van een mislukt project te wijten aan het gebrek aan voorbereiding. Ik had het naaimachine van mijn moeder meegekregen en was van plan om van een paar oude lapjes stof, als proefje, een telefoonhoesje te maken (en als dat goed zou gaan misschien wel een tas of een rok!). Alles ging goed totdat ik besloot dat de spanning van mijn spoel niet goed was (ik vond één van de draden te los). Nadat ik aan de spoel gezeten had met een bijgeleverde minischroevendraaier deed het apparaat dus helemaal niks meer en liep hij voortdurend vast. Nu moet ik er dus mee naar een specialist. Tot die tijd geen naaimachine-avonturen meer helaas.

IMG_20151020_214113590Week 43 (19 -25 okt): Nienke bezoekt de kappersacademie. Toevallig kwam ik Josta tegen bij de trein. Zij volgt de kappersopleiding aan de kappersacademie en had voor die dinsdag nog een model nodig. Dat had ik nog nooit gedaan dus dat was een mooie Sleurzusteractiviteit die me zomaar aan kwam waaien! Daar was ik blij mee en Josta bovenal. Nog blijer waren we allebei met het eindresultaat en het complimentje van de Juf! Ik ben erg blij met de kleur. Nr. 415… onthouden!

Week 44 (26 okt-1 nov): Nienke bant brinta en maakt cruesli. Nadat ik er in week 44 achter kwam dat ik 20 jaar lang dagelijks vergiftigd ben door Brinta (ok, ik dramatiseer het misschien een beetje, maar de verpakking blijkt giftige stoffen te bevatten en Brinta moet dit al jaren geweten hebben en heeft hier niets tegen ondernomen), besloot ik het havergoedje voorgoed te bannen en voortaan mijn eigen ontbijt te maken. Eerste experiment: De favoriete cruesli van Rosanne! Beetje aangebrand, maar toch lekker. Volgende keer ga ik cornflakes proberen.

Week 45 (2 -8 nov): Nienke wordt gefilmd. Zie week 37: de familiefilm, maar deze week was ik het onderwerp van de film in plaats van de maker! Een kijkje bij ons thuis dus (dat was opruimen geblazen!!). Marijn was cameraman en interviewer tegelijk. De rest van de familie had het tot dan toe zo goed gedaan dat de lat behoorlijk hoog lag! Vooral de achterneefjes en -nichtjes bleken natuurtalentjes. Gelukkig viel het me mee, het vertellen ging me beter af dan ik had verwacht, behalve dat ik achteraf dacht: Oww dat ben ik vergeten te vertellen en dat had ik moeten laten zien. Maar het voordeel is dat ik natuurlijk zelf nog beelden en voice-overs kan opnemen en toevoegen, mocht ik na montage niet tevreden zijn. 😉

Week 46: De Sleurzuster gloeien in Eindhoven

Week 47 (16 -22 nov): Nienke bezoekt het IDFA. Marsha was jarig en vond het wel leuk om ergens heen te gaan en toevallig was dat weekend het International Documentary Film Festival Amsterdam dat leek ons wel leuk en ik was er nog nooit geweest (Rosanne was hier ook geweest zonder dat we dit van elkaar wisten). Onze eerste keus was gevallen op iets interactiefs in DocLab, maar helaas waren daar niet genoeg kaartjes meer voor. Uiteindelijk zijn we naar twee films in het prachtige Tuschinskitheater geweest (niet in de grote zaal helaas): The Load en Double Aliens. Beide films vonden we op hun eigen manier erg mooi. Bij de eerste, die zich afspeelde in en rond een goederentrein op Cuba, vond ik de manier waarop het verhaal verteld werd heel mooi en de tweede, die zich afspeelde op het platte land van Zuid-Georgië,  bevatte spectaculair mooie beelden.

Week 48 (23 -29 nov): Nienke bezoekt Songbird. Ondanks dat ik singer-songwriters niet erg interessant vind over het algemeen, belandde ik toch op het Songbird Festival in Rotterdam. Dit kwam omdat Roel en Miranda ons hadden meegevraagd en er wel leuke dingen op de affiche stonden, zoals Novastar en Mr. en Mississippi. Die twee bands bleken de enige tegenvallers haha. We hebben veel leuke dingen gezien, maar de volgende artiesten waren wat ons betreft de absolute hoogtepunten: Charl Delemarre, Jett Rebel en, met kop en schouders, Douwe Bob. Wat een fantastisch optreden gaf die laatste. Hij was de enige die wij gezien hebben die een strijkersensemble bij zich had, waarvoor de zaal (grote zaal in De Doelen) zich uiteraard uitstekend leende. In tegenstelling tot alle andere optredens dat weekend, was er bij Douwe Bob niemand die wegliep (wat bij andere artiesten soms best genant was) en iedereen was muisstil. Ook was dit het enige optreden in de grote zaal waar we het geluid goed vonden (bij andere artiesten was het vaak één bak met herrie en galm). Ik hoop dat Douwe Bob op het Eurovisie Songfestival (ik dacht eerst dat hij een geintje maakte) mensen net zo weet te ontroeren als die avond op het Songbird Festival.

Week 49 (30 nov-6 dec): Nienke laat iets lasersnijden. Lasersnijden? Wat is dat? Dat is dun plaatmateriaal dat wordt gezaagd doormiddel van een laser. Tegenwoordig best wel populair en je kunt op veel plaatsen zélf een ontwerpje uit hout of een ander materiaal laten snijden. Tijdens het filmen van de familiefilm kwam ik erachter dat één van mijn neefs (hij heeft een bedrijf Gravogifts genaamd) dit ook kan! Ik had al vrij snel bedacht wat ik wilde gaan laten lasersnijden: zo’n kersthuisje waar je theelichtje achter kunt plaatsen. Het huisje werden twee kerkjes waarvan ik een ontwerpje maakte in Illustrator en doorstuurde naar mijn neef. Op de foto onder de blog van week 50 zie je hoe die geworden is (zelf ben ik er superblij mee!).

Week 50 (7 -13 dec): Nienke staat op de kertstmarkt. Niet ons idee maar dat van m’n moeder: onze spulletjes verkopen op de kerstmarkt. En met onze spulletjes bedoel ik spullen die Marijn en ik gemaakt hebben in week 34 + nog wat andere resultaten van DIY-projecten. En met “niet ons idee” bedoel ik dat m’n moeder ons ingeschreven had zonder dat we daar vanaf wisten (we kunnen er inmiddels wel om lachen). Van tevoren zag ik er best tegenop (ik ben een erg slechte verkoper van mijn eigen waar), maar toen we al onze spulletjes hadden uitgestald vond ik het er eigenlijk best leuk uitzien allemaal! Jammer genoeg kwam er geen kip op de markt af. Andere jaren is deze kerstmarkt best druk bezocht, ondanks dat het dorp (Goedereede is officieel eigenlijk een stad) en de markt vrij klein zijn, maar dit jaar bleken er op diezelfde dag nóg 5 kerstmarkten in de omgeving te zijn. Het was niet erg koud, maar als je langere tijd (van ‘sochtends half 10 tot 6 uur ‘s avonds) maar stil achter je kraampje staat zonder iets te doen te hebben, dan ben je op een gegeven moment toch verkleumd. Om half zes waren alle kraampjes dan ook leeg. Volgend jaar beter?

IMG_20151222_152253751Week 51 (14 -20 dec): Nienke maakt een kerstster. Na een erg drukke week 50 (voorbereiding kerstmarkt) was het deze week tijd voor iets leuks, iets kleins, iets rustigs: ik besloot een kerstster te maken. Het was even rekenen en puzzelen, maar uiteindelijk was dit het iniminie-resultaat (zie foto). Best goed gelukt toch? Het kalkpapier (overtrekpapier) bleek een erg leuk effect te hebben, vooral om de kerstlampjes heen, maar het was te dun voor een groter formaat. Volgend jaar maak ik een grotere van dikker papier met mooie uitgesneden figuurtjes erin en vloeipapier erachter enzo… Nee, voorlopig verveel ik me niet!

Nou dat was het dan, de samenvatting van m’n laatste Sleurzustermaanden. Je zult (als je het einde van dit verhaal gehaald hebt en dit dus nog leest) wel denken: die Nienke geeft het woord “beknopt” een nieuwe betekenis. Tja, misschien heb je wel gelijk ja. Het is alsnog een behoorlijk lang verhaal geworden. Maar als je zover gekomen bent met lezen vond je het blijkbaar geen probleem 😉

Week 28: Nienke is toerist in eigen stad

Hoelang woon ik ondertussen in Rotterdam? Oei, toch al zo’n twaalf jaar, moet ik bekennen. En toch had ik nog nooit de Euromast ‘beklommen’ of een rondvaart door de havens gemaakt, al sinds lange tijd de twee grootste toeristische trekpleisters van Rotterdam. Tijd om daar in mijn Sleurzusterjaar verandering in te brengen en een keer toerist in eigen stad uit te hangen!

Zoals ik in eerdere blogs al schreef, ben ik sinds dit jaar (ook voor het eerst) eigenaar van een Rotterdampas. Daarvoor wist ik wel van het bestaan van deze pas af, maar had ik me er eigenlijk nooit echt in verdiept, totdat ik begin dit jaar op de website van de Euromast las dat je er één keer gratis met de Rotterdampas op mocht. Ik besloot, voordat ik mijn dagje toerist in ging plannen, me nog eens in die pas te gaan verdiepen en wat een openbaring! Je krijgt op zo ongelooflijk veel dingen korting in Rotterdam en omstreken (wel 750 acties!), dat ik er niet lang over na hoefde te denken.

Met meerdere mensen had ik geprobeerd afspraken te maken voor een dagje toerist in Rotterdam, maar telkens mislukte dat, totdat Roel en Miranda, die kort daarvoor ook een Rotterdampas hadden aangeschaft, me attendeerden op een erg leuke (tijdelijke) actie: 50% korting op de Hop-on Hop-off bus, die die zondag voor het eerst in Rotterdam zou rijden. Toeristischer dan dat kon natuurlijk niet!

Het leuke van toerist in eigen stad zijn, is dat je je woonplaats met heel andere ogen gaat bekijken en helemaal vanuit een Hop-on Hop-off bus. Zodra ik (op ons mooie CS) in die afgedankte 80’s touringcar stapte, kwam gelijk een beetje het schoolreisjesgevoel van vroeger terug, behalve dan dat ‘ie niet vol zat met joelende klasgenootjes, want behalve ons viertjes zaten er maar twee andere toeristen in. Terwijl we naar de eerste stop reden, dreunde de ‘gids’ heel onwennig een verhaaltje op over alle bezienswaardigheden, vooral de Engelse versie behoefde ietwat meer oefening. Toch was het wel amusant en droeg het bij aan het toeristgevoel.

De eerste stop was het Museumpark, maar we besloten te blijven zitten tot de volgende halte: de Euromast. Eindelijk dan toch, na al die jaren stond ik er bovenop … de Euromast! Eerst kom je met de lift uit op het ‘kraaiennest’, waar je buiten vanaf het platform (/balkon) van 112 meter hoogte naar beneden kunt kijken en vervolgens kun je vanaf het platform nog met de Euroscoop (een roterende glazen hijsbak) naar de top op 185 hoogte. Al met al was het een stuk indrukwekkender dan ik had verwacht en eigenlijk is Rotterdam best een mooie stad vanuit de lucht. Ik vond het erg de moeite waard.

Helaas moesten we bijna een uur wachten voordat we weer on konden hoppen. We hadden ondertussen erg trek in een lunch (het was al bijna half drie), dus onze volgende stop was de Kop van Zuid, naast Hotel New York, waarvandaan we naar Katendrecht naar de Fenix Food Factory liepen. Dat is een oude loods die omgetoverd is tot een soort van alternatieve markthal waar je bij verschillende kraampjes je (verse) lunch bij elkaar kunt sprokkelen. Heer-lijk, was het. Jammer dat de bierjuffrouw nogal een bitch was (sorry, moet gezegd worden), verder is het echt een aanrader, mocht je er nog nooit geweest zijn.

We vervolgden onze busreis en kwamen uit bij de daadwerkelijke Markthal. Eigenlijk was er niet veel tijd meer over voor andere toeristische trekpleisters, want alles ging om vijf uur dicht. Ook onze bus reed maar tot vijf uur, wat ik wel een beetje vreemd vond. De Speedo en musea bewaarden we dus voor een andere keer. We besloten onze toeristische dag af te sluiten met een lekker biertje op een terras. En daarna nog biertje… en daarna nog een biertje op een ander terras… en daarna aten we nog wat in een restaurantje… eigenlijk gedroegen we ons precies als echte toeristen 🙂

Week 27: Nienke bast op haar bas

Ik heb een zwak voor basloopjes. Wat ik daarmee bedoel is dat ik erg hou van nummers met een toffe baslijn (zoals deze, of deze). Als ik een baslijn hoor, weet ik vaak gelijk om welk nummer het gaat en ik onthoud ze ook vrij gemakkelijk. Sinds ik er (jaaaren geleden) achter kwam dat ik een zwak heb voor de bas, heb ik de ambitie om basgitaar te leren spelen. Maar ja, zoals dat met zoveel dingen gaat: er komt meestal niets van terecht…

Ik heb het geluk dat ik veel muzikale vrienden heb, met wie ik ook weleens eerder muziek heb gemaakt (ik meestal op zang, soms op toetsen). Ruben en Arjen hebben samen in meerdere bandjes gezeten, met Ruben op gitaar en Arjen op bas. Toen Ruben drums leerde spelen en Arjen erachter kwam dat hij gitaar eigenlijk nog leuker vond dan basgitaar, gingen ze af en toe samen ‘jammen‘, zoals dat heet, op gitaar en drums. Toen ik vorig jaar aangaf dat ik graag bas zou willen leren spelen, werd ik uitgenodigd om een keer mee te jammen, dan mocht ik op Arjen zijn basgitaar en -versterker spelen. En wat bleek? Ik vond basgitaar spelen nog leuker dan ik dacht!

IMG_3458klein

Daar istie dan! Mooi he?

Sindsdien zijn we al een aantal keren samengekomen om te spelen (we hebben onszelf al “NAR” gedoopt, een acroniem van onze namen). Hoe leuk dat sporadisch samen spelen ook was (is), ik wilde méér. Ik wilde een eigen basgitaar, zodat ik thuis kon oefenen, en ik wilde op les. Na een paar basgitaren te hebben uitgeprobeerd bij Keymusic om de hoek, wist ik voor welke bas ik zou gaan sparen. Maar ondanks dat ik voor mijn verjaardag een bijdrage kreeg voor dit doel, schoot het sparen niet erg op. Op een gegeven moment besloot Ruben dat het te lang duurde en dat we de basgitaar samen zouden kopen. Dus op een zomerse woensdagmiddag in juli was het opeens zover: toen was ik zomaar opeens mede-eigenaar van een basgitaar!! Woehoew!! Wat een schatje is die Ruben toch hè?

Het oefenen kon beginnen! Je kunt wel raden dat, als ik niet genoeg geld had voor een basgitaar, ik ook niet genoeg geld had voor basgitaarlessen. Dat hoeft tegenwoordig gelukkig geen belemmering meer te zijn, want op YouTube kun je lessen vinden voor de meest uiteenlopende hobby’s en vaardigheden, dus ook voor het bespelen van de basgitaar. Het nadeel van YouTube is dat er ook een hoop rommel op staat, maar gelukkig hoefde ik niet lang te zoeken naar een kanaal dat er professioneel uitzag en dat geschikt was voor beginners: https://www.youtube.com/watch?v=7m9QGj9GjIY. Het eerste dat ik leerde, was dat ik zo snel mogelijk een schouderband moest hebben. Zo gezegd, zo gedaan. Nu kon ik echt van start!

De basgitaar is niet het eerste instrument waarin ik lessen ben gaan volgen. Ik heb vroeger tot in den treure pianolessen gehad (van die happy de peppy sonatines moest ik dan spelen, blegh), maar daar ben ik nooit virtuoos in geworden. De saxofoonlessen die ik later had waren wel succesvol, maar daar moest ik helaas te snel weer mee stoppen. Ik had verwacht, omdat ik dus best al wat van muziek af weet, dat de eerste lessen van deze tutorial nogal saai zouden zijn en dat ik die wel over zou kunnen slaan, maar eigenlijk was het best interessant en stak ik er ook nog wat van op. En met de zere vingers viel het ook wel mee. Wel enigszins demotiverend vond ik de vingervlugge freaky loopjes die hij er af en toe tussendoor gooit. Er zijn vast mensen die dat zien en denken: Wow dat wil ik ook kunnen! Ik ga net zo lang oefenen totdat ik dat ook kan! Maar ik dus niet. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot op heden nog niet verder ben gekomen dan de eerste drie lessen. Ik vind het toch veel leuker en motiverender om liedjes die ik ken te (leren) spelen en een beetje te jammen, wat ik dan ook regelmatig samen met Ruben doe en soms ook met anderen.

Ik zal wellicht nooit een Carol Kaye worden (die naam ken ik ook pas sinds ik bas ben gaan spelen) en als ik mijn opnames terugluister speel ik nog absoluut niet strak (niet te vaak doen dus), maar ik merk nu al dat het steeds een stukje beter gaat. Ik zal nog geen filmpje of geluidsfragment van mezelf online zetten, daar ben ik überhaupt niet zo van, maar wel heb ik hieronder voor jullie een paar video’s van liedjes die ik al een klein beetje in de vingers heb. Best wel tof toch?!

 

Week 26: Nienke maakt ijs

Wat doe je als na je vakantie, wat festivals en een hoop andere leuke uitjes je saldo op een dieptepunt is beland? Dan zoek je als Sleurzuster naar een activiteit die niet al teveel geld kost, maar toch erg leuk is, of zoals ik het al eerder noemde: pret voor een prikkie. Nu is er genoeg te doen binnen deze categorie, vooral ‘s zomers, maar een voorwaarde voor een Sleurzusteractiviteit is natuurlijk dat het ook nog iets nieuws moet zijn. Dus bijvoorbeeld Parkpop, dat ook in deze week viel, kwam niet in aanmerking (hoewel ik de übercoole 80’s synthpop-groep OMD, de reden dat ik naar Parkpop ging, nog nooit eerder gezien had). Ook mijn bezoek aan de tentoonstelling Hollands Deep, met foto’s van Anton Corbijn, in het Haags Gemeente museum een week eerder, kwam, hoe waanzinnig tof ook, wat mij betreft niet in aanmerking. Tjongejonge, zul je misschien denken, je maakt het jezelf wel erg moeilijk. Maar dat valt in dit geval best wel mee. In week 26 heb ik namelijk voor het eerst zelf ijs gemaakt en dat bleek verrassend simpel te zijn, zelfs zonder ijsmachine. En lékker dat het was!!

This is how you do it (recept van smulweb):

IMG1

Ingrediënten: 200 ml volle yoghurt, 80 gram suiker, 1 zakje vanillesuiker, 250 ml slagroom

IMG2

Klop de yoghurt, suiker en vanillesuiker totdat de suiker is opgelost. Klop de slagroom tot vla.

IMG3

Schep het yoghurtmengsel en de slagroom voorzichtig door elkaar

IMG4

Zet het afgedekt in de diepvries. Klop het mengsel ieder half uur met een vork helemaal door, herhaal dit tot volledig ijs (bij mij was dat na een uurtje of 3)

IMG5

En zzmikkelen en zzmullen maar!

Je zult je misschien afvragen waar dat elk half uur doorroeren goed voor is, maar dat is om ijskristallen te voorkomen (normaal doet zo’n ijsmachine dat waarschijnlijk). De tweede keer dat ik het maakte heb ik minder vaak doorgeroerd (ik was het na 1,5uur zat) en toen was het ijs inderdaad kristalachtiger. De smaak was de tweede keer wél beter trouwens, want ik vond dat er naar verhouding meer yoghurt door mocht en minder suiker. Dat was nóg lekkerder. Ik weet niet meer precies hoeveel yoghurt en suiker ik toen gedaan had, maar ik dacht 250ml yoghurt en 60 gram suiker.

En weet je wat helemaal fantastisch is? Als je er verbrokkelde koffieleutjes en vers fruit overheen doet! Zaaaaalig!

Week 25: Nienke bezoekt Pinkpop

Daaaaar is ‘ie weer… de christelijke weekkalender! Rosanne ging mij al voor en nu wil ook ik graag voor de gelegenheid gebruikmaken van deze kalender om mijn smokkelen te verbloemen. Mijn activiteit van week 25 viel namelijk volgens de gebruikelijke (‘heidense’) kalender éigenlijk in week 24. Maar omdat ik al zóveel andere dingen had gedaan in die week, allemaal het bloggen waard, besloot ik dat dit een mooi moment was om te zondigen (foei zuster!). Bovendien eindigde mijn activiteit pas ná twaalf uur ‘s nachts, dus eigenlijk was het maar een ietsiepietsie smokkelen.

Pinkpop. Toen ik vijftien/zestien was, zat ik aan de buis gekluisterd als Pinkpop op tv was. Ik was nog nooit op een groot festival geweest, überhaupt nog nooit naar een groot concert, en ik droomde ervan om ooit naar ‘het festival der festivals’ te gaan. Wat zag dat er geweldig uit en wat een fantastische bands kwamen daar. Toch was het er tot voor kort nog nooit van gekomen om naar Pinkpop te gaan. Wel bezocht ik een aantal andere grote festivals zoals Rock Werchter (dat was m’n eerste), Lowlands en Sziget, maar Pinkpop sloeg ik steeds over. Ik weet niet precies waarom, maar waarschijnlijk omdat mijn vrienden liever naar andere festivals gingen. Zo’n meeloper ben ik wel.

Toen ik dit jaar begon met het opstellen van mijn Sleurzusterswensenlijstje, vond ik dat Pinkpop daar ook op moest komen te staan. Mits de line-up goed zou zijn natuurlijk, want Pinkpop is een festival waar je heen gaat voor de grote namen. Toen in februari de line-up bekend werd gemaakt en de namen Foo Fighters en Pharrell Williams op de affiche prijkten, was de keuze snel gemaakt: ik zou naar Pinkpop gaan! En Marsha, Marije en Ruben gingen mee. Maar we zouden niet een heel weekend gaan, maar maar één dag, de zondag, want kamperen zagen we geen van allen zitten. Tja, dat is leeftijd bekennen hè.

Zaterdag 13 juni. Nog maar één nachtje slapen voor Pinkpop en we hadden er zin in. Ik had een playlist met allemaal Foo Fighters hits opstaan toen ik ‘s middags opeens een onverwacht berichtje kreeg van Marsha: “Weet je al of de Foo Fighters doorgaan, met Dave in ‘t gips?” Dat was het eerste wat ik ervan hoorde, en ik dacht eerst nog: met gips om je pootje kun je toch nog best een stukje zingen, en: zoveel pech zullen we toch niet hebben? Al gauw bleek dat we inderdaad enorme pech hadden en dat het optreden afgelast werd. Vooral Marije baalde als een stekker, en dat is nog zacht uitgedrukt. Natuurlijk was daar Pharrell nog, ook retegoed, maar ik ging eigenlijk in de eerste plaats voor de Foo Fighters, dat is toch meer mijn genre. Het is wat mij betreft een band die is uitgegroeid tot één van die legendarische bands die je een keer in je leven gezien wilt/moet hebben en ik had ze nog nooit gezien.

Zondag 14 juni was het Pinkpopzondag. Het was heerlijk weer en ondanks de teleurstelling van een dag eerder hadden we er zin in. Om tien uur vertrokken we met de auto richting Landgraaf. Zo’n tweeënhalf uur later zagen we Landgraaf al op de bordjes, maar het duurde door allerlei rare omleidingen door allemaal kleine dorpjes en een stukje Duitsland alsnog een uur voordat we er waren. Ok, kan gebeuren. We hadden er vooralsnog nog steeds zin in. Maar toen 1) op de parkeerplaats bleek dat je extra moest betalen om te parkeren (stond niet op de website), het 2) nog dik een half uur lopen bleek naar het festivalterrein, in de brandende zon, we 3) ook nog eens geen flesjes water mee mochten nemen op het terrein (ook geen zonnebrandcrème trouwens) en we dus ook onderweg niks te drinken hadden en 4) eenmaal op het festivalterrein aangekomen er enorme rijen voor de waterkraampjes stonden, hadden we het eigenlijk gelijk al een beetje gehad. Gelukkig was Marije heel slim geweest en had stiekem toch haar waterflesje mee naar binnen gesmokkeld, dus het eerste dat we deden was bij de wasbakken tot vier keer toe, met z’n vieren, het waterflesje vullen en leegdrinken. Toen konden we er weer tegenaan.

IMG_3089bew-klein

Urbanus hadden we helaas gemist, maar voor de andere bands die we wilden zien hadden we nog ruim de tijd. Na wat gedronken te hebben, met Dave Grohl op de foto gegaan te zijn, een roze hoedje gekocht te hebben en een klein stukje Nick Mulvey gezien te hebben, liepen we richting het hoofdpodium voor de eerste act die we wilden zien, de vervangingsact van de Foo Fighters: het Belgische Triggerfinger. Wat een waanzinnige show gaven die mannen weg zeg! Wat een energie! Ze kregen het publiek helemaal mee. Iets waarvan later zou blijken dat dat nog niet zo makkelijk was, want bij andere grote (internationale) bands, later die dag, zoals the Counting Crows en Placebo, was het publiek vreselijk tam, gewoon gênant. Het paste misschien ook wel een beetje bij de algemene sfeer op het festival. Het was allemaal erg gemoedelijk. Op zich hou ik wel van gemoedelijk, maar hierdoor (en door andere factoren zoals de rommelige aanblik en de slechte organisatie) voelde Pinkpop niet echt als ‘het festival der festivals’, maar eerder als een uit de kluiten gewassen (Limburgs) dorpsfeest. Ik had me er van tevoren in ieder geval iets heel anders bij voorgesteld. Wij allevier wel.

Dat wil niet zeggen dat we het er slecht naar onze zin hadden hoor. Integendeel. We hebben een aantal erg leuke bands gezien en ook tussendoor lekker gegeten en in het zonnetje geluierd in het gras, zoals dat hoort op een festival. De Jeugd van Tegenwoordig bijvoorbeeld, was erg tof. Soms vond ik dat er wel te veel onderonsjes en inside jokes op het podium waren, maar verder maakten ze er wel een enorm feest van. The Counting Crows en Placebo, noemde ik al eerder, vind ik over het algemeen best goeie bands, maar aan deze bands kon je toch wel goed merken dat ze last hadden van het ongeïnteresseerde publiek. Er was weinig interactie en af en toe bij Placebo zelfs irritatie, zo leek het. Zonde hoor. Je zou toch verwachten dat de gemiddelde Pinkpopganger, over het algemeen meer liefhebber van rock dan van pop, deze bands wel zou kunnen waarderen, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Pharrell Williams. Over Pharrell gesproken: nu de Foo Fighters afhaakten zou Pharrell de ‘grote afsluiter’ van het festival worden. En groots was het. Wat een waanzinnige show! Natuurlijk was dat ook wel te verwachten van zo’n grote Amerikaanse ster, wellicht de grootste van deze tijd, in ieder geval als songwriter. Het optreden begon een beetje gênant omdat hij tot een paar keer toe “Amsterdam!” riep en daarop nul respons kreeg, wat hem een beetje van zijn apropos bracht. Marsha was de enige die elke keer “Woohooow!” riep, want zij is toevallig Amsterdamse, hihi. Maar toen hij eenmaal zijn misser doorhad, was er geen houden meer aan. Alle voetjes gingen van de vloer, in ieder geval die van ons. We hebben staan dansen en gillen alsof ons leven er vanaf hing (en we kregen een hoop verbaasde en bezorgde blikken van de mensen om ons heen). Echt, Pharrell maakte alles goed, wat ons betreft. Beetje jammer was het abrupte einde van het optreden en de daarop volgende egotrip van Jan Smeets, de directeur en oprichter van Pinkpop, die ook nog even een applaus voor zichzelf wilde. Niet met zoveel woorden, maar daar kwam het wel op neer. Helaas, meneer Smeets, daar werken wij niet aan mee.

Na afloop bleven we nog even hangen op het festivalterrein. Het heeft altijd wel wat, zo’n after-festival-sfeertje, we blijven wel vaker plakken na feesten of festivals. We maakten onze laatste muntjes op en namen nog wat foto’s bij het Pinkpoplogo en van de enorme laag afval die over het hele terrein verspreid lag. Echt bizar, zo’n zootje hadden we echt nog nooit meegemaakt op een festival. Eenmaal terug bij de auto verrichtten we nog een goede daad, of eigenlijk Ruben. Hij heeft nog een paar zielige, gestrande Zeeuwen op weg geholpen wiens accu leeg was. Brave padvinder hoor, Ruben. Applausje voor jezelf!

Is het nodig dat ik tot slot nog even samenvat hoe ik mijn eerste keer Pinkpop ervaren heb? Ik geloof het niet. Inmiddels hebben de Foo Fighters al toegezegd dat ze in 2016 alsnog naar Pinkpop zullen komen, om het goed te maken. Daar hebben wij natuurlijk helemaal niks meer aan. Sorry Dave, ik hoop dat we elkaar nog een keer ergens anders mogen ontmoeten, maar Pinkpop… nee, dat wordt ’em niet meer voor ons. How about the Flakkeese Dagen?

 

Week 24: Nienke takes a Bath

In week 24 waren we (Ruben en ik) nog steeds in Engeland, maar niet meer in ‘Midsomer‘. Onze tweede (en laatste) vakantieweek brachten we door in de Cotswolds, een heuvelachtig gebied in het westen van het land. Het is een prachtig gebied waar we (wederom) veel mooie en leuke dingen hebben gezien en gedaan. Te veel om op te noemen. Daarom gaat deze blog over hetgeen dat wat mij betreft het meest de moeite waard was: een bezoekje aan Bath, een historisch stadje helemaal in het zuidelijkste puntje van de Cotswolds.

Hoewel er veel plaatsnamen zijn die tot de verbeelding spreken, is het meestal zo dat de naam niets te maken heeft met wat je daar aantreft. Zo kwam ik op de kaart van Engeland het plaatsje Beenham tegen (alleen leuk voor Nederlanders) en natuurlijk heb je ook in Nederland genoeg (uitgemolken) ‘grappige’ plaatsnamen zoals Rectum, Gaarkeuken, Goor en De Dood. Die laatste hoop je daar sowieso niet aan te treffen.

In het geval van Bath voldoet de plaatsnaam precies aan je verwachtingen: ze hebben er een bad. Meerdere zelfs. De stad is in de eerste eeuw na Christus gesticht door de Romeinen, die daar vanwege de natuurlijke warmwaterbron (de enige in Groot-Brittannië) een kuuroord vestigden. Hoewel er in de Roman Baths tegenwoordig niet meer gebadderd mag worden, omdat het water vervuild is geraakt door de loden leidingen, is het sinds kort (2006) toch weer mogelijk om te zwemmen in Baths warme bronwater en wel in het nieuwgebouwde Thermae Bath Spa. Van vrienden hadden we begrepen dat een bezoek aan dit badhuis (en kuuroord) een echte aanrader was.

IMG_2914

Ingang badhuis

Omdat Ruben had gelezen dat je het beste op een dinsdag of woensdag naar de Thermae Bath Spa kon gaan, vanwege de drukte op andere dagen, besloten we op de laatste dinsdag van onze vakantie te gaan. We waren die dag lekker laat uit ons nest komen rollen (op vakantie mag dat), dus tegen de tijd dat we in Bath waren, was het al middag. Gelukkig ligt het badhuis in het centrum van Bath, dus van bushalte naar lunchtentje (The Jazz Café) naar badhuis naar pinautomaat (irritant: het badhuis accepteerde geen MasterCard) en weer terug naar het badhuis was snel gelopen. We wilden eigenlijk alleen maar zwemmen, dus we gingen voor het goedkoopste arrangement (alsnog £32 p.p.), wat ons voor twee uren toegang gaf tot het binnenbad, de stoomkamers, het restaurant en het buitenbad op het dak. Om dat laatste was het ons te doen; dat zag er op de foto’s zo tof uit.

IMG_2912

Stiekem een foto van mijn voetjes

Nadat we ons snel omgekleed hadden en onze spullen in een kluisje hadden gedaan, begaven we ons in onze geleende badjassen en -slippers naar het eerste bad, het Minerva Bath. Eigenlijk valt hier weinig over te vertellen. Het was gewoon een binnenzwembad, niet al te groot met in de hoek een bubbelbad. De foto (in de fotogalerij hieronder) zegt genoeg. Over foto’s gesproken: foto’s maken was in het gehele complex verboden (niet dat iedereen zich daaraan hield), dus vandaar dat ik bijna alle foto’s van het badhuis van hun website heb gehaald. Vinden ze vast niet erg.

Next waren de Aroma Steam Rooms. Zoiets had ik nog nooit gedaan. Ik was überhaupt nog nooit in een sauna of kuuroord geweest; mijn enige ervaring tot dan toe was een keer in een vakantiebungalow waar zo’n houten minisauna in de slaapkamer was ingebouwd. Daar werd ik toen niet wildenthousiast van. Eigenlijk is het dus niks voor mij en ik krijg het al benauwd als ik ernaar kijk, maar toch zouden we het even proberen. Het was tenslotte bij de prijs inbegrepen en voor Hollanders betekent dat dat je, zij het tegen heug en meug, er dan tóch gebruik van moet maken. Grapje hoor, zo erg was het niet. De ruimte met de stoomkamers zag er poepiechique uit en de geur van allerlei heerlijke kruidenaroma’s kwam ons tegemoet, dus we kregen er zowaar zin in. Elke kamer had zijn eigen geur, maar niet allemaal even lekker. Van de vier kamers was er maar één waar we het langer dan twee minuten volhielden. Bij de eucalyptuskamer begon ik zelfs al astmatisch te piepen toen ik amper op de drempel stond. Nadat we een kwartiertje in de prettigste stoomkamer hadden zitten zweten (ik weet niet meer welk aroma daar hing), besloten we dat het de hoogste tijd was om af te gaan koelen op de bovenste verdieping: het buitenbad op het dak.

Hoewel het die dag een zonnige dag was, was dat aan de temperatuur niet te merken. Het was amper 20°C en er stond een behoorlijke bries. Dus toen we op het dakterras in de blote buitenlucht onze badjassen uitdeden, wisten we niet hoe snel we in het warme water moesten komen. Heerlijk was het water. En het uitzicht… wow! Vanuit het water keek je uit over de oude binnenstad, de River Avon die daar doorheen loopt en over de heuvels die de stad omringen. Het was adembenemend. Bijna net zo adembenemend als die eucalyptusstoomkamer, maar dan op een goeie manier.

Toen na enige tijd onze oren eraf begonnen te vriezen en we bijna door onze tijd heen waren, gingen we via de stoomkamers en het Minervabad weer terug naar de kleedkamers. Tegen de tijd dat we weer buiten stonden, was het al te laat om nog het Romeinse badhuis of andere toeristische trekpleisters te bezoeken, maar eigenlijk vonden we dat niet heel erg. We hadden eerder die week namelijk al de Chedworth Roman Villa bezocht, ook (een ruïne van) een Romeins badhuis, die erg de moeite waard was geweest. Als afsluiter besloten we om nog een korte stadswandeling door het centrum van Bath te maken, want daarvoor heb je gelukkig niet te maken met openingstijden. En het is gratisss 😉

Week 23: Nienke spots mr. Fox

Zoals jullie misschien al gemerkt hebben, ben ik niet het meest avontuurlijke type (keramiek beschilderen, musea bezoeken, vrijwilligerswerk in een seniorenflatneed I say more?), maar wat ik in week 23 heb meegemaakt was voor mijn doen best een avontuur.

In mijn vorige blog schreef ik al over mijn voorliefde voor Britse detectives en dat dat de aanleiding was voor onze vakantie naar ‘Midsomer’ en Oxford. Aan het einde liet ik jullie achter met een enorme cliffhanger, dus deze week aan mij de taak om deze cliffhanger eer aan te doen. Helaas ben ik geen detectiveschrijver, maar ik ga mijn best doen om er een mooi verhaal van te maken.

Het was een donderdagmiddag in juni. Een jong stel, een man en een vrouw, uitgedost zoals het buitenlandse toeristen betaamt, stapte de bus uit. De eerste kiekjes waren al snel geschoten en met de camera in de aanslag liepen ze door de straten van Oxford, zich verwonderend over al het moois, niet vermoedend wat hen te wachten stond. Wat begon als een zonnige vakantiedag in deze historische universiteitsstad, zou een dag worden die hen nog lang bij zou blijven. Van wat hen boven het hoofd hing, hadden zij geen enkel idee.

Slenterend over de highstreet, onderweg naar de volgende toeristische trekpleister, werden ze opeens staande gehouden door een onbekende man. Hij oogde onrustig en zonder hen aan te kijken en druk gebarend zei hij: “Ga deze straat niet in! Wegwezen!” Het tweetal keek hem in verwarring aan en deed zonder na te denken wat de man hen opdroeg.

Een stukje verderop bleven de twee stilstaan en vroegen zich af wat er nu eigenlijk zojuist gebeurd was en waarom de man hen had weggestuurd. Ze keken elkaar aan en dachten allebei hetzelfde: laten we op onderzoek uitgaan. Nog geen vijf minuten later liepen ze de straat in waar ze zojuist vandaan gestuurd waren. Wat ze daar aantroffen… Ze geloofden hun eigen ogen niet.

OK. Toen ik in de tweede alinea schreef ‘helaas ben ik geen detectiveschrijver’ dacht ik: hee, dat is eigenlijk ook nog wel een leuk Sleurzusteridee, een keer een (spannend) verhaal schrijven. Maar toen ik het stukje daarna aan het schrijven was (het schuingedrukte gedeelte), kwam ik daar gelijk van terug. Jeetje, wat is dat lastig zeg, vooral het opbouwen van spanning en het schetsen van een bepaalde sfeer. Ik ben er ook enorm lang mee bezig geweest, met die paar zinnen, en ben nog steeds niet helemaal tevreden. Dus voorlopig hoef ik het schrijven van een verhaal niet op mijn Sleurzusterlijstje te zetten.

Maar goed. Jullie willen misschien wel weten wat wij (want het stukje is uiteraard autobiografisch en gaat over Ruben en mij) in die straat aantroffen. Laat ik beginnen met het nuanceren van de gebeurtenissen zoals ik ze zojuist beschreef. Het klopt dat we een dagje in Oxford waren en dat we over de highstreet liepen en dat er een man was die ons wegstuurde bij een van de zijstraten. Dat de man onrustig oogde en tegen ons zei dat we weg moesten wezen, viel wel mee. Hij had een oortje in en vroeg ons beleefd doch dwingend om door te lopen. Ik had niet helemaal door wat er aan de hand was, maar Ruben was zo bijdehand om de betreffende zijstraat in te kijken en zag daar iets interessants.

We besloten over te steken en vanaf daar nog eens wat beter te kijken. Ruben zei: “Ik weet het niet zeker, maar volgens mij zag ik net het hulpje van Lewis.” “Serieus?! Laurence Fox?! Dat meen je niet! Serieus?!” riep ik en pakte mijn spiegelreflexcamera en zette de grootste lens erop. Het bleek inderdaad een filmset te zijn en de hoogblonde jongen waarvan Ruben dacht dat het Laurence Fox was bleek inderdaad Laurence Fox te zijn! “Hoe cool is dat!!” heb ik volgens mij wel vijf keer gezegd. Ondertussen was diezelfde medewerker nog steeds naar ons aan het seinen dat we in de weg stonden en we besloten (na stiekem nog drie keer door het beeld te zijn gelopen in de hoop dat we gefilmd zouden worden) toch maar door te lopen en het deel van de stad te gaan bezichtigen dat we nog niet gezien hadden.

Maar we konden het voorval niet vergeten en liepen als kippen zonden kop door de straten van Oxford zonder echt iets te zien. Hoe groot was de kans dat we nog een keer zoiets zouden meemaken? Op de filmset stuiten van één van onze favoriete tv-series? We moesten terug, vonden we allebei. Toen we terug de highstreet op liepen, stond het mannetje dat ons had weggestuurd er niet meer. Jammer, dachten we. Dan zijn ze waarschijnlijk alweer klaar met filmen. Maar we liepen toch door, het straatje in, en zagen nog wel de bus met apparatuur staan en een heleboel crew. Het was een leuk sfeertje. Allemaal mensen van de filmploeg die rustig rondliepen of dingen met elkaar aan het doorspreken waren. Terwijl we daar rustig langsliepen, schrokken we ons een ongeluk. Want opeens stonden we op een paar meter afstand van twee regisseursstoelen met daarin Laurence Fox en Angela Griffin, die daar op hun gemakje wat zaten te drinken. Blijkbaar was het filmen toch nog niet voorbij, maar hadden ze even pauze. Hadden wij even geluk!

Ze gingen weer beginnen met filmen en we besloten ergens in een hoekje te gaan staan waar een paar mensen stonden waarvan wij verwachtten dat die niet in beeld zouden komen. “Are you film crew? Are they filming for Lewis?” vroeg ik aan een man met een fluorescerend hesje. Dat bleek inderdaad zo te zijn. We waren niet de enige pottenkijkers, er stond ook een eigenaardige man naast ons (op z’n Flakkees zou je over zo iemand zeggen “die’s nie als ‘n aor”, die is niet als een ander). Vanaf waar we stonden, hadden we perfect zicht op de laatste scène die ze filmden. Het was een korte scène en we konden niet verstaan wat ze zeiden, maar dat mocht de pret niet drukken.

Toen de scène geschoten was en de acteurs klaar waren en weg mochten, liep Laurence Fox nog vlak langs ons. Hij kwam zo dichtbij (nog geen twee meter) dat ik geen foto’s meer durfde te maken, hihi, en ik durfde ook niks tegen hem te zeggen. Ik heb maar vriendelijk naar hem geglimlacht. De eigenaardige man naast ons begon heel hard naar hem te zwaaien, een beetje zoals kinderen naar Sinterklaas zwaaien, en zei: “Hi Laurence!”, waarop Laurence vriendelijk naar hem glimlachte en antwoordde: “See you John.” Ik vond het zó sympathiek, zoals hij op deze eigenaardige (super)fan reageerde, die waarschijnlijk bij een groot deel van de filmopnames aanwezig is en vaker contact met hem zoekt. Soms kan hij nogal arrogant overkomen (en niet alleen als zijn personage, James Hathaway, in Lewis), maar in het echt is hij dus ontzettend lief. Ik zou zelf bijna superfan worden. Ik ben sinds dat moment in ieder geval een nóg grotere fan dan ervoor.

Het bezoek aan Oxford was al erg de moeite waard geweest en voelde al een beetje alsof we in een aflevering van Morse en Lewis rondliepen, maar het bijwonen van deze opnames deed daar nog eens tien schepjes bovenop. Het was echt waanzinnig. Onze vakantie kon niet meer stuk. We waren het feit dat The Hall van het Christ Church College (die is o.a. de eetzaal uit Harry Potter) gesloten was alweer bijna vergeten.

Ik zou graag nog meer vertellen over de mooie stad Oxford met zijn mooie colleges, maar deze blog is ondertussen al zo lang geworden dat ik me genoodzaakt zie me te beperken tot een fotogalerij. Het is echt een leuke stad en als ik nog een keer in de buurt ben, ga ik zeker te weten nog een keer naar Oxford. Zelfs al is de kans dat ik nog een keer op de filmset van Lewis beland minimaal. Mocht ik dat geluk toch een tweede maal hebben, dan zweer ik bij deze dat ik al mijn moed bij elkaar zal schrapen en zal vragen of ik een figurantenrol mag spelen. Hoe cool zou dat zijn?!

Week 22: Nienke visits Midsomer

Wie mij een beetje kent weet dat ik erg fan ben van detectiveseries, vooral Britse detectives. Ik ben daarin niet alleen gelukkig, want Ruben vindt ze ook prima te pruimen, wat vanzelfsprekend een hoop gekibbel om de afstandsbediening scheelt.

Hoewel ik al járen ronddwaal door het landschap en de pittoreske dorpjes van Midsomer Murders en rondslenter in het Oxford van Lewis, Morse en Endeavour, was dat altijd alleen in mijn gedachten (en soms met google streetview), maar nooit in levende lijve. Tot 29 mei dit jaar. Toen was het eindelijk zover! Toen gingen we op vakantie naar Midsomer!

Midsomer? Die streek ken ik helemaal niet zul je wellicht denken. Dat kan kloppen. Midsomer is op geen enkele kaart van Engeland terug te vinden, want het is een fictieve streek bedacht door Caroline Graham op wiens boeken de serie Midsomer Murders is gebaseerd. Met Midsomer bedoel ik dan ook het gebied waar de gelijknamige tv-serie is opgenomen, nl. de counties Buckinghamshire en Oxfordshire en een aantal daar aangrenzende counties.

Wat ik zo leuk vind aan Midsomer Murders? Sowieso de hele setting met het heuvelachtige landschap en de chocolate-box cottages, daarvan smelt ik helemaal. Ik hou wel van dat Engelse getut. Maar wat ik vooral erg leuk vind aan de serie is het contrast tussen die schattige dorpjes met de op het eerste gezicht nette bewoners, die vervolgens op de meest gruwelijke en fantasierijke manieren hun dorpsgenoten omleggen. Dat vind ik erg grappig. Gelukkig is het allemaal fictie, dus een bezoek aan dit gebied brengt geen extra risico’s met zich mee.

In week 22 was het dus zover. Op vrijdag vertrokken we (belachelijk vroeg) met de auto naar Dunkerque vanwaaruit we de boot naar Dover namen. Om 12u lokale tijd stonden we al op het Britse onvaste land. Na een bezoekje aan de beroemde White Cliffs en met onze eerste scone achter de kiezen, vertrokken we richting Buckinghamshire. Dat ging minder voorspoedig. De Britten besloten ons Hollanders eens een lesje filerijden te geven. Voor een vertraging van 3 uur over een afstand van 40 km draaien ze hun hand niet om op de Londense ring. Maar toen we eenmaal bij ons vakantiehuis in Wendover aankwamen waren we dat alweer helemaal vergeten. Niet alleen het dorpje en de omgeving (de Chiltern Hills) waren prachtig, maar ook onze vakantiecottage, aan de rand van de dorpskern, was echt waarzinnig mooi. We konden het bijna niet geloven.

Voordat we op vakantie gingen was ik al weken bezig geweest met het opzoeken van Midsomer Murders-filmlocaties, maar dat bleek vergeefse moeite, want in het Tourist Information Centre in Wendover was een kant-en-klaar boekje te koop met daarin alle belangrijkste MM-filmlocaties op een rij. Oeps! Nou ja. Ik had er in ieder geval voorpret van gehad. Het boekje, hoewel ietwat gedateerd, bleek heel handig te zijn en aan de hand van het boekje en mijn eigen vooronderzoek stippelde ik een aantal routes uit. Ik zal niet elk dorp dat we bezocht hebben bespreken, dat zal ik jullie besparen, maar in de fotogalerij hieronder kun je zien welke dorpjes we gezien hebben (klik op de foto voor een uitvergroting). Ik ben benieuwd wie van jullie na het zien van deze foto’s gelijk een vakantie naar Engeland boekt.

Heb ik teveel gezegd? Geweldig toch? Van deze dorpjes kún je bijna geen slechte foto’s maken. Niet om mijn eigen fotografische kwaliteiten weg te vlakken of zo hoor. Stuk voor stuk waren de dorpjes de moeite waard (hoewel Beaconsfield wel erg druk was met verkeer), maar van alle dorpjes bleef toch Wendover met kop en schouders onze favoriet. Er is hier heel veel te doen in de directe omgeving en het dorp zelf heeft een mooi oud centrumpje met leuke winkeltjes en restaurants zonder dat het overspoeld wordt door hordes toeristen. Voor wie nog een keer van plan is die kant op te reizen is een verblijf in Wendover een echte aanrader.

Het hele gebied was nog mooier dan ik van tevoren gedacht had. Mede doordat we voor en tijdens de vakantie nog een heleboel MM-afleveringen hadden gekeken, waanden we ons helemaal in het Midsomer van Barnaby. Wat natuurlijk helemaal een kers op de taart zou zijn geweest, een buitenproportionele kers weliswaar, was als ze toevallig op dat moment in één van de dorpjes met de opnames van een nieuw seizoen Midsomer Murders bezig waren geweest. Hoewel ze sinds dit voorjaar bezig zijn met de opnames van een nieuw seizoen, was die kans, tenzij je inside information zou hebben, natuurlijk erg klein. Helaas kon ik “een keer figurant zijn in een aflevering van Midsomer Murders” dus niet aan mijn Sleurzusterslijstje toevoegen, hihi. Maar in week 23 heb ik wel iets anders meegemaakt dat bijna net zo leuk is….

Mooie cliffhanger he?

CliffsbijStMargrets-klein

Cliffs van Dover maar dan bij St. Margret’s Bay

 

Week 21: Nienke maakt er een potje van

 

In de categorie Nienke doet het zelf alsmede in de categorie Pret voor een prikkie ben ik deze week lekker creabea bezig geweest met keramiek. Ik ben niet aan het pottenbakken geslagen, helaas niet, want dat lijkt me ook nog wel erg leuk om een keer te doen, maar ik heb keramiek beschilderd. Even knus als pottenbakken, maar een stuk goedkoper en prima thuis te doen. Tenminste in mijn geval kostte het bijna niets. Mijn te beschilderen objecten, twee bloempotjes, kostten namelijk maar een paar euro en de glas-/ keramiekverf had ik een tijdje geleden van Marije gekregen.

Omdat de bloempotjes precies ongeveer nagenoeg de kleur waren van de muren in Marije’s nieuwe huis, leek het me leuk om ze voor haar te maken. Wat me nog leuker leek was om één van haar eigen ontwerpen te gebruiken. Omdat Marije en ik regelmatig elkaars ontwerpen over en weer mailen had ik keuze genoeg. Natuurlijk moest ik deze nog wel even schalen naar het goede formaat, maar toen ik dat eenmaal voor elkaar had kon ik beginnen.

Hier zie je hoe het gegaan is:potjes-1

En hier zie je het eindresultaat…. Tadaaa!potjes-2

Het leek me leuk om het tweede potje (de achterste op de foto) iets anders te maken dan het eerste en dus heb ik het ontwerp twee keer zo groot erop gezet, zoals je kunt zien. Inmiddels heb ik de bloempotjes aan Marije gegeven en ze was er blij mee. Hoewel ik me afvraag of ze het eerlijk gezegd zou hebben als ze het niks vond, haha. Als de potjes binnenkort ‘perongeluk’ gesneuveld zijn weet ik genoeg 😉

En wat vond ik er zelf van? Wat betreft het proces: Er zijn wel wat dingen die ik de volgende keer anders zou doen. Het overzetten van het ontwerp op de potjes met carbonpapier viel nogal tegen, maar ik weet nog niet precies hoe ik dit de volgende keer beter zou kunnen doen. Hoewel de kwast die ik gebruikte veel te dik was, was de verf wél erg prettig in gebruik. Het was vooral ook erg fijn dat ik het niet daarna nog hoefde te bakken in de oven (wat bij andere keramiekverf vaak wel moet). Een nadeel van de verf was dat deze ietsjes transparant was en dat het ontwerp niet echt zwart werd, wat ik van tevoren wel had verwacht.

Ik ga zeker nog een keer keramiek of glas beschilderen, want ondanks deze beginnersfoutjes vind ik het best een geslaagd project. Persoonlijk vind ik de schildering op het tweede potje wat tegenvallen, een beetje te grof. Maar het potje met de kleine mannetjes erop vind ik erg leuk geworden, wat vooral komt door het grappige ontwerp natuurlijk. Volgende keer ga ik eens een ontwerp van mezelf proberen!

 

Week 20: Nienke bezoekt de Late Rembrandt

Hallo lieve bloglezers! Het is alweer een tijdje geleden dat jullie van mij gehoord hebben. Als jullie dachten dat ik de Sleurzusters zat was en afgehaakt was: mooi niet! Ik ben op vakantie geweest en vond het zonde om mijn tijd daar te verbloggen. Ik lig dus ietwat achter met mijn blogs, maar heb wel enorm veel leuke (nieuwe) dingen gedaan de afgelopen weken waarvan jullie nog de verslagen tegoed hebben. Hieronder mijn avontuur van week 20:

Het zou once in a lifetime zijn en dat is maar goed ook, want je knapt er niet echt van op: een bezoek aan de tentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij dat ik het gezien heb, maar echt plezierig was het bezoek aan deze tentoonstelling niet te noemen.

Het begon al lekker, die dinsdagochtend. Gedrieën, ik had Ruben en Lidian bij me, waren we vanaf de metrohalte straal de verkeerde kant op gelopen. Nee, ik zal me niet verlagen tot beschuldigende vingers en grappen over hoe die torentjes van het museum er ook alweer uitzagen 😉 Gelukkig was Rosanne ons al vooruitgesneld en tegen de tijd dat wij eindelijk bij het museum waren stond zij al vooraan in de rij. Dat was erg fijn, want een kwartier later konden we naar binnen. Op de kaartjes voor De Late Rembrandt zat een tijdslot. Wij mochten van 13.00 uur tot 15.00 uur naar binnen. Het was inmiddels al half één geweest dus we besloten maar gelijk naar De Late Rembrandt te gaan, want voor lunch en een klein rondje Rijksmuseum was de tijd te kort.

IMG_20150512_125503690_klein

Bijzondere lampen in de hal

In de hal en in de gangen richting de tentoonstelling hadden we nog geen idee wat ons te wachten stond, maar toen we de eerste zaal binnenliepen beseften we: het is druk. Mijn hemel wat was het druk. We waren expres al op een dinsdag gegaan in de hoop dat het dan wel mee zou vallen. Eerst hoopten we nog dat het alleen in de eerste zalen druk zou zijn en dat het verderop beter zou worden, maar na vijf zalen schuifelen, wurmen en wringen hadden we die hoop wel verloren. Het was niet alleen druk, maar het was er ook nog eens warm, benauwd, donker, krap en bovendien verging het van de bejaarden met stokken en rolstoelen en dergelijk wapentuig. Dit alles ging ernstig ten koste van het kijkplezier, dat merkte je aan alle bezoekers. Iedereen liep óf met een rood hoofd neurotisch te zoeken naar een doorkijkje óf zat uitgeblust en moedeloos op een bankje. Wat dat betreft brachten wij het er nog goed van af. We trokken elk ons eigen plan, want in deze hectiek krampachtig bij elkaar proberen te blijven zou niet te doen zijn.

IMG_2405klein

‘Intimiteit’ was het thema van deze zaal! Fantastisch toch? Er had eigenlijk nog ‘ongewenste’ voor moeten staan 😉

Aan de hand van een gids die je bij de ingang kon meenemen liep ik door de tentoonstelling. Dat bleek erg handig en leuk. Omdat ik bang was te weinig tijd te hebben om álles goed te bestuderen richtte ik me vooral op de schilderijen waarvan ik de kans klein achtte dat ik die nog een keer zou kunnen bewonderen: die uit buitenlandse musea en privécollecties. De vaste collectie van het Rijksmuseum en de etsen bekeek ik wat vluchtiger. Ik heb ook een hoop foto’s gemaakt, een aantal daarvan zie je hieronder. Ze zijn niet geweldig geworden, maar het geeft een indruk van hoe het er daar uitzag en welke werken ik indrukwekkend en mooi vond (eigenlijk allemaal wel hoor).

Aan meneer Van Rijn heeft het niet gelegen: wat een waanzinnig goede schilder was die man. En etsen ging hem ook bijzonder goed af. Natuurlijk hadden we al eerder werken van hem gezien, zowel in het Rijksmuseum als in andere musea. Wat er dan zo bijzonder was aan deze tentoonstelling? Waarom once in a lifetime? Tja, ik denk eigenlijk dat ik blindelings in een goede marketingtruc getrapt ben. Het zou voor het eerst zijn dat alle (tot nu toe bekende) werken uit de laatste periode van zijn leven bij elkaar zouden hangen en voor een deel van deze schilderijen zou het voor eerst sinds eeuwen zijn dat ze terug zouden zijn in zíjn stad, Amsterdam (lees hier meer). Dat idee sprak me erg aan, nog steeds. Maar toen ik daar liep voelde ik me toch wel een beetje schuldig dat ik Ruben, Rosanne en Lidian hier mee naartoe gesleept had. Gelukkig namen ze het me niet kwalijk (zeiden ze).

Binnen de twee uur stonden we weer in de hal. Onze tijd was nog niet om, maar we waren er helemaal klaar mee, met die drukte. We wilden zitten en eten. Gelukkig konden we terecht in het museumrestaurant, waar we, toen de (prima) lunch eenmaal binnen was, nog bijna uur hebben zitten bijkomen. Een uur voor sluitingstijd besloten we toch op de valreep nog een rondje in de rest van het museum te doen, want ik was daar nog niet geweest sinds het verbouwd was. Wat een schitterend gebouw zeg, echt heel erg indrukwekkend. We hadden geen tijd om alles uitvoerig te bekijken, want daarvoor is één dag eigenlijk al te kort, laat staan één uur, en bovendien waren we zo gaar als boter. Op ons gemakje deden we daarom nog een rondje over de tweede verdieping (door o.a. de eregalerij), waar ook een hoop moois te zien was, maar waar we vooral bij de grappige objecten op deze verdieping bleven hangen.

Toen we weer buiten stonden, maakten we nog wat toeristische kiekjes bij de Nijntjes en gingen vervolgens op weg naar een terrasje waar we Marsha ontmoetten. Samen met haar aten we nog een hapje bij De Balie, een erg leuke tent. Ik was er al vaak langs gelopen onderweg naar Paradiso, maar nog nooit binnen geweest. Het was reuzegezellig met z’n vijven en een mooie afsluiter voor deze vermoeiende, maar toch ook wel leuke dag. In ieder geval een gedenkwaardige en blogwaardige dag 😉

Week 19: Nienke en Marijn fleuren oma op

In week twaalf was mijn beste Sleurzusteractie tot nu toe, wat mij betreft: het organiseren van de filmmiddag voor de senioren in Tuindorp. Mijn actie van week negentien heeft hier wat mee te maken. Zoals ik in mijn blog van die week al schreef, slaat de naam “Tuindorp” tegenwoordig nergens meer op. Op de foto hieronder kun je zien hoe Tuindorp er vroeger uit heeft gezien. Hoewel het een zwart-witfoto is, kun je je voorstellen dat het er een fleurige boel moet zijn geweest. Het is in niets te vergelijken met het woonzorgcomplex dat er nu staat (sinds 2009 denk ik). Het is een mooi gebouw en de appartementen zijn ook heel mooi, maar wat er absoluut mist is groen. Er ligt wel een klein randje gemeentegroen aan de ene kant, maar dat is beplant met één en dezelfde saaie struik.

Een van de plannen die in week twaalf de revue passeerden, was het “opgroenen” van Tuindorp. Mijn broer had al mooie plannen opgetekend en mijn moeder en ik hadden al contact gehad met de woningbouwvereniging en een locale hovenier, maar uiteindelijk hebben we wegens tijdgebrek toch voor het andere plan gekozen: de filmmiddag. Dat was een groot succes, mijn oma heeft het er nog steeds over. Maar haar uitzicht vanaf haar stoel, door de openslaande deuren, was er nog steeds niet op vooruit gegaan. Het is al zes jaar een saaie boel. Toen ze er net woonde, moest ze er heel erg aan wennen. Eerst woonde ze in een rijtjeswoning met zowel een voor- als achtertuin en bovendien keek ze uit over iets dat het midden houdt tussen een plantsoen, een parkje en een speeltuin. Ook was er veel meer bedrijvigheid, mensen die langs liepen en even zwaaiden bijvoorbeeld. Het staat in schril contrast met haar uitzicht nu. Aan het laatste, de bedrijvigheid, kunnen wij niet zo heel veel doen, maar aan haar terrasje wel.

Omdat onze moeder (en m’n schoonmoeder) voor moederdag wat plantjes zou krijgen, had mijn broer bedacht dat het een mooi moment was om gelijk oma’s tuintje eens op te gaan fleuren. Want van dat mooie plan was tot nu toe niets meer terechtgekomen. Ik had die week nog niet gesleurzusterd, dus dat kwam mij bijzonder goed uit. Op zaterdagochtend werd ik door hem met de auto opgehaald en gingen we naar Tuincentrum Van der Waal, een klein tuincentrum in Numansdorp. Het was best wel fris en het waaide enorm. Ik waaide bijna uit mijn jasje (en mijn asymmetrische kapsel waaide nóg asymmetrischer) en mijn broer, die erg optimistisch de deur uit gestapt was, waaide bijna uit zijn t-shirtje. De keuze in eenjarig pootgoed was niet echt reuze, maar er zat genoeg moois tussen. Eigenlijk was dat maar goed ook, want snel kiezen is toch al niet echt een van mijn kernkwaliteiten.

Met een auto volgeladen met knalgekleurde petunia’s, afrikaantjes en weet ik wat nog meer, kwamen we aan bij mijn ouders. Eerst zetten we bij hen de moederdagplantjes in de tuin en vervolgens gingen we door naar oma. Oma was, zoals altijd, erg blij om ons te zien, maar ze begreep niet helemaal wat we kwamen doen. Ze heeft af en toe moeite om de wereld om zich heen bij te benen, letterlijk en figuurlijk. Het was gelukkig inmiddels gestopt met regenen, dus we konden aan de slag. Omdat mijn oma zelf geen gereedschap e.d. heeft, had Marijn alle benodigdheden achterin de auto gegooid. We hadden niet echt een plan, maar dat ontstond ter plekke: broer groef de gaten en vulde de bloempotten met grond en ik begon met poten. Echt gestructureerd ging ik niet te werk, ik vond dat het best wel allemaal dwars door elkaar mocht staan, dus in een half uur zat alles in de grond. Marijn had ook nog een paar mooie lapjes paarse en roze bodembedekkers bij mijn ouders uit de tuin weggestoken (en ook nog wat sedum) die hij ook nog een mooi plekje gaf. Tot slot gingen er nog een paar gieters water over en klaar was Kees! Het enige waar we niet aan gedacht hadden, was om een bezem mee te nemen, maar de buurvrouw was zo lief om nog even het terras schoon te vegen.

Toen we weer binnen waren en nog een glaasje fris dronken met oma, begon het bij haar langzaam te dagen wat er nou eigenlijk net gebeurd was: “Oeh, kiek es hoe fleurig met al die kleurtjes.” Maar ze zou, zei ze, de volgende dag nog eens goed gaan kijken buiten, want het was nu veel te koud. En gelijk had ze, want het was inderdaad veel te koud buiten voor omaatjes. Maar ze was er blij mee volgens mij. Voordat we naar huis gingen, moest Marijn nog even wat sleutelen aan oma’s “gms” (een “grandma-monitoring-system” om oma mee in de gaten te houden), want dat deed het niet goed . Toen we vervolgens bij mijn ouders thuis keken of het systeem het nu wel goed deed, zagen we dat oma met haar rollator voor het raam naar buiten stond te kijken. Leuk he?

Week 17: Nienke vereeuwigt familieverhalen

Ik weet het, het is niet echt een onderwerp waar mensen van mijn leeftijd zich normaal gesproken mee bezighouden: familiegeschiedenis. Mijn project van deze week is misschien nog wel ‘stoffiger’ dan mijn actie van de vorige week (en ook in week 18 is het niet veel beter ben ik bang). Maar ik ben, sinds ik jaren geleden een aflevering van Verborgen Verleden heb gezien, helemaal om: geen verhaal is zo mooi als je eigen familiegeschiedenis. Hoe meer je je erin verdiept, hoe meer je te weten wilt komen.

De laatste jaren ben ik al bezig geweest met online stamboomonderzoek en met het digitaliseren van oude familiefoto’s. Voor het eerst zag ik foto’s van mijn grootouders toen ze jong waren, en voor het eerst de gezichten van de mensen die mijn overgrootouders en zelfs mijn betovergrootouders waren. Heel bizar. Maar ik zal niet blijven hangen in nostalgisch geëmmer of mijmeren over vergankelijkheid e.d., want daar zit niemand op te wachten. Het leuke aan oude foto’s en documenten is dat ze het verleden ‘tot leven’ brengen. Maar wat het verleden nog meer tot leven brengt, zijn de verhalen over deze mensen en vroegere gebeurtenissen. Foto’s blijven (meestal), maar verhalen sterven op een gegeven moment uit. Dat is eigenlijk vreselijk jammer. Daarom ben ik de laatste tijd mijn oma (van moeders kant) en andere familieleden veel vragen aan het stellen over vroeger.

familiealbum

Familiealbum dat oma maakte

Ik heb veel geluk gehad, ik ben opgegroeid met twee ontzettend lieve oma’s. Een van mijn oma’s leeft nog steeds. Mijn opa’s heb ik minder lang of zelfs helemaal niet meegemaakt. Ik denk dat ik mijn fascinatie met familiegeschiedenis van mijn oma van vaders kant heb. Zij was ook altijd actief met foto’s en albums maken en vertelde graag verhalen over vroeger. Ik mis haar soms nog steeds en vind het erg jammer dat ik haar geen vragen meer kan stellen. Gelukkig heb ik nog één heel lieve oma over. Met deze oma, de moeder van mijn moeder, praat ik zoveel mogelijk over haar jonge jaren en het leven vroeger, maar helaas is zij af en toe erg verward. Ze haalt veel dingen door elkaar, maar ze is dan ook al 91. Ik weet dat ik de vragen die ik nog wil stellen zo snel mogelijk moet stellen, want voor je het weet kan het niet meer.

Mijn idee voor week 17 was om eindelijk eens te beginnen met iets dat ik al heel lang van plan ben: het vastleggen van de verhalen over mijn familieleden en hun verleden. Iets dat nogal omvangrijk is en dat je niet in één week kunt doen, maar ik zou deze week een plan van aanpak maken en eerste stappen zetten. Waarschijnlijk wordt dit een project zonder eind (eigenlijk zou dat heel mooi zijn). Natuurlijk kan zoiets ook zonder plan van aanpak: bij mensen op bezoek en hen vragen stellen, maar ik weet inmiddels dat dit (voor mij) niet goed werkt. Zo vroeg ik een keer aan één van mijn oudtantes over haar boer: “Wat was mijn opa voor een man?” Deze schijnbaar eenvoudige vraag bleek heel moeilijk te beantwoorden. Het was geen onwil of een brok in de keel, maar het was simpelweg een vraag waar ze niet een-twee-drie een antwoord op had. Hij was aardig. Veel meer weet ik dus nog steeds niet over deze opa. Ik bedacht me dat ik dat ik het de volgende keer anders aan moest pakken.

De volgende keer zou ik met meer concrete vragen komen en wat subtieler te werk gaan. Ik ging aan de slag met het bedenken van vragen die ik (over) mijn familie wilde stellen. Deze lijst, die ik in de toekomst aan zal blijven vullen, werd al snel erg lang. En om de mensen (geïnterviewden) niet gelijk de stuipen op het lijf te jagen met een waslijst van 3000 vragen, besloot ik ook een prioriteitenlijstje te maken met de belangrijkste en interessantste vragen.

Niet alleen moet je de goede vragen weten te stellen, maar ook het vastleggen is nog niet zo eenvoudig. Ik ben me ervan bewust dat je met het zwart-op-wit zetten van verhalen over overleden mensen integer te werk moet gaan. Je wilt uiteraard zo dicht mogelijk bij de waarheid komen en zoveel mogelijk te weten komen en vastleggen, maar aan de andere kant moet je ook in je achterhoofd houden: is dit hoe hij of zij zelf herinnerd had willen worden? Zij kunnen zichzelf niet verweren. Bovendien zijn verhalen subjectief en betreft het geen feitelijke kennis; iedereen interpreteert gebeurtenissen op zijn eigen manier. Ook evolueren verhalen in de loop van de tijd en wijken ze steeds (iets) verder af van de waarheid. Kortom: lastig. Maar de oplossing voor dit probleem bleek best eenvoudig: verificatie en bronvermelding en geen verhalen die zwartmaken (of ze nu waar zijn of niet).

Mijn plan begon zo al aardig vorm te krijgen. Ik had bedacht wie ik als eerste zou benaderen en wat ik wilde vragen. Ik had al een mooie begeleidende brief geschreven voor de mensen die ik per post zou benaderen. Mijn volgende stap: de brieven versturen aan mijn eerste slachtoffers en mijn eerste bezoekjes plannen! En nu maar hopen dat er iemand mee wil werken … anders is deze hele Sleurzusteractie voor niks geweest! Maar ik denk dat het wel goed komt, want een aantal van mijn tantes is alvast erg enthousiast. Eén interview heb ik alvast binnen: met mezelf! Want mijn eigen herinneringen aan mijn grootouders (en zelfs twee overgrootouders!), zijn ook zeker het vereeuwigen waard!

Week 16: Nienke viert haar 32ste lente

In week 16 was het tijd voor het jaarlijks terugkerende, heuglijke feit: mijn verjaardag, hoewel de heuglijkheid ervan naar mijn idee toch elk jaar ietsjes afneemt. Waar is de tijd gebleven dat iemand vroeg: “Hoe oud ben je geworden?” en dat je dan trots zes vingers in de lucht hield? Als nu iemand vraagt hoe oud ik geworden ben, dan steek ik maar één vinger op.

Als jullie horen wat ik dit jaar op mijn verjaardag gedaan heb, dan zullen sommigen van jullie waarschijnlijk in de lach schieten: ik ben namelijk naar de Keukenhof geweest. Ja ja, ik weet het, het is zo’n typisch seniorenuitje, iets dat je op je 67e verjaardag doet en niet op je 32e, maar ik trek me daar niks van aan. Ik hou wel van wat kneuterigheid op z’n tijd. Bovendien hou ik heel erg van bloemen, vooral tulpen. Een bezoekje aan de Keukenhof stond dan ook al een tijdje op mijn lijstje, maar er was tot nu toe nog niets van gekomen. Mijn ouders, die er ook nog nooit geweest waren, kwamen met het goede idee om mij op mijn verjaardag te trakteren op een dagje Keukenhof en mijn vriendin Marije mocht ook mee. Gezellig!

Ik ga proberen om een lang verhaal kort te maken (iets dat mij over het algemeen nogal wat moeite kost), want ik heb hieronder al een traktatie voor jullie in de vorm van een enorme fotogalerij. Ik heb iets van 150 foto’s gemaakt, dus ik heb al flink uitgedund! Zoals je op de foto’s kunt zien, hadden we het erg getroffen met het weer. Het was dan ook behoorlijk druk. Niet zozeer in het park, want dat is behoorlijk groot, maar vooral onderweg en op het parkeerterrein. Zowel de heenreis als de terugreis duurden enorm lang en niet omdat er ergens rollators dubbel geparkeerd stonden. Nee, een of andere druif bij Provinciale Staten had bedacht dat het een goed idee zou zijn om de onderhoudswerkzaamheden aan de voornaamste toegangsweg precíes te plannen in díe twee maanden van het jaar dat de Keukenhof open is. <Zucht.> Maar verder ga ik niet mopperen, nou ja, misschien een beetje nog over de karige keuze in lunchgerechten, maar verder alleen maar lof over mijn dagje Keukenhof!

Ik vond de Keukenhof echt erg leuk. Het mooie weer en het goede gezelschap speelden daarin natuurlijk ook een belangrijke rol (en de halve liters witbier, hihi). Vooraf had ik eigenlijk meer grote velden met tulpen verwacht in plaats van kleine perkjes in een parkachtige omgeving. Maar dat vond ik juist wel leuk, want grote tulpenvelden heb ik al zo vaak gezien bij mijn ouders in de polder. Het park is prachtig aangelegd en er was, ondanks dat nog niet alles bloeide, een grote variëteit in soorten tulpen en ander bolgewas te zien. Ook waren er een heleboel bloesembomen, echt prachtig, en mooie rotstuinen en vijvers. Maar verder ga ik er niets meer over zeggen, want de foto’s spreken voor zich!

Dus bedankt paps, mams en Marije! Deze fleurzuster heeft een enorm leuke verjaardag gehad. Ze was even bijna vergeten dat ze jarig was, op een goeie manier 😉

 

Week 15: Nienke maakt een nieuwe website

Mijn blog over week 15 is erg laat, zeg maar gerust schandalig laat. Nee, dit wordt geen verhaal over hoe lastig en tijdrovend het soms is om een sleurzuster te zijn, want voor je het weet heb je de bijnaam ‘zeurzuster’ aan je broek hangen. Nee, de reden voor mijn uitgestelde blog is van een heel andere orde.

Als ‘voor je uitschuiven’ een olympische sport zou zijn, dan lag ik op koers voor een medaille. Tot voor kort, want gelukkig gooiden de sleurzusters roet in het eten. Het leek me een goed idee om de sleurzusters niet alleen te gebruiken als stok achter de deur voor leuke dingen die ik altijd al had willen doen, maar ook voor nuttige dingen die ik al heel lang voor me uitschuif. In deze laatste categorie valt het bouwen van een nieuwe website. Iets dat ik al een hele tijd van plan was om te doen, maar wat ik steeds uitstelde omdat ik er om meerdere redenen tegenop zag.

Ik ben namelijk al een hele tijd zzp’er. Ik ben illustrator en doe daarbij ook vormgeving en sinds een paar jaar ook animaties. Járen geleden heb ik een prachtige website ontworpen (nee, dit is geen sarcasme, ienvelopjes-1k ben er oprecht nog steeds heel blij mee) met daarop mijn portfolio, om potentiële opdrachtgevers binnen te halen. Aanvankelijk vulde ik mijn portfolio nog af en toe aan met nieuw werk, maar de laatste jaren heb ik dat flink laten versloffen. Zo staan er bijvoorbeeld helemaal geen animaties op, terwijl ik tegenwoordig net zoveel animeer als illustreer. Nu is het gedateerde portfolio nog niet zo’n probleem, dat is een kwestie van nieuw materiaal erop zetten, maar op dit moment is mijn website op meerdere fronten niet meer up-to-date.

Ook technisch is mijn website inmiddels ernstig gedateerd. Mijn website is namelijk gebouwd in het programma Flash. Op zich een prima programma om websites in te bouwen (ik gebruik het ook om animaties mee te maken), maar helaas worden flash-bestanden tegenwoordig door steeds minder apparaten ondersteund. De meeste smartphones en tablets bijvoorbeeld ondersteunen geen flash. Dat was zeven jaar geleden, toen ik mijn website lanceerde, niet zo’n probleem, want toen kwam je die apparaten nog maar weinig tegen. Maar tegenwoordig kun je er niet meer omheen. Ik moest dus mijn website smartphonevriendelijk en dus helemaal opnieuw maken.

Hoe dan? Welk programma is dan het meest geschikt? Hoe werkt dat dan? Wat kan ik daar dan allemaal mee?… Allemaal vragen waarop ik zelf geen antwoord kon geven en eerlijk gezegd mis ik voor zulke dingen niet alleen kennis van zaken, maar ook het geduld om het uit te zoeken. Gelukkig heb ik daar zo ‘mijn mannetje’ voor. Ruben had een gratis programma voor me gevonden (eigenlijk een CMS) dat het meest geschikt zou zijn om het door mij beoogde resultaat te bereiken: Drupal.

Wat een drama zeg (sorry Ruben, het is niet ondankbaar bedoeld). Ik vind mezelf niet erg traag van begrip wat betreft het onder de knie krijgen van nieuwe programma’s, maar hier had ik echt geen kaas van gegeten. Het was wat mij betreft compleet niet intuïtief en bruikbare tutorials kon ik ook niet vinden. Ik wist echt niet waar ik naar zat te kijken, laat staan wat ik ermee moest. Toen Ruben me wat meer wegwijs had gemaakt (wel weer irritant dat ik daar dan weer een man voor nodig heb), begon me wel ietsjes meer duidelijk te worden hoe het programma opgebouwd was, maar gelukkig was Ruben het met me eens dat dit programma geen blijvertje was. Wat me ook langzaamaan duidelijk werd, is dat ik sowieso flink wat concessies zou moeten doen wat betreft het uiterlijk van de website, welk programma ik ook zou gebruiken. Daar werd ik wel een beetje verdrietig van, want zoals ik al zei: ik ben nog steeds erg blij met hoe mijn website eruitziet. En voor iemand in mijn vakgebied is dat best wel belangrijk. Mijn conclusie: Ik maak gewoon twee websites. Eén voor mensen die flash hebben en één die op de mobiel te bekijken is.

hand-vierkantNu heb ik nog steeds niet verteld waarom ik zo laat ben met het posten van mijn week 15-blog. Toen ik me had voorgenomen om voor week 15 mezelf als doel te stellen om een nieuwe website te gaan maken, ging ik er fanatiek mee aan de slag. Wat fijn zeg, dacht ik, zo’n stok achter de deur. Eindelijk schoot het een beetje op met m’n website(s). Maar aan het eind van week 15 was m’n nieuwe website nog lang niet klaar. Nou, dacht ik, ik ben nu zo lekker om dreef, laat ik er nog een paar dagen aan vast plakken, want als ik mezelf die stok achter de deur ontneem, weet ik niet of ik m’n website nog binnen korte termijn af ga maken. Dus zodoende plakte ik er nog anderhalve week (and counting) aan vast.

Wat was het leuk geweest als ik nu kon zeggen: “Tadaa! Hier is’ie dan! Mijn spiksplinternieuwe website!” Maar helaas moet ik mijn blog afsluiten met een anticlimax: mijn website is nog niet af. Graag had ik deze blog gebruikt om mijn nieuwe website aan jullie te presenteren, maar ik moest realistisch zijn: dit ging te lang duren. Ik kon het geen maanden blijven uitstellen, want er moet wel continuïteit in de sleurzustersblogs blijven. Rosanne staat ondertussen al een tijdje te trappelen om haar blog over haar avonturen van week 16 te posten, maar moest uiteraard wachten tot ik eindelijk eens met mijn week 15-blog op de proppen kwam.

Als m’n website daadwerkelijk af is dan laat ik het jullie weten hoor! Maar voor nu, om het een beetje goed te maken en jullie toch alvast een voorproefje te geven, hier een linkje naar mijn oude website en voor de mensen die deze niet kunnen bekijken hieronder nog wat plaatjes van hoe mijn website was en hoe hij (waarschijnlijk) gaat worden.

O ja, voor de mensen die het leuk vinden: een aantal van de animaties die ik heb gemaakt, heb ik gemaakt in samenwerking met Mirage, het mediaproductiebedrijf van mijn broer. Op de website van Mirage kun je twee van deze animaties bekijken (hier en hier).

Week 14: Nienke gaat voor huisje, boompje, beestje

Het valt soms niet mee om een goede sleurzuster te zijn. Tenminste, voor mij. Ik ben nog steeds heel enthousiast over het hele initiatief hoor, en het heeft me al veel leuke ervaringen opgeleverd, maar er gaat al met al gewoon een hoop tijd in zitten. Niet alleen in de activiteiten zelf, maar ook in dingen zoals planning, het voorbereiden van sommige projecten (zoals de vrijwilligersactie en het ontwerpen van de lampenkap) en last but not least het schrijven van een leuke blog.

Wat de planning van activiteiten soms lastig maakt, is dat je je activiteiten wilt verdelen. Bijvoorbeeld: de bedoeling is één activiteit per week (en niet drie dingen in één week en andere weken niks), sommige dingen zijn weers- of tijdsafhankelijk en een laatste ‘handicap’ is dat ik veel activiteiten op mijn lijstje leuker vind om met andere mensen samen te doen en dus met hen moet kortsluiten.

Vorige week kreeg ik het op m’n heupen. Ik had opeens heel erg behoefte aan duidelijkheid en wilde voor de komende weken een aantal sleurzusteractiviteiten vastleggen. Dat leek heel even voorspoedig te gaan, totdat m’n plan voor diezelfde week, week 14, tot twee keer toe niet doorging. De eerste keer was niet erg, ik had nog genoeg tijd voor een plan B, maar toen plan B, een bezoekje aan Tiengemeten, op het allerlaatste moment ook niet doorging …. had ik toch even een sodeju-momentje. Achteraf vond ik het niet zo erg, want ik was Rosanne vergeten mee te vragen (sorry nog he!), maar op dat moment baalde ik als een stekker.

Mijn moeder en mijn broer, Marijn, schoten te hulp met allemaal goede ideeën. Mijn moeder herinnerde mij aan mijn ambities om nog een keer zelf een kledingstuk te naaien en wilde al haar naaispulletjes van vroeger voor mij van zolder halen. Ik was gelijk enthousiast. Maar toen Marijn met het idee kwam om een vogelhuisje (nestkastje) te timmeren, iets wat ik ook nog steeds een keer wilde doen, leek me dat tijdtechnisch toch een betere optie. Bovendien was het daar ook de juiste tijd voor, want het broedseizoen begon al bijna.

Alles was voorhanden (bij mijn ouders op de boerderij): kuubskisten en pallets vol restanten hout, gereedschap, spijkers en een boekje dat m’n broer had gekocht: Bouw zelf het juiste nestkastje. Een erg leuk boekje waarin je ook kon lezen welk vogeltje welke eisen stelt. Eigenlijk kwam het hierop neer: hoe groter het kastje en het gat, hoe groter de vogel die er een nestje in wil bouwen, tot op zekere ‘hoogte’. Klink best logisch. Ik wilde eigenlijk een spreeuwenhuisje maken, omdat die beestjes tegenwoordig moeite hebben om te overleven (de populatie in Nederland is sinds de jaren 90 gehalveerd), maar daarvoor waren de planken die ik had gevonden te klein, dus ik ging voor een slag kleiner: een mussen- en mezenhuisje (en andere vogels van hetzelfde formaat).

Met mijn ontwerpje bij de hand (want ik wilde niet rechtstreeks het ontwerp uit het boekje kopiëren) ging ik aan het meten, aftekenen, zagen, boren en timmeren, met hier en daar wat hulp van mijn broer en mijn vader. Het werd dit keer gelukkig geen nachtwerk, maar het was al wel donker buiten tegen de tijd dat ik klaar was, dus ik kon het huisje niet meer zelf buiten ophangen. Hieronder zie je het resultaat.

Hee, zul je misschien denken, wat zit er nu op het dakje? Nou, dat is een sedummatje! Grappig he? Een leuk idee van mijn broer! Hij kweekt namelijk sedum vegetatiematten, o.a. voor groendaken en voor in tuinen, Earthkweek heet zijn bedrijf. Nog even wat meer reclame maken hoor: de kweek van deze matten gebeurt biologisch en met gebruik van gerecyclede materialen. Hij kweekt niet alleen sedummatten maar ook matten met kruiden- en bloemenmixen. Ik mocht een stukje van één van de matten gebruiken voor op het dakje. Hij had een mooi stukje voor me afgestoken en ook nog een stukje waterdicht folie/plastic op maat gemaakt voor eronder. Ziet er superchic uit als je het mij vraagt!

De volgende dag kreeg ik een berichtje van mijn moeder dat het zo gezellig druk was rondom het nestkastje. Marijn had een geschikt plekje gevonden aan een oude conifeer en het kastje opgehangen. Beschut, maar toch goed zichtbaar vanuit de keuken. Speciaal voor mij en voor mijn aanstaande blog had hij ook nog wat mooie foto’s gemaakt en doorgestuurd van een pimpelmeesje dat druk bezig was de boel te verkennen. Schattig hè? Je ziet ‘m bijna denken: “Nee, echt? Zomaar een huisje, kant-en-klaar? Da’s bijna te mooi om waar te zijn. Waar is de verborgen camera?” Maar het lijkt erop dat hij (of zij) toch besloten heeft de gok te wagen. Wat zal dat beestje blij zijn dat mijn Tiengemeten-plannen niet zijn doorgegaan! 😉

Week 13: Nienke is op koers

Vorige week in mijn sleurzustersweek heb ik iets gedaan dat aan bijna al mijn sleurzusterseisen voldoet: Het is iets dat ik nog nooit eerder gedaan heb, iets dat ik al heel lang van plan was, iets wat ik ook best wel spannend vond en het is bovendien iets zinnigs. Wat dan weer helemaal níet bij de sleurzustersideologie past, is dat ik het vanaf mijn luie reet vanachter mijn laptop heb gedaan. Niet echt een activiteit te noemen dus, in de letterlijke zin van het woord, maar ik ben er zelf super enthousiast over! “Kom op Nienke, vertel het nou, laat ons niet langer in die ondraaglijke spanning!” hoor ik jullie denken. OK dan, hier komt ‘ie: ik heb aandelen gekocht! Ik ben nu mede-eigenaar van een beursgenoteerd bedrijf! Hoe cool is dat?

Nou ja, ik zal het gelijk maar een beetje afzwakken: ik heb certificaten van aandelen gekocht. Maar eigenlijk is er niet heel veel verschil en is een certificaat evenveel waard als een aandeel. Het grootste verschil is dat ik maar beperkt stemrecht heb op aandeelhoudersvergaderingen. Hihi, maar daar ben ik geloof ik wel blij om, want ik weet niet of het het bedrijf ten goede zou komen als ik me ermee zou gaan bemoeien.

Aandelen, koersen, beurzen, beleggingsfondsen, het is altijd een ver-van-mijn-bed-show geweest. Dat is voor mij ook altijd het grootste obstakel geweest: hoe weet ik nou waar ik in moet investeren? Dan moet je toch kennis van beleggen en aandelen hebben en van de winstprognoses van bedrijven enz.? Het leek me maar ingewikkeld en risicovol. En wat ik ook altijd dacht is dat het alleen is weggelegd voor mensen met een dikke portemonnee, die ik dus niet heb. Totdat ik paar maanden geleden terechtkwam op de website van Fastned. Daar kwam ik erachter dat het helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn en het zelfs heel laagdrempelig kan zijn. Instappen kan al vanaf 10,- en het enige dat je blijkbaar hoeft te doen is online een formulier invullen. Dat is dus wat ik vorige week gedaan heb.

Ik weet eerlijk gezegd niet meer hoe ik op de site van Fastned ben terechtgekomen, dat is natuurlijk wel jammer voor het verhaal. Als ik toen geweten had dat ik er een sleurzustersblog aan zou wijden, zou ik wel wat meer m’n best gedaan hebben om het in mijn geheugen op te slaan. Maar helaas. Wel weet ik nog dat ik gelijk enthousiast was over het bedrijf en over hoe eenvoudig het is om onderdeel te worden van deze idealistische, vooruitstrevende familie.

Schermopname (3)

Waarom Fastned? Heb ik misschien iets met elektrische auto’s? Nee, niet persé. Ik heb nog nooit in een elektrische auto gereden, laat staan dat ik er één bezit. Sterker nog, ik heb eigenlijk een hekel aan autorijden, wat ik dan ook zelden doe (meerijden doe ik wel heel graag). De reden dat dit bedrijf me aansprak, is omdat ik, geitenwollensok als ik ben, van mening ben dat het in ieders belang is om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen te laten overstappen op elektrisch rijden. Vooral vanwege de luchtkwaliteit, maar ook om minder afhankelijk te worden van olielanden (ja, i know, veel stroom is tegenwoordig nog steeds ‘grijs’. Maar niet de stroom die Fastned gebruikt. Die komt o.a. van eigen zonnedaken). Maar voordat je de gemiddelde automobilist zo ver krijgt om over te gaan op elektrisch rijden, is het van belang dat er zoveel mogelijk snellaadpunten komen. Want zoals Fastned zelf ook zegt: vrijheid is voor een automobilist het allerbelangrijkste. Ik zie het ook meer als een soort van crowdfunding. Het is leuk als ik er financieel ook op vooruit ga, en ik heb er ook goede hoop op, maar dat is voor mij niet het hoofddoel.

Omdat ik jullie niet al teveel wilde vervelen met technische details (lees: omdat ik mijn gebrek aan kennis niet al teveel wilde etaleren), was ik van plan om mijn blog zo kort mogelijk te houden, maar dat lijkt (wederom) niet helemaal te lukken. Tot slot dan nog: Klik hier om te lezen waarom Fastned koploper is op de markt of voor één van de andere 9 goede redenen om in Fastned te investeren. Wie weet ben je straks net zo enthousiast als ik en ben je straks ook gewoon aandeelhouder! En als je dan toch, net als ik, lekker vanaf de luie bank bezig bent, dan heb je misschien ook nog wel, net als ik, energie over om over te stappen op een andere, duurzame bank: de ASN Bank. Da’s ook investeren!

Fastned snellaadstation

 

 

Week 12: Nienke doet eens iets voor een ander

Affiche De aankondiging luidde als volgt:

“In het kader van de nationale vrijwilligersdag wordt voor alle senioren van Den Bommel in het atrium van woonzorgcomplex Tuindorp een film- en fotomiddag georganiseerd. Onder het genot van een drankje en wat lekkers krijgen de Bommelaars een prachtige film- en fotopresentatie te zien met beelden van vroeger.”

Toen ik begin dit jaar samen met Rosanne aan het bedenken was wat ik in mijn sleurzusterjaar allemaal wou gaan doen, had ik ook “een dag vrijwilligerswerk doen” op mijn lijstje gezet. Rosanne attendeerde me toen op NLdoet, de grootste vrijwilligersactie van Nederland, georganiseerd door het Oranjefonds, die op 20 en 21 maart plaats zou vinden.

Op de website van NLdoet kon je je inschrijven voor een project. Er stonden veel leuke projecten op, van een clubgebouw schilderen tot ramen lappen van een plantenkas. Ik kwam een interessant project tegen bij mijn ouders in de buurt: een beweegtuin aanleggen bij een verzorgingshuis. Maar er was wel iets dat mij gelijk een beetje tegenstond: waarom wordt voor deze groep mensen zoiets groots opgezet terwijl er voor de bewoners van ‘Tuindorp’, (zo heet het woonzorgcomplex waar mijn oma woont en wat trouwens van dezelfde zorginstelling is), niets wordt opgefleurd of georganiseerd? En dat terwijl er op en rondom de locatie Tuindorp al zo weinig te doen en te zien is voor de bewoners.

Ik bedacht me dat ik veel liever de bewoners van Tuindorp blij wilde maken. Ik belde mijn moeder en mijn broer, die ook gelijk enthousiast waren, en al snel begonnen er bij ons allemaal ideeën te borrelen. In de weken die volgden passeerden vele mooie, ambitieuze ideeën de revu. De deadline van 21 maart, die door ons getwijfel steeds meer in zich kwam, deed ons ertoe besluiten om ons voorlopig te richten op het financieel en tijdtechnisch meest haalbare idee: het organiseren van een filmmiddag in het atrium van Tuindorp. De overige ideeën, zoals o.a. het plaatsen van plantenbakken (‘Tuindorp’ doet zijn naam namelijk geen eer aan), zouden we op de langere baan schuiven.

Tuindorp vroegerHoe kwamen we op het idee van een filmmiddag? Eigenlijk had ik een tijd geleden iets gezien waarvan ik dacht, dat zou leuk zijn om mijn oma en haar zus, tante Anna, een keer mee naartoe te nemen: een foto- en filmpresentatie met historische beelden van Goeree-Overflakkee. Ik was toen toevallig op de website terechtgekomen van drie vrijwilligers, Jan en Jaap Maliepaard en Kees Braber, die deze presentaties op locatie verzorgen. Het was er steeds niet van gekomen om hier iets mee te doen, tot nu … Mooier kon het niet, vonden mijn moeder en ik. Dus al snel had mijn moeder een van de heren gebeld om de datum vast te leggen en toestemming gevraagd van de woningbouwvereniging voor het gebruik van het atrium. Ik zal jullie niet verder vervelen met al het overige voorbereidende werk, zoals het regelen van de sponsors, het promotiewerk enz., want anders haken er vast lezers af, terwijl het eind van deze blog nou juist het leukst is. Het enige dat ik er nog over wil zeggen is dat mijn moeder er minstens zo veel tijd in heeft gestoken als ik. Fijn om zo’n project samen te doen met iemand die zo betrokken en enthousiast is! Gezellig was het, he mams? (Nu verwacht ik natuurlijk wel een reactie onderaan deze blog!)

StoelenpuzzelDe avond van tevoren gingen we voor een laatste inspectie naar Tuindorp, waar in de aangrenzende keuken tot ons genoegen al voldoende stoelen aanwezig waren. Dat scheelde een hoop gezeul! We gingen nog even langs bij mijn omaatje die al een beetje zenuwachtig was en aan het kijken was wat ze de volgende dag aan zou doen, hihi. De volgende ochtend ging alles voorspoedig. We haalden de lekkernijen op bij de sponsors, deden boodschappen en zetten spullen klaar. ‘s Middags was het nog even spannend of we op tijd klaar zouden zijn, want toen de heren van de presentatie hun apparatuur hadden klaargezet moesten we nog even opnieuw puzzelen met de stoelen (de kleine ruimte moest voor rollators en hulpdiensten toegankelijk blijven). Klokslag drie stond alles gelukkig op zijn plek.

De ‘ouwetjes’, zoals wij ze liefkozend noemen, druppelden langzaam binnen, met de nadruk op ‘langzaam’. Het was een gezelschap dat bestond uit (oud-)bewoners van Den Bommel, voornamelijk bewoners van het wooncomplex. Mijn oma en tante Anna hadden samen met een vriendin een mooi plekje op de eerste rij. Voor aanvang van de film deelden mijn moeder en ik met hulp van een paar vitale bewoners koffie en gebakjes uit, die de aanwezigen zich goed lieten smaken. Na een korte toelichting begon de eerste film: een film gemaakt rond 1966 in en rond het dorp Den Bommel (de naam van de maker weet ik helaas niet). Het was zo leuk om de mensen te zien genieten, wijzend en lachend. Ik hoorde de heren van de presentatie tegen elkaar zeggen: “Hier doe je het toch voor hè.” Daar was ik het volledig mee eens. Ik werd er helemaal warm van vanbinnen. Na de pauze, waarin we heerlijke glazen sap en kaasblokjes hadden rondgedeeld, was er nog een presentatie (met voornamelijk foto’s) over beroepen van vroeger. Dat was ook leuk voor de mensen die nog niet zo lang in Den Bommel woonden. Toen de voorstelling voorbij was en ik nogmaals de sponsors en de verzorgers van de presentaties wilde bedanken, was, voordat ik twee woorden kon zeggen, het grootste deel van de bewoners weggesneld. Zo lang als dat het duurde voor iedereen zat, zo snel waren ze vertrokken. Maar ik vermoed dat dat was omdat iedereen, na al die bakken koffie en glazen sap, enorm nodig naar het toilet moest, hihi. De reacties achteraf waren wel heel erg positief in ieder geval. Mijn oma en tante Anna waren helemaal groos (op z’n Flakkees ‘groas’) met ons en vonden het echt geweldig. Daar was het ons natuurlijk in de eerste plaats om te doen geweest.

Tot slot wil ik bij deze nog een poging wagen om de sponsors nogmaals te bedanken: bakkerij Lekker Gebakken voor het doneren van de gebakjes, Landwinkel ‘t Zand voor het doneren van de saptappen en de kaasblokjes, Kapsalon Bakelaar en Meinster Wonen voor het vergoeden van de overige onkosten en natuurlijk de heren Jan en Jaap Maliepaard en Kees Braber voor het verzorgen van de mooie presentatie.

Week 11: Nienke raakt betoverd

HvVIMG_2162d

Wie weleens bij een van zijn shows aanwezig is geweest, is het ongetwijfeld met me eens: Herman van Veen kan toveren. Zijn prachtige, warme stem, de mooie liedjes, geweldige muzikanten, zijn charmante voorkomen en zijn soms grappige, soms ontroerende anekdotes … Dit alles zorgde ervoor dat ik vrijdagavond in complete vervoering raakte. Ik heb gelachen, ik heb ademloos geluisterd en ik heb onbedaarlijk zitten snotteren: heerlijk.

Al veel vaker was ik van plan naar een voorstelling van hem te gaan, maar het was er steeds niet van gekomen. Dit was dan ook mijn eerste keer en dat terwijl de beste man toch alweer 50 jaar meedraait en al vele malen eerder in het Nieuwe Luxor Theater gestaan heeft. Lidian, Marije en Ruben gingen met me mee. We hadden, ondanks dat we pas vrij laat kaartjes hadden gekocht, heel mooie plaatsen: midden vooraan op het eerste balkon. Het programma bestond voor het grootste deel uit liedjes, wat ik wel fijn vond, want daar kwam ik eigenlijk voor. De liedjes die ik tot dan toe van Herman kende waren eigenlijk vooral zijn ‘klassiekers’, waarvan hij die avond alleen “Anne” en “Liefde van later” speelde. Hoewel ik het leuk had gevonden als hij meer bekende liedjes had gespeeld, waren ook de voor mij onbekende liedjes, al dan niet van zijn hand, stuk voor stuk prachtig. Van chansons tot volksliedjes en gypsy jazz, alles werd perfect uitgevoerd door hem en zijn 7-koppige band, bestaand uit onder meer 2 violisten (3 met hemzelf erbij) en de virtuoze gitariste Edith Leerkes. Van alle liedjes was ik nog het meest onder de indruk van “Bij mij”, niet geschreven door Herman zelf, maar door zijn dochter Anne. Het liedje past ook zo mooi bij zijn stem.

Na 27 toegiften, de zaal was ondertussen zo goed als leeg, hadden we het idee dat hij nu toch écht niet meer terug zou komen en verlieten we hummend en zingend de zaal. In de foyer werden cd’s van hem verkocht, en omdat Lidian een grote fan van hem is en toevallig de volgende dag jarig was (op dezelfde dag als Herman), had ik bedacht om haar Hermans laatste cd gesigneerd cadeau te doen. Van het één kwam het ander. Er waren geen gesigneerde cd’s te koop, maar als ik even zou wachten, kon ik de cd backstage laten signeren. Ahh! Compleet buiten mijn comfort-zone! Ik probeer zulke situaties juist altijd uit de weg te gaan. Ik ben eerder een soort van anti-groupie: “daar zit die man toch niet op te wachten” en “ik zeg vast iets doms, zodat ik nooit meer naar zijn liedjes kan luisteren zonder aan dat gênante moment te denken”. Eigenlijk dachten we er alle vier zo over. Toch liepen we niet veel later, met nog een handjevol fans, door een doolhof van gangetjes naar een zaaltje met een bar waar Herman aan een tafeltje een tosti zat te eten. Hoewel hij op het podium onvermoeibaar leek te zijn (je zou niet zeggen dat het de vooravond van zijn 70ste verjaardag was), oogde hij nu toch ietwat vermoeid. Toch nam hij voor iedere fan rustig de tijd. Tegen de tijd dat we aan de beurt waren, waren we enorm zenuwachtig en stonden we te giechelen als een stel veertienjarige meisjes. Meneer van Veen was o zo vriendelijk en charmant en liet het allemaal gelaten over zich heen komen. Een handje, een fotootje, een praatje en natuurlijk een handtekening. Op Lidians cd schreef hij “Van harte met ons”, waar ze helemaal gelukkig mee was, en op mijn cd (ik had voor de gelegenheid ook nog maar een exemplaar voor mezelf gekocht, maar niet bedacht wat erop moest komen) “Iets liefs”.

Ik betwijfel of Herman aan ons een blijvende herinnering heeft overgehouden, want hij ziet en spreekt zoveel fans en naar namen werd überhaupt niet gevraagd, maar voor ons was het een onvergetelijke avond. Toen we even later helemaal uitgelaten en hyper buiten stonden, hadden we nog geen zin om naar huis te gaan en besloten we om bij Lantaren Venster nog wat te gaan drinken. Toen een paar biertjes later Lantaren Venster dicht ging en wij onze laatste metro lang en breed gemist hadden, was Lidian zo lief om Marije, Ruben en mij naar huis te chaufferen. Met Marijes spiksplinternieuwe verzamel-cd in de cd-speler knalden Hermans grootste hits uit de speakers en uit onze strotten: “Opzij, opzij, opzij” en “Hilversum drie bestond nog niet!” Door al ons gehos en gestuiter stond het kleine rode autootje te schudden bij de stoplichten en na nog 8 rondjes om de Hofplein-fontein deed ik het bijna in mijn broek van het lachen. O o, wat een rare avond was dit. Waarom doen we dit niet veel vaker?

Hoe ik in hemelsnaam een blog zou moeten schrijven die deze voorstelling eer aan doet, had ik me aan het eind van de avond hardop afgevraagd. Het woord “blog” alleen al … wat een vies woord eigenlijk. Maar dankzij de volgende, toepasselijke tekst waaraan Lidian me herinnerde, voel ik me niet langer bezwaard om mijn blog, hoe nietszeggend en onbelangrijk ook, gewoon met jullie te delen:

Alles doet er toe

Alles, alles doet er toe

Ook wat er niet toe doet, dat doet er toe”

Dus zelfs Nienkes blog …… doet er toe

Week 10: Nienke ziet ze vliegen

flamingo-papier2-klein

Wie heeft er weleens van Goeree-Overflakkee gehoord? De meesten van onze bloglezers waarschijnlijk wel, waarvan een deel zal zeggen: “Ja dat is toch dat Zeeuwse eiland?” Maar er zijn ongetwijfeld ook landgenoten, dat zijn dan geen “hoogvliegers”, die hebben zitten slapen tijdens aardrijkskunde, die er nog nooit van gehoord hebben. Voor die laatste groep mensen kan Goeree-Overflakkee, het zuidelijkste van de Zuid-Hollandse eilanden, misschien wat exotisch klinken, maar ik kan jullie verzekeren dat dit over het algemeen zeker niet het geval is. Ikzelf, als geboren Flakkeeënaar, was dan ook erg verbaasd toen ik hoorde dat je op Flakkee (zo noemen wij ons eiland) tegenwoordig flamingo’s kan spotten … in het wild! “In de wêreld!” zou mijn 91-jarige oma zeggen als ze zou weten wat flamingo’s zijn, wat zoveel betekent als “dat meen je niet!” of “get out of town!” Het is echt waar. Deze flamingo’s zijn te vinden in een deel van natuurgebied de Grevelingen, bij de haven van Battenoord. Blijkbaar overwinteren deze vogels daar al sinds een paar jaar, maar ik hoorde het pas een paar weken geleden.

Hoewel de Flakkeeënaars het van oudsher niet zo op “overkanters” (mensen van buiten het eiland) hebben, zijn deze exotische vogels graag geziene gasten op het eiland. Hihi, grapje hoor. Ik moet een beetje oppassen, want het grootste deel van mijn familie en vrienden woont er of is er geboren. Bovendien mag ik eigenlijk niks zeggen wat gastvrijheid betreft, want ik woon zelf in Rotterdam (hoppakee, en tot zover m’n Rotterdamse vriendjes 😉 ).

Maar weer even terug naar die roze gevederde vriendjes. Ze trekken een hoop “spotters” en andere bezoekers aan en dat snap ik best, ik was ook gelijk enthousiast. Dit komt omdat ze in Nederland in het wild verder (bijna) nergens voorkomen. De reden dat ze naar de Grevelingen gevlogen zijn en niet elders in Nederland of Europa zijn terechtgekomen, is dat het Grevelingenmeer het grootste zoutwatermeer van Europa is. Voorheen was de Grevelingen een zeearm, maar doordat in de jaren ’60 en ’70 de Grevelingendam en de Brouwersdam zijn aangelegd als onderdeel van de Deltawerken, is het een meer geworden. Weer wat geleerd. Ik ook, want ik zit dit op dit moment allemaal op te zoeken.

Waar die vogels precies vandaan komen is niet helemaal duidelijk. Het zijn verschillende ondersoorten bij elkaar, waaronder een aantal Chileense flamingo’s. Men denkt dat ze zijn ontsnapt uit gevangenschap. Ze overwinterden eerst ergens in Duitsland en waarschijnlijk werd het daar toen te koud en zijn ze naar de Grevelingen gevlogen. Het lijkt me trouwens nogal logisch dat ze ontsnapt zijn uit gevangenschap, want van Chili (via Duitsland) naar Battenoord is een behoorlijk stuk vliegen. Wel zo’n 12.000 kilometer als ze in één rechte lijn zouden vliegen, heb ik uitgerekend, waarvan veruit het grootste deel over de oceaan. Dus dat lijkt me erg sterk. Maar wie ben ik.

Nou nou, al een heel verhaal, maar nog geen woord over mijn eerste vogelspotervaring! Daar gaat ‘ie dan. Zondag zou het lekker weer worden, dus dat leek me een mooie dag om te gaan flamingospotten. Ik had met mijn ouders afgesproken dat we eerst daar koffie zouden drinken en dan ‘s middags naar Battenoord zouden gaan, dat vlakbij de woonplaats van mijn ouders ligt. Marijn en Annick zouden ook meegaan. Bepakt met camera’s en verrekijkers gingen we rond een uur of half drie op pad. Daar aangekomen parkeerden we de auto en liepen de dijk op. Vanaf de dijk kon je in de verte in het water een groepje grote vogels zien staan, maar met het blote oog kon je niet zien dat het flamingo’s waren. Dichterbij mocht je niet komen, want het is een beschermd natuurgebied, dus de verrekijkers kwamen goed van pas.

Ze deden niet zoveel, zoals te verwachten viel: af en toe liep er eentje, af en toe vloog er eentje en af en toe krabde er een aan z’n kont (da’s handig met zo’n snavel), maar verder stonden ze vooral te staan. Eigenlijk hadden we verrekijkers moeten hebben die nóg verder kunnen uitvergroten, maar ook van deze afstand waren de beesten goed herkenbaar als zijnde flamingo’s en was het erg grappig om de beesten daar te zien en te bespioneren.

Het nadeel van zo’n bijzondere verschijning is dat het niet alleen vogelliefhebbers aantrekt, maar ook mensen die minder begaan zijn met de vogels en de natuur, die dus, bij gebrek aan verrekijkers (en gezond verstand) met hond en al dwars door het beschermde natuurgebied banjeren om die beesten eens goed van dichtbij te kunnen bekijken. Weest gerust, ik heb mijn burgerplicht gedaan en heb ze erop aangesproken, toen ze eenmaal weer terug waren. Gelukkig konden ze hun domme actie goed verdedigen: “Dus?” en “We zijn vast niet de eersten hoor.” Wellicht doet de vogelbescherming er verstandig aan om er een hek te zetten in plaats van alleen een paar bordjes, vooral nu het broedseizoen gaat beginnen. Niet dat de flamingo’s daar broeden trouwens, maar een heleboel andere vogelsoorten wel. Maar ik moet er wel even bij zeggen dat de overige aanwezige flamingospotters wel gewoon buiten het beschermde gebied bleven hoor. Dus misschien valt het allemaal ook wel mee.

Ik kwam dan wel in de eerste plaats voor de flamingo’s, maar er waren nog veel meer mooie vogels te zien. Vraag me alleen niet welke, want ik was de vogelgids van mijn vader vergeten mee te nemen en ook Annick was die van haar vergeten. Aangezien ik (nog) geen ervaren vogelaar ben en ook geen studie biologie heb gedaan, zoals bijvoorbeeld Annick, ken ik voornamelijk wat tuin- en stadsvogels. De zilvermeeuw, die herkende ik (die heb je in Rotterdam ook genoeg), maar verder kwam ik niet verder dan “o, kijk daar wat een bijzondere eend” en “o, wat is dat een leuk vogeltje.” Maar dat deerde niet, want het was leuk om al die vogels te zien en de omgeving en het weer erbij zorgden voor een prachtig plaatje.

Ik heb nog geprobeerd wat foto’s te maken, maar mijn spiegelreflexcamera is kapot dus ik had alleen een compactcamera, met een korte lens erop. Dat was in eerste instantie niet echt een succes, maar door mijn camera voor de verrekijker te houden kon ik toch nog wat leuke plaatjes schieten! Maar de foto’s bij deze blog zijn niet allemaal door mij gemaakt hoor. De mooiste foto’s van de flamingo’s en de andere vogels (onder aan de blog) zijn van Marijn en Annick. Maar als je echt mooie, scherpe close-ups wilt maken van vogels, dan heb je echt professionele vogelkijklenzen nodig. Je weet wel, van die dingen waar je bijna een karretje voor nodig hebt.

Als ik nog een keer vogels ga spotten, en dat ben ik zeker van plan, dan wil ik dat een keer vanuit zo’n vogelhut doen. Ik zag dat er ook één op Tiengemeten staat, dus dat komt mooi uit, want een bezoek aan Tiengemeten stond ook nog op mijn lijstje.

Tot slot nog een tip voor mensen die ook nog willen gaan kijken: je kunt beter wat vroeger of wat later op de dag gaan, of op een bewolkte dag, want wij hadden wel wat last van tegenlicht. O ja, en vergeet je verrekijker en vogelgids niet natuurlijk!

Week 9: Nienke bakt er wat van

eten-1

Gisteren plaatste sleurzuster Rosanne op haar andere blog een stukje over keuzes en twijfels. Nou daar heb ik dus ook regelmatig last van! Sterker nog, ik ben deze week al drie keer opnieuw begonnen met het schrijven van deze blog. Vandaar dat ik ook vrij laat ben met mijn blog deze keer, want week tien is inmiddels in volle gang.

Vorige week, week negen, had ik een pittige sleurzusterweek! Ik had het mezelf weer eens lekker moeilijk gemaakt. Het leek me leuk om een keer iets culinairs te doen, maar “een keer een quiche bakken” of “een keer een ‘nieuwe’ groente proberen” vond ik te makkelijk. Dus bedacht ik om een week lang élke dag iets nieuws te koken of bakken. En dat was nog niet genoeg, nee, ik moest ook elke keer minimaal één ingrediënt gebruiken dat ik nooit eerder gebruikt had én ik mocht niet twee keer dezelfde bron voor mijn recepten gebruiken. Én ik zou nog wat mensen uitnodigen om te komen eten. Snap je waar het mis ging?

Het was een ware beproeving voor iemand die graag makkelijke en vaak dezelfde maaltijden kookt. Maar het is me gelukt. De meeste tijd ging nog zitten in het vinden van en vooral het kiezen tussen de recepten. En als ik dan éindelijk een recept gevonden had, dan was de volgende uitdaging het vinden van alle ingrediënten. Het aantal uren dat ik deze week kwijt was aan boodschappen doen … Maar goed. Dit is het geworden:

Dag 1: quinoa met mediterrane groenten

Jammer dat quinoa zo duur is. Wel drie keer zo duur als rijst of couscous. Mijn vader vertelde me dat dat komt doordat de teelt nogal arbeidsintensief is. Hij heeft zich erin verdiept, want hij wil het misschien zelf gaan telen. Bij mijn ouders heb ik het dus ook al een paar keer gegeten, omdat zij natuurlijk eerst zelf moesten proberen of het überhaupt wel lekker was. Ik wist niet meer wat voor recept dat was, dus ik ben zelf gaan googelen en kwam uit bij dit recept op de website van Lassie (er staan trouwens nog meer recepten met quinoa op). Ondanks dat het een relatief duur gerecht is, vind ik het wel een echte aanrader! Het gerecht is best makkelijk te maken, het is gezond (en glutenvrij) en errrug lekker!

Dag 2: ovenschotel met witlof, kaas en vega-ham

Het was vroeger één van mijn lievelings: witlof met ham en kaas. Maar ik had het niet meer gegeten sinds ik acht jaar geleden vegetariër werd. In mijn vegetarische kookboeken kon ik geen recept hiervoor vinden, want dat zijn van oorsprong geen Nederlandse boeken. Ik vond een recept op deze grappige website: www.wateetjedanwel.nl. Wat een grappige naam ook (als je vegetariër bent snap je waarom). Ik heb er geen krieltjes bij gedaan, zoals in dit recept staat, maar aardappelpuree met mosterd (met aardappels van papa natuurlijk!). Het was echt ontzettend lekker. Marije en Ruben vonden het beiden ook voor herhaling vatbaar.

Dag 3: hoofdgerecht: Mexicaanse polenta’s; nagerecht: stoofpeertjes met kaneelijs

Drukke boel vandaag. Marijn (mijn broer), Annick en Rosanne zouden mee komen eten en als je ze kent dan weet je: dat zijn ware culinaire avonturiers! De lat lag dus hoog! Ik had eigenlijk een Aziatisch gerecht in gedachten, maar ik kon de ingrediënten niet vinden, dus het werd iets anders exotisch uit hetzelfde kookboek: “Het grote vegetarische kookboek”. Polenta’s zijn een soort van dubbelgevouwen maispannenkoeken en daartussen moest een avocado/lente-ui/tomatenvulling (als je het recept wilt kan ik het wel voor je opzoeken en overtypen, maar daar heb ik nu even geen zin in). Wederom een erg geslaagde maaltijd, met dank aan het snijteam. Ik had wel dubbel zoveel gemaakt als in het recept stond, en dat was maar goed ook, want het ging schoon op. Het stoofpeertjesrecept had ik van Rosanne gekregen, want ik had al eerder proefondervindelijk ondervonden dat dat een goed recept was. En lekker waren ze, mijn eerste stoofpeertjes!

Dag 4: tabouleh

Vandaag stond eigenlijk erwtensoep op het programma, maar ik kwam er te laat achter dat ik de verkeerde spliterwten had gekocht, dus ik moest iets anders verzinnen. Ik bedacht me dat het wel leuk was om een keer een recept van Rosannes (andere) blog te maken, want ik wist dat zij daar ook veel vegetarische recepten op had staan. Het werd tabouleh. Dat zag er lekker uit en bovendien lekker makkelijk (daar was ik wel aan toe) én ik had nog nooit iets met bulgur gemaakt. En lekker en lekker makkelijk was het! Het is eigenlijk wel meer een zomergerecht, want je eet het koud, maar ‘s winters smaakt het ook prima.

Dag 5: hoofdgerecht: erwtensoep; nagerecht: worteltaart

Ik had dus de verkeerde spliterwten gekocht (weet ik veel). De erwten die ik had, moesten acht uren weken en daarna nog eens drie uren koken. Dat was ik wederom de avond ervoor vergeten te doen, dus ging ik voor de zoveelste keer naar de supermarkt. Ik kocht deze keer erwten van Hak, want die hoefden niet te weken. Het recept dat ik gevonden had komt van De Vegetarische Slager. Zij hebben onwijs lekkere vleesvervangers, weet ik uit ervaring (zij waren de cateraars op onze bruiloft). Ik heb de kipstuckjes achterwege gelaten, want ik vond alleen speckjes wel genoeg. Het was een erg lekker soepje, hoewel het eigenlijk meer stamppot geworden was, zo dik was het. Ook Constantijn, die deze avond mee at en een echte snertliefhebber is, en Ruben vonden het lekker. Speciaal voor Cons, want hij was eerder die week jarig geweest, besloot ik als toetje een taart te bakken. Welke taart daar hoefde ik gelukkig niet lang over na te denken, want ik had de laatste keer bij mijn ouders een tas vol met ‘koeiepeeën’ (= Flakkees voor winterpenen) meegenomen én ik had nog nooit worteltaart gemaakt. Lang geleden heb ik een keer van Marsha haar (toen) favoriete worteltjestaartrecept doorgestuurd gekregen. Zij kan zulke lekkere taarten bakken. Ze heeft ook onze bruidstaart gebakken (hm, het lijkt bijna een thema te worden). Ik heb me niet helemaal aan het recept gehouden, want ik had geen bicarbonaat en geen maisolie (heb extra bakpoeder en zonnebloemolie gebruikt), maar alsnog was de taart waanzinnig goed gelukt! Dat ga ik zeker nog eens doen! Maar dan koop ik wel een kleinere springvorm of ik zorg voor meer gasten om ‘m mee te delen.

Dag 6: hummus

Er waren nog zoveel restjes over van donderdag en vrijdag, dat ik deze keer wel iets simpels móest maken (hè wat vervelend). Ik lust graag hummus (of houmous), maar ik koop altijd kant-en-klare, dus nu was het perfecte moment om het eens zelf gaan te maken. Ik had tot nu toe nog geen enkele keer een recept uit mijn mooie nieuwe Vegalicious-kookboek gebruikt, dus ging ik de hummus van gekiemde kikkererwten en avocado maken. Ik had alle ingrediënten al in huis toen ik erachter kwam dat ik eigenlijk vijf dagen (!) eerder had moeten beginnen. Jammer dan. Dan maar geen ‘gekiemde’ kikkererwten. Dit recept is niet online te vinden, maar het is heel eenvoudig: 300 g kikkererwten, 2 el tahini, 1 tl knoflook, limoensap, 1 avocado en een beetje zout door elkaar mixen et voilà. Dat doe je op een stuk brood met wat peper erover en smikkelen maar. Ik moet wel zeggen dat het eigenlijk meer naar guacamole smaakte dan naar hummus, maar lekker was het wel.

Dag 7: noedels in zwarte bonensaus

Dit gerecht wou ik al eerder maken, maar toen kon ik niet alle ingrediënten vinden. Uiteindelijk is het me gelukt om alle ingrediënten op één na te vinden. Het recept is wederom uit “Het grote vegetarische kookboek”, maar gelukkig heeft iemand dit recept online gezet, want dit recept is een stuk ingewikkelder dan dat van de hummus. De gedroogde zwarte bonen kon ik niet vinden, dus ik heb maar wat extra zwarte bonensaus gedaan. Ik weet niet of dit veel uitmaakt voor de smaak, maar ik was over dit gerecht niet echt enthousiast en Ruben ook niet. Dat was de eerste keer deze week. Ik vond het erg veel noedel en weinig groente, dus ik heb er zelf nog een rode paprika door gedaan. Dat kwam de smaak ten goede wat mij betreft, want verder vond ik het een beetje muf smaken. Maar misschien is het een smaak waar ik aan moet wennen.

Conclusie: m’n keukenkastjes puilen uit van alle nieuwe kruiden, sauzen, meel- en graansoorten enz. die ik deze week gekocht heb en nog over heb. Maar ik heb wel een hoop lekkere nieuwe gerechten geleerd die ik bijna allemaal nog eens wil maken. En het was bovenal erg gezellig met alle ‘mee-eters’! Volgende keer weer bij jullie? 😉

Week 8: Nienke bant de tv en leent een boek

Een van mijn favoriete bezigheden is tv-kijken. Films, series (met name detectives), programma’s over muziek of natuur, ik lust ze allemaal. Meestal kijk ik van tevoren wat voor leuks er op tv komt en bedenk ik waar ik naar wil kijken of wat ik op wil nemen op de harddisk. Maar het komt ook regelmatig voor dat de avond begint met doelloos zappen en eindigt met “waar is mijn avond gebleven en wat heb ik nou eigenlijk gezien?” Niet dat er per se iets mis is met een avondje doelloos zappen. Als je een heel drukke week hebt gehad is een avondje afstompen achter de tv heerlijk (“he he, even lekker helemaal niks”). En domweg zappen kan ook voor leuke verrassingen zorgen, want soms kom je op die manier programma’s of documentaires tegen waar je nog nooit van gehoord had en die echt de moeite waard bleken te zijn.

Maar in mijn geval, en dit geldt voor veel mensen denk ik, was tv-kijken te veel een gewoonte geworden en het begon me tegen te staan. De sleurzusters zijn niet voor niets in het leven geroepen en de tv stond mijn nieuwe, actievere levensstijl in de weg. Ik moest ingrijpen. Halve maatregelen zoals “ik probeer wat minder tv te kijken”, werken bij mij niet. Dat is ook de reden dat ik acht jaar geleden van de ene op de andere dag helemaal gestopt ben met vlees eten i.p.v. flexitariër te worden. Het werkt bij mij alleen als ik het rigoureus aanpak. Dus mijn sleurzusteropdracht voor week acht: een week lang helemaal geen tv-kijken. En ook niet stiekem via andere media.

Maar ik vond een week lang iets niet doen wel een beetje saai. En waar moest ik dan mijn blog over schrijven? Ik speurde mijn to-do lijst (medicijnkastje) af op zoek naar iets wat mooi in mijn tv-loze week zou passen. Ah! Een boek lenen bij een boekenhuisje! Dat was ideaal!

Elke keer als ik van mijn huis naar de trein loop, loop ik door de Azaleastraat, vlak bij mijn huis in het gezellige Kleiwegkwartier. Sinds een tijdje staan voor sommige huizen, in de voortuin of naast de voordeur, kleine houten huisjes met daarin, achter een vitrinedeurtje, een heleboel verschillende boeken. Ik werd daar heel nieuwsgierig van, maar ik voelde me toch bezwaard om zo’n deurtje zomaar open te trekken en tussen de boeken te gaan lopen snuffelen, vooral omdat zo’n huisje naast iemands voordeur stond. Ik ben wel nieuwsgierig, maar ik ben geen gluurbuur. In ieder geval niet openlijk.

Ik wist niet voor wie die huisjes bedoeld waren, dus ik liep elke keer braaf voorbij. Het leek wel of er speciaal voor mij, om mijn zelfbeheersing op de proef te stellen, steeds meer huisjes bij kwamen. Het ene nog leuker versierd dan het andere. Gelukkig verloste mijn vriendin Gudrun mij twee weken geleden uit mijn lijden: “Ik heb me aangemeld voor zo’n boekenhuisje en dat mag ik deze week op gaan halen.” Mysterie solved! Ik kwam erachter dat deze minibiebjes wél gewoon voor iedereen zijn en dat íedereen hier boeken mag ruilen of lenen, ik dus ook! En je hebt geen lidmaatschap nodig. Online is er niet veel informatie over te vinden maar er is wel een Facebookpagina.

Ik besloot te wachten met het lenen van een boek, totdat Gudrun haar huisje had opgehangen, want dan kon ik daar gelijk een stukje over schrijven in mijn blog, wel zo leuk! Gelukkig was haar huisje nog net voor het einde van mijn tv-loze week klaar. Zondag belde ze me dat ze het had opgehangen en ik ging er gelijk heen. Gudrun had besloten zich aan te melden voor zo’n huisje omdat ze een praktijk heeft in remedial teaching, Praktijk Noord, en ze gespecialiseerd is in problemen met lezen bij kinderen. Heel slim natuurlijk! Zo’n boekenhuisje heeft een sterke aantrekkingskracht en dit huisje vooral, doordat Gudrun het leuke, vrolijke kleuren heeft gegeven en er ook veel kinderboeken in staan. Ik kan me voorstellen dat heel veel kinderen en moeders even stil blijven staan om erin te snuffelen.

Het verbaasde me hoeveel leuke boeken er in het huisje stonden, ook voor volwassenen. Ik had zelf ook wat boeken meegenomen om te doneren. Die had ik bij mijn moeder uit de kast gevist (ze weet ervan hoor), maar dat waren vooral oude romans uit de jaren tachtig en afdankertjes van de bieb. De boeken die in het huisje stonden, zagen er heel netjes en relatief nieuw uit. Ondanks dat de zoontjes van Gudrun vol enthousiasme Kleine Bever en de Echo eruit hadden gezocht, besloot ik toch voor één van de twee aanraders van Gudrun te gaan. Het boek dat ik heb meegenomen is: Kaas & de Evolutietheorie van Bas Haring. De titel sprak me erg aan. Ik hou wel van boeken die grappig en informatief zijn. Uiteindelijk bleek het een boek te zijn voor ‘nieuwsgierige mensen vanaf 11 jaar’ en was het soms erg kinderlijk geschreven. Bovendien wist ik al best wat van het onderwerp af (ondanks de censuur op mijn christelijke middelbare school). Desalniettemin was het een leuk boekje om te lezen, want de invalshoeken en gekozen voorbeelden en vergelijkingen waren vaak verrassend en erg vermakelijk en zetten me toch aan het denken.

IMG_2011IMG_20150222_174107IMG_20150222_174316

Tot slot: hoe is mijn tv-loze week verlopen? Het viel me eigenlijk alles mee. Ik vond het zelfs wel fijn (dat zeg ik nu wel, maar het eerste dat ik maandagochtend deed, was met mijn ontbijt op schoot naar Boer Zoekt Vrouw kijken op Uitzending Gemist). Maar ik heb me eigenlijk de hele week wel vermaakt en de tv geen moment gemist. Voor herhaling vatbaar, zou ik zeggen. Ik heb bijvoorbeeld een keer iemand gebeld die ik al lang een keer wilde bellen, ik ben bij familie op bezoek geweest en ik ben alvast, voor mijn volgende sleurzustersopdracht, mijn kookboeken aan het doorspitten geweest. Deze week (van 23 feb. t/m 1 maart) ga ik namelijk een week lang elke dag iets nieuws koken. Dus als je zin hebt om een keer mee te eten … let me know!

Week 7: Nienke bedenkt en breit een patroon

Eigenlijk was ik van plan om vanaf 1 februari allemaal leuke dingen te gaan doen met de Rotterdampas. Maar ik had niet goed gekeken. Vanaf 1 februari was de nieuwe Rotterdampas te koop, maar pas vanaf 1 MAART zou deze ingaan. Snotverdrie. Toen moest ik opeens voor februari mijn planning gaan veranderen. Daarbij komt dat ik deze weken ook niet al teveel geld wil uitgeven aan sleurzuster-activiteiten, omdat ik voor dit voorjaar en deze zomer al dingen gepland heb die best wel prijzig zijn. Gelukkig ben ik, zoals jullie weten, gek op doe-het-zelven en op mijn to-do-list (wij noemen die hier ‘medicijnkastje‘) was dan ook nog genoeg te vinden in de categorie DIY.

Breien bijvoorbeeld. Natuurlijk had ik dat al eens gedaan, vroeger. Maar wat ik nog nooit gedaan had, was zelf een patroon ontwerpen en breien. Toevallig (niet echt) ben ik gék op patroontjes, dus ik had er gelijk zin in. Eerst maar eens kijken hoe dat ook alweer moest, breien.
Ik had voor kerst van m’n moeder een grappig boekje gekregen dat vroeger van haar was geweest “Ik Leer Breien”. Wat een geweldige illustraties staan daarin en wat een grappige teksten:

IMG_1980bIkleerbreien-afb-2bIkleerbreien-afb-3b

Ik vond vooral het stukje over de moderne school erg grappig: “Hij was als kleine jongen op een heel moderne school geweest. Daar kregen niet alleen de meisjes, maar ook de jongens handwerkles.” De reden dat ik dit stukje amusant vind, is omdat ik zelf al weleens heb lopen mopperen over mijn handwerklessen op de basisschool. De meisjes en de jongens kregen bij ons namelijk apart les. De meisjes kregen handwerkles, dus borduren, naaien, breien. De jongens niet. Die mochten timmeren, zagen, beitelen enzovoort. Moet je nagaan. Dit boekje (er staat helaas geen datum in) is uit de jaren 50 of 60. Mijn handwerklessen op de basisschool waren in de jaren 90! Op zich was er niks mis met die handwerklessen hoor, begrijp me niet verkeerd. En ik ben ook geen lid van de Opzij, maar wat een ouderwetse toestand was dat zeg.

Maar goed, dit terzijde. Terug naar mijn breiwerkje (gelukkig ben ik in mijn eerdere blog al aan het lassen geweest, anders kwam ik hier nu natuurlijk niet meer mee weg). Helaas stond in dit schattige boekje niet de informatie die ik nodig had. Ik vond het zelfs knap ingewikkeld voor een kinderboekje. Toen kwam ik erachter dat ik deel twee in mijn handen had en ik miste dus het deel met daarin de uitleg over opzetten en de basissteken. Gelukkig is er voor zulke situaties de Action, waar je voor een appel en een ei een dik instructieboek en verschillende soorten wol en breinaalden kunt kopen. En Youtube natuurlijk. Lang leve de Youtube-tutorials.

Ik had, na wat oefenen, de slag te pakken. Het was of ik nooit anders gedaan had. Recht, averecht, no problemo. Volgende stap: het ontwerp. Na wat geschets en gekrabbel op zelfgemaakt ruitjespapier had ik iets op papier staan waarvan ik dacht dat het weleens heel erg leuk zou kunnen gaan worden. In Photoshop werkte ik mijn ontwerp uit tot een volledig patroon en bracht ik hulplijnen aan, zodat het tellen makkelijker zou gaan. Mijn ontwerp was in twee kleuren en volgens mijn breiboek moest ik dan Fair Isle breien. Het leek vrij simpel, het was gewoon om en om een naald recht en averecht breien, en de niet gebruikte draad achterlangs mee laten lopen. How hard can it be … (ik zie ook hier een ‘patroon’).

En nu? Mijn breiwerk is nog steeds in wording. Ondertussen heb ik het Fair Isle breien wel onder de knie, maar het gaat wel vreeeselijk langzaam, vooral als je het netjes wilt doen (de last van een perfectionist). En als ik het te lang achter elkaar doe, krijg ik pijn in mijn vingers en in mijn nek. Dus na drie lange avonden ploeteren ben ik er nu wel even klaar mee. Wat mij betreft is de missie geslaagd: ik heb een breipatroon gemaakt en heb Fair Isle leren breien. Hieronder zie je hoe het tot nu toe geworden is. Het ontwerp vond ik op papier geloof ik wel ietsjes leuker, maar alsnog ben ik er best wel blij mee en het breien heb ik ook best netjes gedaan, al zeg ik het zelf.

Zodra ik m’n lapje helemaal af heb, zal ik een nieuwe foto plaatsen.

IMG_1979b

Week 6: Nienke ontdekt Zwolle

Zwolle is leuk. Zwolle is echt leuk. Zwolle heeft alles wat een stad moet hebben: een mooie oude binnenstad, een leuk museum, grappige “snuffelwinkeltjes” met leuke spulletjes en gezellige cafés en restaurants. En eigenlijk is het ook veel dichterbij dan ik dacht.

Zoals Rosanne in haar laatste blog al schreef, begint het met goed gezelschap. Dus ging ik niet alleen, maar samen met mijn vriendin Marsha, die ik voor het gemak maar tot gelegenheidssleurzuster gebombardeerd heb. Net als ik was ook zij nog nooit in Zwolle geweest.

Nu spreken Marsha en ik wel vaker af in een stad waar we niet bekend zijn, maar Zwolle was nog nooit ter sprake gekomen. Toen ik op www.spoordeelwinkel.nl aan het kijken was (daar heb ik al vaak leuke aanbiedingen gevonden), kwam ik een aanbieding tegen voor een retourtje Zwolle, inclusief toegang tot Museum de Fundatie. Dat leek me wel wat. “Whaaa, wat toevallig!” zei Marsha, want zij wilde ook Zwolle aan mij voorstellen. Dus dat was snel besloten.

Zaterdag vertrokken we ieder vanuit onze woonplaats met de trein richting Zwolle. Toen ik anderhalf uur later uit de trein stapte, had ik niet het idee “wow, wat een prachtige historische stad”, want het station is niet erg indrukwekkend en de gebouwen eromheen zijn ronduit lelijk. Toen ik na ons inmiddels gebruikelijke ontmoetingsritueel (“Haai, waar ben jij?”, “Ik sta voor het station, onder de overkapping”, “O, wat gek, ik ook”, “O haha, daar ben je!”) Marsha gevonden had, liepen we langs de gracht richting de stad.

Het was een leuk stukje om te wandelen, zo langs het water en in tegenstelling tot de teleurstellende eerste kennismaking met de stad, werd naar gelang we het oude centrum naderden het uitzicht mooier en mooier. Jammer dat het “spikkelde” (dat is Flakkees voor miezeren; wij vinden spikkelen leuker), want daardoor voelde het kouder aan dan het was. Bovendien is het niet zo handig als je foto’s wilt maken, wat ik dus ook niet veel gedaan heb.

We zagen Museum de Fundatie al van een afstand, want het is een nogal opvallend gebouw. Het is een 19e-eeuws paleis met daar bovenop een gigantische soortement zee-egelschelp, die daar twee jaar geleden als extra expositieruimte is geplaatst. Eigenlijk vind ik het best een mooi gebouw. Naast de vaste collectie, die naar ons idee wel erg versplinterd was en weinig samenhangend, maar waar niettemin mooie werken tussen hingen, waren er ook de exposities Closer met megarealistische schilderijen van Tjalf Sparnaay, Sluijters’ Grote Oorlog, In Search of Meaning en Van Turner tot Appel. Ik vond vooral de tweede erg leuk, met prachtig getekende politieke prenten gemaakt rond WOI door Jan Sluijters voor de Nieuwe Amsterdammer. We moesten wel concluderen dat we schandalig weinig afweten van onze vaderlandse geschiedenis.

IMG_1872klein4990.de_dood_-_heeren_ad_fundum...tot_het_bittere_eind

Maar voordat deze blog helemaal over het museum gaat en ik niet meer aan de rest van Zwolle toekom, hier tot slot nog een paar foto’s van de expositie In Search of Meaning, met dank aan Marsha, die ze gemaakt heeft. Links: Yinka Shonibare, The Pursuit, rechts: Henk Visch, The Artist Asleep.

NenM1000px IMG_0628klein

Vanuit de voornoemde zee-egelschelp hadden we al wat leuke tentjes gespot waar we zouden kunnen gaan lunchen. Dat kwam mooi uit, want het was ondertussen al behoorlijk laat en we hadden reuze trek. We kwamen terecht bij Grand Café Public, waar ze verrassend veel vegetarisch op de kaart hadden staan (dat was goed nieuws, want ik ben vegetariër, maar ook slecht nieuws, want ik kan slecht kiezen). Misschien achteraf gezien ook weer niet zo verrassend, aangezien we tegenover het museum zaten en veel kunstliefhebbers er een konijnendieet op nahouden. Na een enorme lunch, die we niet helemaal op kregen, bedachten we dat we nu toch maar eens moesten gaan opschieten met die stadswandeling en het afstruinen van leuke winkeltjes voordat het donker zou worden en voordat de winkels zouden sluiten.

Buiten gekomen stonden we direct al voor een superleuke pop-up store in het Celecentrum, naast het grand café: Soortvanwinkel. Ik word zo ontzettend blij van zulke winkeltjes, winkeltjes met handgemaakte en/of retrospulletjes, en vooral van dit winkeltje, want het aanbod was heel gevarieerd en verrassend. Helaas is het een pop-up store en, voor de mensen die niet bekend zijn met dit concept, dat betekent dus dat dit zaakje binnenkort weer verdwijnt van deze locatie. Maar wie weet waar het binnenkort weer opduikt (Rotterdam, please!). Na lang snuffelen hervatten we onze poging tot het maken van een stadswandeling (we hadden tot nu toe pas dertig meter vanaf het museum afgelegd). Deze keer kwamen we een stuk verder. We verbaasden ons erover hoe groot het centrum eigenlijk was en hoeveel mooie gebouwen en leuke winkeltjes er waren. Wat wel een beetje jammer was, was dat er op de twee grotere pleinen markt was. Al die witte kraampjes waren niet echt fraai voor op de foto.

Toen het donker werd en we naar ons idee alles gezien hadden, maar nog geen honger hadden, besloten we nog wat te gaan drinken. We kwamen uit bij theater Odeon, tegenover ons beginpunt, het museum. Het café van het theater was erg hip en gezellig. Grappig was dat er tablets op tafel lagen met wifi, die iedereen gewoon kon gebruiken. Toen we trek kregen en op zoek gingen naar een restaurant, kwamen we door wat straatjes die verlicht waren met lampenkappen. Erg grappig en sfeervol. We hebben wat gegeten bij grand café Het Wijnhuis (het vergaat in Zwolle van de grand cafés) en nadat Marsha betaald had voor ons beiden (mijn pinpas was ermee opgehouden. Nee echt!), gingen we weer huiswaarts.

Het was een erg leuke dag. Zwolle is leuk. Zelfs als het spikkelt. We gaan zeker nog een keer terug, maar dan wel een keer ‘s zomers, als het lekker weer is.

IMG_1875klein_0014_zwolle-tourist-info  10405235_741019475947944_664756540101698758_n IMG_1881klein

Week 5: Nienke maakt een lampenkap

Wat doe je als je na twee zaterdagen lassen, timmeren, buigen en slijpen aan je lampenkapframe, het allerlaatste onderdeel, het deel waaraan je de kap ophangt, aan de verkeerde kant bevestigt. zodat je kap verkeerd om komt te hangen? A) Je gooit er een paar passende krachttermen uit en slingert de lampenkap het raam uit; B) Je krijgt samen de slappe lach en eenmaal bijgekomen sloop je het laatste onderdeel eraf en doet het opnieuw; C) Je kijkt elkaar schaapachtig aan en zegt: “Hmm … dat is wel een beetje dom,” en laat het daarbij.

Misschien moet ik er even bij vermelden dat het wederom een latertje geworden was. Dus op het betreffende tijdstip waren mijn vader en ik, diep verlangend naar ons warme bedje, te gaar voor een paar stevige krachttermen, een slinger uit het raam en de slappe lach, laat staan dat we zin hadden om de boel er weer af te slopen en opnieuw te beginnen. Dus optie C was op dat moment eigenlijk de enige optie.

Het duurde sowieso best wel even voordat we doorhadden wat er aan de hand was. Mijn vader was met zijn snerker (haakse slijper in ABN) nog de laatste scherpe randjes eraf aan het slijpen en ik was ondertussen wat aan het opruimen. M’n vader zette het frame neer op de werkbank voor een laatste inspectie. “Mooooi!” vonden wel allebei. “Hee,” zei ik toen, “kijk, op zijn kop is ‘ie eigenlijk nog mooier!” Toen begon het langzaamaan door te dringen … We stonden erbij en we keken ernaar. Na nog een paar keer vol verbijstering “goh, dat is dom” en “da’s inderdaad best wel dom”, sloten we toch de werkplaats af en besloten we het maar zo te laten. Mijn vader had nog wel zoiets van “dan doen we het volgende week nog wel een keer over”, maar ik vond het eigenlijk wel welletjes. Ik wilde graag dit weekend mijn kap afmaken en het duurde allemaal al veel langer dan ik van plan was, hoe leuk het ook was om te doen. En wie weet zou de kap ondersteboven of als staande lamp wel minstens zo leuk zijn.

lamp-4

Zondag. Nu moest de kap nog afgewerkt worden. Ik vond het bijna zonde om het frame te bekleden, want dat metaal zag er zo mooi uit, met al die verkleuringen door het lassen en slijpen. Gelijk bedacht ik dat ik ook nog een keer een kap zou kunnen maken geheel van metaaldraad. Hoe gaaf zou dat zijn?! Maar voorlopig moest ik eerst deze kap maar eens tot een goed einde brengen.

Voordat ik het frame had ontworpen en gemaakt, had ik getwijfeld: hoe zal ik het frame gaan bekleden? Er zijn zo ontzettend veel manieren om een lampenkap te maken. Mijn vader had nog een hele stapel jute zakken liggen en in eerste instantie was ik van plan om een van deze zakken op maat te knippen en eromheen te trekken. Het was mooi materiaal en makkelijk te verwerken, maar uiteindelijk vond ik het toch te donker van kleur. Ik had ook nog een bol met touw onder de werkbank gevonden die mijn vader naar eigen zeggen “toch nooit gebruikte”. Na wat geoefend te hebben op een bestaand frame besloot ik dat dit laatste materiaal wel een mooi resultaat gaf. Ook had ik het nog met wol geprobeerd en dat werd ook erg mooi, maar alleen als ik het superstrak en netjes deed, want een foutje viel al snel op. Mezelf kennende (ik ben nogal een perfectionist op het neurotische af) leek me dat geen goed plan. Touw dus.

Toen ik eindelijk de knoop had doorgehakt, nam ik de touwtjes in handen en begon ik met het omwikkelen van het frame. Dat bleek ingewikkelder dan gedacht, daar het touw nogal eigenwijs was, zeg maar gerust tegendraads. Regelmatig zat ik in de knoop of raakte ik de draad kwijt. Na wat getouwtrek trok ik toch aan het langste eind en kon ik de draad weer oppikken. De rest van het proces is niet zo spannend en wat langdradig (wel bijna 200 meter), dus voordat jullie er geen touw meer aan vast kunnen knopen, zal ik er niet langer omheen draaien: uiteindelijk heb ik de eindjes aan elkaar weten te knopen en het resultaat is wat mij betreft verdraaid opwindend.

lamp-3lamp-2

Maar even alle gekheid op een stokje. Ik ben best wel tevreden met hoe de lamp is geworden. Sommige dingen zou ik de (eventuele) volgende keer wel anders doen en hopelijk ook wat sneller, maar voor een eerste keer (en van een afstandje) is ‘ie best goed gelukt, zelfs op zijn kop. Al met al was het wel een erg arbeidsintensief project, zowel het maken van het frame als het omwikkelen ervan met zo’n 200 meter (!) draad. Voor mijn komende Sleurzustersprojecten kies ik toch iets eenvoudigers uit geloof ik. Ik denk dat mijn vader daar ook wel blij mee zal zijn. Maar eerlijk is eerlijk: de sleur was tijdens dit project ver te zoeken. En dat was natuurlijk het uiteindelijke doel. En de mooie nieuwe lampenkap is een heel prettige bonus.

lamp-1b

Week 4: Nienke doet het zelf

Afgelopen weekend was het voor mij wederom een retourtje Toen. En toch heb ik dit keer iets gedaan dat ik nog nooit eerder gedaan had.

Vroeger (daar gaan we weer), was ik altijd een kei in het bedenken van de meest ingewikkelde en tijdrovende projecten, meestal voor een schoolopdracht. Hoe ingewikkelder, hoe beter. Het liefst deed ik dat zoveel mogelijk op het allerlaatste moment. En het állerliefst bedacht ik iets dat ik niet helemaal zelf kon maken, maar waar ik een handige en bovenal gewillige doet-het-zelver voor nodig had: papa.

Mijn moeder had me al vroeg wijsgemaakt dat zij twee linkerhanden heeft. Daar heeft ze nog altijd erg veel plezier van. Mijn vader daarentegen besloot om voor mijn zesde verjaardag een super-de-luxe barbievilla te bouwen met tegeltjes in de badkamer, raampjes die allemaal open konden en als klap op de vuurpijl schemerlampjes die het echt deden en die elk een eigen schakelaartje hadden in het ministoppenkastje dat zich onder de onderste wenteltrap bevond. Probeer dan nog maar eens te ontkennen dat je handig bent. En zo’n werkplaats met allerhande gereedschap, machines en materialen heb je toch ook niet voor niets.

Gedurende mijn gehele middelbareschoolperiode, maar vooral in mijn kunstacademietijd, was mijn vader om de haverklap de zogeheten Sjaak. “Pa … kun je me helpen om zoiets te maken als op deze schets? Maar dan van hout en dan moeten die dingen daaraan vast. Het moet maandag af zijn. Ja dat is morgen. Maar het is toch niet zo ingewikkeld?” En toen ik eindelijk mijn studie afgerond had en mijn vader er vanaf dacht te zijn, had ik al snel een nieuw project verzonnen: een opknapwoning.

Hoewel het er in het verleden vaak op neerkwam dat ik instructies gaf en mijn vader die op de millimeter nauwkeurig uitvoerde, ben ik in de loop van de tijd (lees: na een stageperiode van zo’n 25 jaar) ook een echte doe-het-zelver geworden. Ik heb leren tegelzetten, pleisteren, vloeren leggen, plamuren, noem maar op. Nu na zes jaar het huis eindelijk zo’n beetje klaar is (is een huis ooit klaar?) en nu de Sleurzusters zich hebben aangediend, is het tijd voor een volgend project. Iets wat ik al heel lang van plan was een keer te doen. Het leuke is dat hier de doe-het-zelftic die ik van mijn vader heb overgenomen mooi samenkomt met de lampentic die ik van mijn moeder heb: ik kijk graag naar lampen. Naar lampenkappen en lampenvoeten, niet naar de lichtbron zelf. En vaak als ik een lamp zie, denk ik: zoiets is toch ook best zelf te maken? Of zoals Jeremy Clarkson zou zeggen: How hard can it be?

Na lang googelen, schetsen en lampen bestuderen, had ik besloten wat ik deze week wou gaan doen: ik zou een kap gaan maken voor een hanglamp. En nee, niet zomaar een bestaand frame overtrekken met een leuk stofje, nee, dan zou ik te snel klaar zijn en risico lopen dat ik een project een keer bijtijds af zou hebben. Nee, ik zou zelf het frame gaan ontwerpen en maken. Van metaal, want ik had nog nooit echt met metaal gewerkt. Ik had mijn vader al eerder die week op de hoogte gebracht van mijn mooie plannen, zodat hij zich er alvast mentaal op kon voorbereiden. Zaterdag was het dan zover.

Wie wat bewaart, die heeft wat. Mijn vader had al een mooi stuk draad voor me klaargelegd dat hij gevonden had tussen zijn voorraad oud ijzer. Ik was van plan om mijn getekende ontwerp gewoon een beetje uit de losse pols te gaan modelleren, maar mijn vader vond dat niet zo’n goed idee. Dus terug naar de tekentafel om exact uit te rekenen wat de doorsnede en omtrek van mijn kap moesten worden en waar de bochten en verbindingen moesten komen te zitten. Ach, dacht ik, piece of cake. Maar dat viel dus even tegen. Ik had het ‘briljante’ idee om een zeshoekige kap te gaan maken en dacht dat ik het wel met een Pythagorasje en een 2πr af zou kunnen. Niet dus. Het kan toch niet zo zijn dat ik zes jaar wiskunde helemaal kwijt ben? Wel dus. Bijna dan. Maar gelukkig kwam ik er na een mooie tutorial goniometrie en met wat hulp van een paar knappe koppen toch uiteindelijk uit.

Éindelijk … het grote lampenkapavontuur kon beginnen! Op naar de werkplaats. De middag liep ondertussen al op zijn eind. Eerst maar een malletje maken waar het draad omheen getrokken kon worden. Ondanks dat er weinig gereedschap aanwezig was om hoeken mee te meten, alleen een kleine geodriehoek die amper nog leesbaar was, was het eerste malletje best goed gelukt. Nu moest het draad eromheen geslagen worden. Dat was nog een hoop getimmer, want het draad bleek behoorlijk stug te zijn. Het was op zich best een leuk klusje om te doen, vooral als je samen bent, maar toch waren paps en ik allebei erg opgelucht toen we geroepen werden om te komen eten. Onze tenen vroren er bijna af. De werkplaats is van alle gemakken voorzien, behalve … verwarming. En het was kóud buiten.

Hmm … héérlijk, die vloerverwarming in de keuken. Zouden we nog een poging gaan wagen of zouden we het voor gezien houden? Het was al wel erg laat. Maar ik wilde zo graag m’n kap afmaken, of in ieder geval het frame. M’n vader bleek meer moeite te hebben met sippe lipjes, dan met koude voeten, dus dapper begaven we ons opnieuw richting werkplaats. Het leek best voorspoedig te gaan, maar toen we om 12 uur nog aan de verticale ribben moesten beginnen, begon ook ik in te zien dat het frame die avond niet af zou komen. Jammer. Was mijn zelfgestelde sleurzusteropdracht voor deze week mislukt?

Maar gelukkig kwam mijn vader met een goed idee: “Je wilde toch nog leren lassen?” Dat was waar. Dat was een vaardigheid die ik graag nog een keer aan mijn doe-het-zelflijstje wilde toevoegen. Zo gezegd, zo gedaan. Na een korte demonstratie en wat instructies mocht ik het zelf proberen. Op zich is lassen, met moderne apparatuur (en die hadden we), helemaal niet zo moeilijk. Maar om het netjes te doen is nog best lastig. Van een vriend van mijn vader had ik een chique laskap te leen gekregen met een lichtsensor erop. Dat is heel handig, want het glas van zo’n kap verduistert pas als de vlam aangaat, dus in theorie kun je dan ook nog wat zien vóór de vlam aangaat. Zelfverzekerd, maar voor de zekerheid toch met twee handjes, plaatste ik de brander boven het metaal. Ondanks mijn chique laskap, zag ik compleet niet waar ik mee bezig was. Mijn vader riep voortdurend “Zakken!” en “Rustig an!”. Na een tijdje ging het wel wat beter, of in ieder geval had ik dat idee omdat ik wat minder vaak werd gecorrigeerd. De las zelf zag er naar mijn idee niet heel mooi uit, nogal bobbelig. Maar misschien maakt dat ook niet uit, ik ben geen expert. Voor vandaag was het goed genoeg in ieder geval.

Deze dag was iets anders verlopen dan gepland, maar zo gaat dat meestal bij mij. En ondanks de afgevroren ledematen, het feit dat het frame niet afgekomen is en ik pas om half 3 in mijn nestje lag, vond ik het een erg geslaagde dag. Altijd gezellig zo’n daagje bij mijn ouders. Gezellig met m’n vader hobbyen in de werkplaats (volgens mij vindt mijn vader het stiekem ook best gezellig) en dan tussendoor naar binnen voor een bakkie met wat lekkers. En zelfs vanuit sleurzustersoogpunt was het uiteindelijk toch nog een geslaagde dag, want ik heb iets gedaan wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik heb leren lassen. Nou ja, ik heb een eerste lasles gehad, beter gezegd. Voorlopig kan ik nog wel wat oefening gebruiken. Volgende week een lampenkap dan maar?

Lastig-1

Week 3: Rosanne en Nienke dansen in de Buurtsuper 

Jeugdsentiment

Ooit was het vaste prik: iedere maand vertrok een delegatie alto’s van Flakkee naar Waterfront in Rotterdam voor de Buurtsuper. Niet om spullen te kopen, maar om te dansen. De Buurtsuper was namelijk een dansavond met 80’s, 90’s, gangmakers en vers geperst. Eigenlijk was het van alles wat en was het meeste gewoon heel leuk om op te dansen.

Tot ons grote verdriet werd half 2006 de Buurtsuper geschrapt. Het bleek gelukkig van tijdelijke aard te zijn. In 2008 werd de Buurtsuper nieuw leven ingeblazen, maar ons inziens was toen het recept van deze dansavond al in zoverre veranderd, dat het niet meer te nassen was. De muziek was niet meer leuk en het publiek veranderde mee. Toen op de koop toe Waterfront dicht ging in 2009 en de dansavond verplaatst werd naar Watt en later Off_Corso, besloten we de Buurtsuper af te schrijven. Einde van een tijdperk.

Een nieuwe kans

Ruim een jaar geleden dook opeens een mooi bericht op: de Buurtsuper zou (voorlopig?) eenmalig terugkeren in BAR, een nieuwere bar in Rotterdam. De avond had dezelfde opzet als vroeger en dezelfde dj’s, namelijk de Royal Plastic Entertainers. Daar moesten de Sleurzusters naartoe! Maar ja, toen waren de Sleurzusters nog geen sleurzusters en kwamen ze uiteindelijk toch op de bank terecht met een biertje. Ook gezellig, maar geen dansen!

De terugkeer van de Buurtsuper was gelukkig niet eenmalig: 17 januari kregen we een nieuwe kans, wat ertoe leidde dat de Sleurzusters opnieuw het plan opvatten om te gaan dansen in de Buurstuper in BAR. Maar dit keer was het menens!

Hoe het ons verging

Van tevoren hadden we al bedacht dat het het leukst zou zijn om met een zo groot mogelijke groep vrienden te gaan, net als ‘vroeger’. Na wat ronselen via onze blog en onze facebookpagina’s was het ons gelukt om nog meer mensen mee te krijgen. In gezelschap van nog vier gelegenheidssleurzusters en -broeders vertrokken we rond een uur of tien vanaf Nienkes huis richting de stad, we hadden er zin in! We hadden besloten om eerst naar Paddy Murphy’s te gaan, omdat in die pub een bandje speelde dat we ook wel wilden zien. Daar hadden we afgesproken met nog vier vrienden, dus het begon al een flinke club te worden. De muziek en sfeer in de pub waren erg goed, maar omdat er weinig plek om te dansen was, en omdat een Buurtsuper-revival de opzet was, vertrokken we even na twaalven met z’n zessen richting BAR (een deel van de achterblijvers zou ons iets later achterna komen).

Bij BAR aangekomen sloegen de twijfels toe; er leek alleen maar stomme muziek gedraaid te worden en er stond bijna niemand binnen. Zouden we die zeven euro p.p. entree er wel aan wagen?

In de Buurtsuper

Maar daarvoor waren we natuurlijk niet gekomen! We zouden hoe dan ook naar binnen gaan. Bovendien waren we al gesignaleerd door andere vrienden van ons, die daar binnen op ons hadden staan wachten. Zwaaien en weglopen is dan geen optie meer. Eenmaal binnen bleek dat de muziek wél leuk was (buiten hadden we alleen wat van de bas gehoord) en dat er wél veel mensen binnen waren (door de ramen hadden we niet gezien dat die allemaal wat verder achterin stonden). En het was gezellig! En er hingen supermarktmandjes aan het plafond! Bijna net als vroegah. We goten nog wat vloeibare versnaperingen naar binnen en besloten ons naar de dansvloer te begeven. Na wat onwennig geschuifel en gewiebel op liedjes die we niet zo goed kenden, kwamen we in één keer helemaal los toen Come On Eileen uit de speakers knalde. We haalden onze beste moves uit de kast en vrij van alle gêne hebben we gedanst tot in de late uurtjes!

IMG_1707b

En hoe vonden we het?

Rosanne: “Al weken keek ik ernaar uit. De Buurtsuper was altijd zo leuk, daar moest ik nog eens heen. Met de kans dat het heel erg zou tegenvallen natuurlijk, want herinneringen worden soms steeds mooier en smaken veranderen ook. Ik moest het er maar op wagen. Ik had er zin in en ik was er klaar voor! En ja hoor, de avond van tevoren werd ik plotseling verkouden. Grrr. Ik voelde me dus niet fantastisch, maar ging uiteindelijk toch naar Rotterdam. Want als ik eenmaal iets wil, dan zal het gebeuren ook! Op de achtergrond dacht ik de hele tijd: lag ik maar lekker in mijn bedje. Maar ondertussen had ik het gelukkig ook naar mijn zin. Leuke muziek, gezelligheid en lekker dansen. Ondanks dat ik het best zwaar had (en nu ik dit schrijf al helemaal), was het zeker de moeite waard. Volgende keer weer!”

Nienke: “Het was een leuke sfeer en over het algemeen leuke, dansbare muziek. De muziek was divers, met 60’s tot 90’s-klassiekers (waar ik erg van houd) afgewisseld met hits van nu, maar soms werd er wel erg van de hak op de tak gedraaid. Het was weer als vanouds, bijna dan, want de grote zaal in Waterfront was wel een heel andere (leukere) ruimte. Al met al heb ik het enorm naar m’n zin gehad en erg gelachen. Zelfs nu, een dag later met spierpijn in al mijn ledematen (en in mijn achterwerk, gek genoeg), zeg ook ik: volgende keer weer!”

Week 2: Nienke krijgt een nieuwe coupe

ikke-80s

Toen ik 16 was, durfde ik tenminste nog eens wat. Toen heb ik van de ene op de andere dag mijn haar van schouderlengte naar heel kort laten knippen. Best wel dapper toch? In de periode daarna heb ik veel verschillende kapsels en kleuren gehad, ik heb het zelfs gemillimeterd gehad en ook zwartgeverfde stekels met blauwe gloed (ja, dat was inderdaad wat aan de heftige kant).

De laatste jaren ben ik echter blijven hangen in afwisselend een korte bob en een langere bob (die laatste krijg je vanzelf als je een tijdje niet naar de kapper gaat). Heel leuk, maar op een gegeven moment wel een beetje saai. Tijd voor wat spannenders dus. Aangezien ik met De Sleurzusters het plan heb opgevat elke week iets nieuws te gaan doen, leek het me een goed idee om dit jaar goed te beginnen met een nieuwe coupe! Een kapsel dat ik nog nooit eerder gehad heb.

Omdat er vrij weinig kapsels zijn die ik nog nooit gehad heb, leek de keuze eenvoudig: óf blond, óf een asymmetrisch kapsel en aangezien ik met mijn bleke bekkie blond niet zo goed kan hebben, bleef de eerstgenoemde over. Maar toen was ik er nog niet, want ik kwam erachter dat er waanzinnig veel asymmetrische kapsels mogelijk zijn. Na lang twijfelen en googelen, besloot ik voorlopig maar voor een langere variant te gaan en misschien dat ik deze zomer nog eens voor een kort koppie ga.

Donderdagmiddag was het zover. Ik had een afspraak bij mijn kapster Liesbeth van Pique Hairstyling. Na kort overleg ging de schaar erin en zie hieronder het resultaat. Ik ben er erg blij mee! Nu ben ik helemaal klaar voor alle uitdagingen die ik het komende jaar met de sleurzusters nog tegemoet ga!

IMG_1624b

Week 1: Nienke schrijft een blog, Rosanne shopt een foto

sleurzusters

Twee jaar geleden ben ik al eens begonnen met het maken van een 52-weken boekje, met het idee om een jaar lang elke week iets nieuws te doen (of iets te doen dat ik al lang van plan was een keer te doen) en dit vast te leggen in dit boekje (hoezo dertigersdilemma?). De omslag van het boekje zag er erg leuk uit, maar je raadt het al … verder is het boekje altijd leeg gebleven.

Rosanne heeft al een paar jaar een blog, de wereld van Rosanne, waarop ze haar avonturen beschrijft en deelt. En regelmatig zoekt zij voor zichzelf een leuke challenge om zichzelf (en de lezers) bezig te houden. Van een 30 Day Song Challenge tot een 365-dagen-project, waarin ze iedere dag een foto maakte.

De Sleurzusters

Van het één kwam het ander: Rosanne zocht een nieuwe challenge en ik wou mijn oude challenge nieuw leven inblazen. Ziehier het resultaat: de Sleurzusters! Heel 2015, 52 weken lang, elke week een nieuwe uitdaging! We hopen hiermee niet alleen onszelf bezig te houden het komende jaar, maar ook anderen te inspireren en activeren en wellicht mee te nemen op onze avonturen.

Week 1

Mijn eerste uitdaging (voor week 1 van 2015) is het schrijven van mijn eerste blog, met een beetje hulp van Rosanne. Rosannes eerste uitdaging is wegwijs worden in Photoshop of Gimp, met een beetje hulp van Nienke. Na een hele middag brainstormen en zoeken naar de juiste naam voor ons samenwerkingsverband en giechelen om namen die eigenlijk echt niet konden, besloten we dat we eerst maar aan de slag zouden gaan met Rosannes eerste challenge: een lesje fotobewerking in Gimp. Dat ging een stuk vlotter dan het bedenken van een naam, she’s a natural, kan ik wel zeggen!

What’s in a name?

Toen weer terug naar de naam. Die hadden we toch echt nodig voor we de site konden maken. We hadden al veel ideeën: De belevers, of Nien en Roos gehen los. Niet langer een bankhanger misschien? En Op ‘t randje met Nien en Rosantje dan? Het was het allemaal net niet. Tot het ons duidelijk werd: De Sleurzusters, dat zijn wij! Een leven zonder sleur is onze missie en het beste medicijn is heel veel leuke dingen doen.

Wat staat er te gebeuren?

De komende tijd zal onze blog wat meer vorm krijgen, met een mooie slogan en mooie plaatjes erop, maar de eerste blog is alvast een feit en ook de eerste door Rosanne geshopte afbeelding! Wat staat er de komende weken op het programma? We hebben allebei al wat leuke dingen in gedachten die we de komende tijd zouden kunnen gaan doen, die lees je hier en hier. Volgende week ga ik naar de kapper en neem een kapsel dat ik nog nooit gehad heb. Rosanne gaat waarschijnlijk (voor het eerst in 3000 jaar) schaatsen. Houd de site in de gaten voor onze verslagen!